‘Sorry, de brug ging open’, stamelt Yazan. Het is vrijdagmiddag en hij komt vijf minuten later dan gepland terug uit de moskee. Grijnzend: ‘Is dat een standaardsmoesje?’

Yazan is 16 jaar en hij komt uit Syrië. Samen met zijn 26-jarige broer is hij nu een maand in Nederland. Hij woont tijdelijk in de noodopvang voor vluchtelingen in het voormalig huis van bewaring aan de Havenstraat in Amsterdam. Hoe is het om nu als vluchteling in Nederland te komen?

Vertalen
‘Ik wil mijn verhaal graag vertellen, maar ik weet niet goed waar ik moet beginnen’, zegt Yazan. ‘Misschien zo: bijna vier jaar geleden ben ik van Syrië naar Egypte verhuisd, en twee jaar later naar Turkije. Het leven was daar duur. We hadden geen geld en we konden de huur van het huis niet betalen, daardoor hebben we nu hoge schulden. Ik hoop dat mijn broer hier kan werken zodat we het geld kunnen terugbetalen. Wij zijn geen dieven.’

Ik vind het fijn om mensen te helpen

 

Yazan is een tengere jongen. Hij praat zacht maar duidelijk. Soms moet hij zoeken naar de Engelse woorden, maar niet vaak. Als in de Havenstraat getolkt moet worden, wordt hij er altijd bijgehaald. ‘Ik vind het fijn om mensen te helpen’, zegt hij. ‘Mensen worden boos als ze dingen niet snappen. Ze verstaan niet wat het personeel zegt, of ze weten niet wat hen te wachten staat. Als ik het vertaal, worden ze rustig. En voor mij is het ook leuk, want ik heb niet veel te doen. Eigenlijk ben ik vooral aan het wachten op de volgende stap.’

Stappen
Zijn tijd in Nederland heeft Yazan in stappen ingedeeld. De Havenstraat is stap 4. In stap 1 heeft hij papieren ingevuld, in stap 2 heeft hij zijn vingerafdrukken afgegeven, in stap 3 logeerde hij een paar nachten in sportcentrum Caland in Amsterdam. Daar was het niet goed, zegt hij. ‘Er waren dieven. Ik moest steeds op mijn spullen letten. Er waren ook veel te veel mensen; je kon er nooit even alleen zijn.’ Dan is stap 4 beter: hij deelt nu een kamer met zijn broer. Samen kwamen ze hierheen vanuit Izmir, Turkije. Als hun verblijfsvergunning rond is, zal Yazans broer zijn vrouw uit Syrië laten overkomen. Yazan – die minderjarig is – zal proberen zijn moeder hier te krijgen.

Reis
‘Ik weet zeker dat je over de rubberbootjes hebt gehoord’, zegt Yazan zacht. ‘Zes weken geleden gingen we aan boord. Onze boot was negen meter lang. Er zaten 53 mensen op. We vertrokken om drie uur ’s nachts uit Izmir. Alles om ons heen was donker. Midden op zee stopte de motor ermee, en we kregen hem niet meer aan. We zagen het Griekse eiland Leros liggen, maar we konden nergens heen. We konden alleen maar dobberen. Uiteindelijk heeft de Griekse kustwacht ons gevonden. Dat is onze redding geweest. Die was in de buurt, omdat een andere boot in de problemen was gekomen.’

‘Leros was een goede keus. We zijn er maar twaalf uur geweest, en toen konden we met een ferry mee naar Athene. Via Macedonië en Servië zijn we naar Hongarije gereisd. Soms met de trein, soms met een auto, soms te voet. In Hongarije hoorden we dat twee dagen later de grenzen dicht zouden gaan. We hebben ons toen heel erg gehaast om het land uit te komen, want we wilden absoluut niet in Hongarije opgesloten zitten. Wij hadden Nederland uitgekozen. Ik wil hier studeren, wij willen hier een leven opbouwen.’

De mensen die naar links zijn gegaan zijn bestolen door smokkelaars.

 

De grens over
‘We hebben het net gered. Op een gegeven moment moesten we kiezen: links of rechts. Links waren bomen en bosjes, rechts stond een tent van de UNHCR. Wij wilden onze vingerafdrukken niet geven, maar we hebben toch de rechter weg genomen. Dat was een goede keus. De mensen die naar links zijn gegaan zijn bestolen door smokkelaars. Hun geld en hun telefoons zijn afgepakt. Ik denk dat ze daar niet meer wegkomen.’

‘Wij zijn ook niet gaan slapen in het kamp. We zijn er snel weggegaan, we zijn een stuk met de trein gegaan, hebben tien kilometer gelopen, en toen is de grens eigenlijk achter ons gesloten. Via Oostenrijk en Duitsland zijn we in Nederland gekomen, in Amsterdam. Toen was ik ontspannen. We zijn 12 dagen onderweg geweest en we hebben zeker 500 kilometer gelopen, soms drie dagen zonder te slapen. Hier konden we eindelijk slapen.’

Nederland
Met grote ogen kijkt Yazan naar een fietsen die voorbij rijdt. Op de bagagedrager staat een meisje van een jaar of acht. ‘Je ziet hier nooit iemand langzaam fietsen’, zegt hij. ‘Alsof iedereen altijd haast heeft. Ik heb gehoord dat wij misschien ook fietsen krijgen in de Havenstraat. Soms ga ik nu met de GPS op mijn telefoon door Amsterdam lopen om de stad te leren kennen, maar fietsen zou ook leuk zijn.’

‘Als je vijf mensen vraagt naar hun ervaringen, hoor je vijf verschillende verhalen, denk ik. Ik vind het belangrijk dat mensen die verhalen horen. Mensen in Nederland denken misschien: waarom komen al die Syriërs naar ons land? Wij kunnen niet blijven in de oorlog. Daarom hebben wij Nederland gekozen. Hier begint ons nieuwe leven.’

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief