Het lijkt wel of ontwikkelingshulp helemaal niets goeds kan voortbrengen. De VVD en PVV gaan het verst in hun kritiek en willen ontwikkelingshulp halveren of helemaal afschaffen, zoals ook deze week weer lieten weten bij de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken. Vooral deze twee partijen richten hun pijlen nu ook op de Nederlandse waterbedrijven, die 1 procent van hun omzet mogen investeren voor duurzame armoedebestrijding. Een onverklaarbaar doelwit, want juist de resultaten van de hulpprojecten van publieke waterbedrijven laten zien hoe effectief hulp kan zijn.

In 2010 stelde de VVD de hulp van onze waterbedrijven aan waterprojecten in ontwikkelingslanden als eerste ter discussie. Enkele weken geleden probeerde de PVV het ook, nu in de provincie Noord-Holland. De Gedeputeerde Staten zien de hulp van het provinciale waterleidingbedrijf PWN als ‘een vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen’ en staat toe dat maximaal één procent van de totale omzet wordt besteed aan armoedebestrijding. De PVV ziet het anders en wil dat de klanten van PWN hun geld terugkrijgen omdat in hun retoriek ontwikkelingshulp per definitie slecht is.

Met dit standpunt gaan ze elke discussie uit te weg hoe ontwikkelingshulp wel goed terecht kan komen. En laat nu juist de hulp die onze publieke waterbedrijven mogen geven zeer succesvol zijn. Nederlandse waterbedrijven kunnen namelijk bij uitstek hun ervaring op het gebied van drinkwatervoorziening inzetten voor armoedebestrijding – expertise die in sommige delen van de wereld broodnodig is.

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_original”,”fid”:”253″,”attributes”:{“alt”:””,”class”:”media-image”,”style”:”float: right;”}}]]Samenwerking
Veel van de problemen in ontwikkelingslanden met drinkwater en sanitaire voorzieningen zijn gerelateerd aan het waterbeheer en het management. De Nederlandse structuur van publieke waterbedrijven, die voor honderd procent in handen zijn van de provincies of gemeenten, is perfect om werkervaringen te delen. Bij private bedrijven ligt dat veel moeilijker door patenten en geheimhouding. Die directe samenwerking tussen werknemers onderling hier en in ontwikkelingslanden zorgt ervoor dat er bovendien geen hoge kosten zijn aan dure consultants. Ook ontstaat een langdurige internationale werkrelatie die vertrouwen wekt en zorgt dat kennis op een zeer effectieve wijze kan worden overgebracht en direct toepasbaar is. 

Resultaten
Resultaten uit deze projecten zijn bemoedigend. Het Amsterdamse waterbedrijf Waternet werkt al sinds 1991 in verschillende internationale samenwerkingsverbanden, van Indonesie tot aan Suriname. In Egypte kon in Alexandria zodoende de hoeveelheid water dat door lekkages verdween met de helft worden verminderd en het Beheira waterbedrijf kon in een jaar de productiecapaciteit verdubbelen.

Het Nederlandse Dunea heeft samenwerkingsverbanden in Roemenie, Soedan en Indonesie. In de Soedanese stad Port Sudan, een stad zo groot als Amsterdam, was de drinkwatervoorziening erbarmelijk slecht. Het water kwam uit ongefilterd oppervlakwater dat in kustmatig aangelegde meren was opgeslagen, terwijl dichtbij een grote grondwaterbron onaangeroerd bleef. Het gebrek aan kennis om dat water op te pompen ontbrak simpelweg. Werknemers van Dunea leren hun collega’s van het waterbedrijf van Port Sudan hoe ze dat moeten doen waardoor een bron met schoon drinkwater ineens binnen het bereik kwam van deze stad.  

En het gaat hier niet om het overnemen van verantwoordelijkheden, het is puur een samenwerking om kennis uit te wisselen om concrete problemen aan te pakken. Dat is niet het oude ontwikkelingsmodel van noord-zuid alleen. Ook zuid-zuid relaties ontstaan er tussen publieke waterbedrijven, zoals het Marokkaanse waterbedrijf dat bijvoorbeeld projecten heeft in Mauritianie. Of neem het Uruguaanse waterbedrijf OSE dat succesvolle samenwerkingsverbanden in Paraguay, Peru en Ecuador heeft.

Door het succes van deze projecten is de Asian Development Bank (ADB) groot voorstander van samenwerking tussen waterbedrijven vanuit het principe van not-for-profit, die ze WaterLinks noemen. In Azie zijn veertig van zulke kennisoverdrachtprojecten opgezet die volgens de ADB uiterst kostenefffectief zijn en waardoor bovendien bijna 600.000 nieuwe waterconnecties konden worden aangebracht.

Meer dan 1 procent
Waterbedrijven geven in de praktijk ook veel minder dan 1 procent van hun omzet uit aan dit soort hulp. Het gaat om minder dan een euro per jaar per aansluiting. In heel Europa maken juist steeds meer publieke waterbedrijven gebruik van deze ontwikkelingshulp. Regionale overheden in Frankrijk, Zwitserland, Italie en Spanje kennen net als in Nederland deze 1 procent regel. Hoe meer meedoen hoe beter want kleine stroompjes maken een grote rivier die de miljoenen armen op de wereld zonder toegang tot basisbehoeften als schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen uiterst effectief kunnen helpen.

Fiona Dove is Directeur van het Transnational Institute.
Foto boven: (cc) Motley Princess

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief