Goed bestuur vormt dé basis van welvaart en zelfstandigheid in het zuiden, zegt adviseur Internationale Samenwerking Caecilia van Peski. Maar wie kan zich daar het beste voor inzetten: het bedrijfsleven, NGO’s of de Nederlandse overheid? “Je kunt je niet simpelweg in jezelf keren en alles maar aan het toeval overlaten.”

Dat meneer Driessen van de PVV op dit blog roept dat er geen cent meer naar ontwikkelingssamenwerking moet gaan. Tja, dat is een domme opmerking. De stekker eruit trekken zal niet alleen in het zuiden veel mensenlevens kosten. Ook in Nederland lopen we dan risico’s.

Financiële keuzes

Driessen voegt dan nog wel toe dat Nederland wél geld voor noodhulp moet reserveren, maar juist om goede noodhulp te kunnen bieden moet je continue de vinger aan de pols houden. Bijvoorbeeld klimaatanalyses uitvoeren om early warning-systemen te ontwikkelen die de schade door orkanen en overstromingen kunnen beperken. Zo kun je veel slachtoffers voorkomen.

Kijk, we moeten nu inderdaad financiële keuzes maken. Maar je moet ook niet het kind met het badwater weggooien. Nederlandse NGO’s zijn bijvoorbeeld erg goed in het creëren van draagvlak voor onderwerpen binnen en buiten de eigen landsgrenzen. Die zouden daar hun niche van kunnen maken. De daadwerkelijke internationale samenwerking, zoals de ondersteuning van organisaties in het buitenland, kan dan worden overgelaten aan een ministerie. Daar kan ik mij zeker iets bij voorstellen.

Lokale lover

Een  nieuwe trend op het gebied van ontwikkelingssamenwerking is het particuliere initiatief. Nederland kent een relatief grote groep vitale zestigers met ruime eigen middelen die fit zijn en iets willen doen. Zoals een oude fabrieksmanager die een leuke reis naar India maakt en daar een textielfabriekje tegenkomt met beroerde arbeidsomstandigheden. Hij kan ter plekke besluiten er een persoonlijk project van te maken door zich er bijvoorbeeld een half jaar te vestigen en tevens het thuisfront te mobiliseren. Dat gaat vanzelf en geheel zonder hulp de overheid.

We moeten bij particuliere initiatieven wel oppassen voor zelfverheerlijking: ‘kijk mij nu eens mooi met die Afrikaantjes bezig zijn’. Ik bezocht eens een Nederlandse dame in Afrika die al erg lang en ongecontroleerd als vertegenwoordiger van een stedenband opereerde. Zij gedroeg zich als een soort zonnekoning, hield er een lokale lover op na en toen ik met haar de  project partners bezocht bonsde ze op de deur en riep ze ‘de baas is er!’
 
Slapende partners
Staatssecretaris Ben Knapen ziet een grote rol voor het bedrijfsleven als het gaat om internationale samenwerking en ontwikkeling. Bijvoorbeeld de cassaveverwerkingsfabriek die Daniel Knoop in Kongo startte. Knoop, teleurgesteld na zijn ervaringen als FAO-medewerker  in de ‘hulpindustrie’, schreef eerder op dit blog: “Afrikaanse partners lagen te slapen als we weer aankwamen met onze workshops. Ik kon mij dat ook wel voorstellen, onze abstracte concepten hadden weinig van doen met hun realiteit.”

Toch moeten we ons inzetten voor democratisering. Je kunt de mooiste cassavefabrieken bouwen, maar de kern ligt bij goed bestuur. Als het bestuurlijk niet goed op orde is en er corruptie heerst, of als lokale arbeiders te weinig loon krijgen en slecht verzekerd zijn; dan werpt het starten van bedrijven ter plaatse ook geen vruchten af. Vaak zien we dat de winst slechts in onze eigen zak belandt.

Hardnekkig thema

Ontwikkelingssamenwerking is een hardnekkig thema. Het gaat om de band tussen ons en de rest van de wereld. We kunnen het ons simpelweg niet permitteren ons af te sluiten, ons te richten op onze eigen welvaart en dan maar hopen dat daarbuiten iedereen zich op eigen kracht redt. Dan brengen we ook ons land in gevaar. Pas als er een meer gespreide welvaart is, zal het ook Nederland beter vergaan.

Daarom moeten we naast economische welvaart, ons hard maken voor de verbetering van overheidsstructuren, een transparant en verantwoordelijk bestuur met meer inspraak, gelijke verdeling van macht tussen minderheden en aandacht voor vrouwenrechten.

Neutrale partner

Een geslaagd voorbeeld is de bijdrage aan democratisering zoals bijvoorbeeld Spark dit doet in Kosovo. Spark organiseert summer schools waar Kosovaarse studenten leren een gemeentelijke basisadministratie bij te houden. Jongeren met veel potentieel maar weinig concrete kansen leren dan tegelijkertijd Engels.

In de Kaukasus ondersteunt IKV Pax Christi een politiek jongerenproject waarbij jonge mensen uit zowel Armenië, Georgië en Oekraïne betrokken zijn. Zonder de hulp van een neutrale externe partner komen dit soort initiatieven, juist in deze beladen regio’s, nauwelijks van de grond.
 
Caecilia van Peski is consultant Internationale Samenwerking. Zij werkt onder meer samen met de overheid, verschillende NGO’s en internationale organisaties. Van Peski was tevens VN Vrouwenvertegenwoordiger in 2010.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief