“Een paar meisjes in Erbil vertelden me in tranen dat hun school kapot is geschoten. De mensen daar maken er het beste van, maar de situatie blijft ontzettend verdrietig.” Met de troosteloze beelden van haar Irak-bezoek vers op het netvlies, schetste minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) gisteravond een zorgelijk beeld van de internationale humanitaire situatie: de nood is dit jaar hoog. In maart was de minister al door de helft van haar noodhulpbudget heen, en met de turbulente zomer kwam de bodem van het potje wel heel dreigend in zicht.

het humanitaire systeem piept en kraakt

Toch kan de minister sinds Prinsjesdag opgelucht ademhalen. Althans, toen werd bekend dat het noodhulpbudget flink wordt opgeschroefd, met onder andere een noodhulpfonds van 570 miljoen euro voor de periode 2014 tot 2017. Dit geld gaat naar acute noodhulp voor slachtoffers van geweld en natuurrampen, de regionale opvang van vluchtelingen en natuurrampenpreventie.

De vijf aanwezige Kamerleden zijn alle vergenoegd met de komst van het nieuwe noodhulpfonds. Wel hebben ze elk zo hun eigen ideeën over wat er beter kan in de humanitaire hulp.

Onderhandelingspositie
Zo wijst VVD-Kamerlid Ingrid De Caluwé op het feit dat Nederland een interessante onderhandelingspositie heeft bemachtigd. Dankzij de extra miljoenen uit het nieuwe noodhulpfonds staat Nederland nu in ’s werelds top-tien van donorlanden en is het één van de belangrijkste bijdragers aan het CERF, het noodhulpfonds van de Verenigde Naties (VN) dat financieel inspringt bij noodsituaties en chronische crises. De Caluwé ziet graag dat de minister deze sterke positie inzet om de VN te stimuleren om sneller en effectiever te handelen.

SP-Kamerlid Eric Smaling sluit zich daarbij aan. “Het liedje van noodhulp is nog te vaak Too Much, Too Little, Too Late. Maar we moeten sneller op gang komen door bijvoorbeeld, in NAVO-taal, een ‘Rapid Response Force‘ op te stellen voor noodhulp.”

Voortrekkersrol
Ploumen zegt een Kamerbrief toe over de VN-noodhulporganisaties en stemt in om als Nederland een voortrekkersrol te nemen in de VN-noodhulpkanalen. “De VN-coördinatieafdeling OCHA is er meestal snel bij en maakt in de eerste dagen een analyse van welke hulp waar nodig is. Maar daarna, de zeven tot veertien dagen na een ramp, schiet de coördinatie en samenwerking met andere organisaties vaak tekort”, aldus de minister, “ik zal daarom kijken wat er beter kan bij de VN en dat samen met medestanders agenderen.” 

Het liedje van noodhulp is nog te vaak Too Much, Too Little, Too Late

Over de VN-organisatie UNICEF is Ploumen overigens zeer tevreden. Op het verzoek van PvdA-Kamerlid Roelof Van Laar krijgt de hulporganisatie dit jaar 15 miljoen euro extra. Dit komt bovenop de al toegezegde 10 miljoen euro uit het nieuwe noodfonds. Het geld wordt gebruikt om kinderen in crisisgebieden van scholing te voorzien en een verloren generatie te voorkomen.

Europees stempeltje?
De Kamerleden spreken zich ook bezorgd uit over de Nederlandse niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Naast de VN-hulporganisaties en het Internationale Rode Kruis gaat een aanzienlijk deel van het nieuwe noodhulpfonds naar Nederlandse particuliere ngo’s. 120 miljoen euro om precies te zijn. Om in aanmerking te komen voor deze centen, moeten de hulporganisaties een Europese keurstempel hebben, een Framework Partnership Agreement (FPA). Momenteel hebben twaalf noodhulporganisaties dit label. De overige ngo’s zouden voor het einde van het jaar een FPA moeten regelen om aanspraak te kunnen maken op de pot van 120 miljoen euro.

Die datum is te ambitieus, vinden alle aanwezige Kamerleden. De ngo’s hebben tijd nodig om de aanvraag voor te bereiden en Brussel zou er twee maanden over doen om deze te behandelen. “Straks lukt dat niet voor het einde van het jaar en sneuvelt een goede organisatie als Stichting Vluchteling om bureaucratische redenen”, waarschuwt Smaling. De minister stemt daarom in met een overgangsregeling: de hulporganisaties hebben nu tot 1 mei 2015 om een FPA te regelen. De poging van Joel Voordewind, Kamerlid voor de ChristenUnie, om geheel af te zien van het Europese keurmerk, wijst Ploumen af. Ze wil niet met een eigen “bureaucratische molen” komen en het wiel opnieuw uitvinden.

Ook over de samenwerking tussen Nederlandse ngo’s wil Ploumen geen uitspraken doen. Van Laar waarschuwt dat “ze vooral samenwerken bij het werven in plaats van tijdens hun werk.” Maar Ploumen gaat daar niet op in. “Nederlandse ngo’s coöpereren in het verband van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), maar het is niet aan mij om te beoordelen of ze dat goed doen. NGO’s gaan uiteindelijk over zichzelf”, aldus de minister.

Humanitair systeem
Wel heeft de minister oren naar het idee van D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma om het gehele humanitaire systeem onder de loep te nemen. “Want met geld ben je er nog niet. Daar begint de noodhulp eigenlijk pas”, vindt Sjoerdma, “hulp komt nu te vaak te laat of helemaal niet terecht bij de hulpbehoevenden. Toegang tot de noodgebieden blijft lastig, net als rampenpreventie. En ondertussen neemt de druk op hulporganisaties toe door chronische crisis als in Syrië. Kortom, het humanitaire systeem piept en kraakt.”

De eerste zeven tot veertien dagen na een ramp schiet de VN-coördinatie en samenwerking vaak tekort

De minister zegt daarom toe om onder meer het rapport van Artsen Zonder Grenzen en een nog te verschijnen evaluatie van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) te onderzoeken. Ook kijkt ze uit naar de Humanitaire Top in februari 2015. “Dan komen Nederlandse hulporganisaties bijeen om te reflecteren op hun werk en het humanitaire systeem. Uiteraard zal ik goed luisteren naar wat zij te zeggen hebben.” Uiteindelijk zal ze de Kamerleden per brief informeren over haar bevindingen. Ook gaat Ploumen kijken naar de mogelijk instrumenten voor rampenpreventie. Dit overzicht zal eveneens worden verwerkt in een Kamerbrief. Tot slot gaat Ploumen, op verzoek van Sjoerdsma, uitzoeken of er een innovatiepotje kan komen om de effectiviteit van noodhulp te stimuleren.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Eva-Huson-foto1

Over de auteur

Eva Huson woont en werkt als freelance journalist in Irak. Ze schrijft over oorlog, migratie en hulp.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief