Humanitair werk is niet zomaar werk. Het grijpt in in de levens van individuen die al veel voor hun kiezen hebben gekregen. Sommigen moesten vluchten, anderen hebben dierbaren verloren. Iedereen die actief is in de humanitaire sector moet zich er daarom ieder moment van bewust zijn dat noodhulp om mensen gaat – niet om projecten.

Onder de indruk
Neem Zuid-Sudan In December 2013 brak daar, voor de derde keer sinds 1956, een burgeroorlog uit. Een conflict tussen de politieke leiders veroorzaakte golven van geweld die gepaard gaan met moord en doodslag. Veel Zuid-Soedanezen zochten daarom veiligheid in de buurt van de compounds van de Verenigde Naties (VN) of trokken de grens over naar onder andere Gambella, Ethiopië. Daar zijn de Zuid-Sudanese vluchtelingen geen onbekend verschijnsel. Vorig jaar zijn er drie kampen opgezet waar inmiddels zo’n 150.000 vluchtelingen verblijven, voornamelijk vrouwen en kinderen.

ZOA werkt sinds 1996 in dit deel van Ethiopië en ikzelf heb hier zes maanden als programmamanager mogen werken; voor zowel het nieuwe noodhulpprogramma als een eerder wederopbouwprogramma. In dit half jaar ben ik onder de indruk geraakt van de humanitaire gemeenschap die ik hier heb leren kennen. Van de vele hardwerkende medewerkers van de VN en ngo’s die zich volledig inzetten om ‘het goede te doen’.

Te veel papieren
Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd geraakt dat we onze humanitaire programma’s nieuw leven in moeten blazen. Hoe? Door de menselijke factor terug te brengen in ons werk.

In de afgelopen jaren is er een enorme bureaucratie gecreëerd om vluchtelingen beter van dienst te kunnen zijn. We maken gebruik van zogeheten needs assessments, baseline surveys, logframes, activity plans, monitoring protocols en impact studies. Wanneer onze donoren om resultaten vragen, presenteren we feiten en cijfers op een blaadje om aan te tonen hoe succesvol we zijn volgens de geldende kwaliteitsnormen.

Er is niets mis met een professionele bureaucratie  – denk aan managementwetenschapper Mintzbert –  maar ergens hebben we de verkeerde afslag genomen toen we systemen en procedures steeds meer nodig vonden om te bepalen of we ons werk goed doen.

Geen enquête, maar tijd
Want weten we wel hoe het met de vluchtelingen gaat? Maken ze zich zorgen over hun ouders, die te oud waren om mee te komen? Vinden ze het eten dat ze krijgen eigenlijk lekker? En lukt het hen om zich aan te passen aan het leven in een vluchtelingenkamp met 50.000 anderen?

Dit gaat niet over het uitvoeren van formele enquêtes. Dit gaat over tijd vrijmaken om met vluchtelingen in gesprek te gaan en hen te leren kennen. Het zal je verbazen als je erachter komt dat we enkele precies dezelfde vreugden en zorgen kennen.

Ik zou willen aanbevelen dat elke humanitaire hulpverlener minstens elke maand zo’n persoonlijk gesprek voert met iemand uit een vluchtelingenkamp. Dit doordringt ons er telkens weer van waarom we eigenlijk dit werk doen. Want: raakt het ons nog werkelijk?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Johan Mooij is algemeen directeur van ZOA.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief