Op de Koerdische nieuwszenders zijn doorlopend beelden te zien van stromen gevluchte mensen, die berooid in veilig gebied aankomen en ook beelden van IS strijders die rijen in zwart geklede, ontvoerde en geboeide vrouwen wegvoeren. Veelal zijn het yezidi’s, die circa 70 procent van de ontheemden vormen.

Het front tussen IS en de Koerdische peshmerga’s ligt hier op enige tientallen kilometers vandaan. Nog dagelijks proberen mensen door IS gecontroleerd gebied te ontvluchten.

In Noord-Irak – Koerdistan verblijven 900.000 ontheemden. Ook zitten hier nog 400.000 Syrische vluchtelingen. Met de vluchtelingen samen betekent dat op een bevolking van 4 miljoen mensen ruim een derde erbij. Dat is dus wel even wat anders dan die 23.000 asielzoekers die Nederland met 17+ miljoen inwoners vorig jaar binnenkreeg. Hier in Koerdistan zien we regionale opvang in optima forma.

Regionale opvang van vluchtelingen, dat wilden we toch in Nederland?

Vluchtelingenkampen zijn vreselijk
Bijzonder is dat 'maar' 9 procent – ruim 80.000 – van deze mensen in vluchtelingenkampen zit. En dat is maar goed ook. Want vluchtelingenkampen, hoe goed opgezet en waardevol ook, blijven een vreselijke plaats om te moeten zijn. De meeste vluchtelingen zijn hals over kop vertrokken in de kleren die ze aan hadden. Zonder papieren vaak. Zonder geld. Zonder hun familiefoto's. Zonder hun persoonlijke eigendommen. Per tent wordt een familie gehuisvest – hier is een gezin van zes tot tien personen heel gewoon – met vaak als enige spullen dat wat ze sinds hun aankomst hebben gekregen: een aantal matrassen en dekens, wat keukengerei, wat kleertjes voor de kinderen, een aantal zakken voedsel en een fles maïsolie, uitgedeeld door het Wereldvoedselprogramma. Het is in het kamp te heet of te koud, stoffig of modderig, privacy ontbreekt. Er is niets te doen, en de meeste mensen wachten wanhopig op nieuws over hun geliefden of vrienden.

Waar zit de rest?
Als 9 procent van al die ontheemden in kampen zit, waar zit de rest dan? Volgens de gegevens die ik heb gekregen, ziet dat plaatje er als volgt uit: 35 procent van de mensen huurt ergens een kamer of een appartementje. Dat zijn alleen de mensen die hun geld hebben kunnen meenemen en voor de tijd dat ze het zich kunnen veroorloven: zonder inkomen teer je snel in op de reserves. Zo'n 26 procent bij gastgezinnen. Vaak gaat het hier om yezidifamilies. IS beschouwt hen als de ultieme ongelovigen. Ze vormen een hechte gemeenschap en de yezidi's in de veilige gebieden hebben hun huizen opengesteld voor gevluchte yezidifamilies. Dat betekende een enorme extra belasting voor deze mensen, die het zelf vaak ook niet breed hebben.

16 procent van de Irakese vluchtelingen woont in onafgebouwde huizen

Ongeveer 16 procent van de vluchtelingen – rond de 140.000 mensen – woont in onafgebouwde huizen. De afgelopen winter werden deze huizen, die deuren noch ramen hebben, met plastic zeilen afgesloten. Inmiddels hebben organisaties waarmee Cordaid samenwerkt afspraken gemaakt met de huiseigenaren: als zij instemmen met twee winters bewoning door ontheemden, mogen ze de deuren en ramen houden. Dan woont 7 procent van de vluchtelingen, nog altijd circa 65.000 mensen, in kerkelijke gebouwen. 3 procent woont in informele kampen, 2 procent in schoolgebouwen, 2 procent in een hotel of motel, en van 1 procent is het onbekend waar ze verblijven.

Knap staaltje solidariteit
We praten hier van een knap staaltje solidariteit van de Koerdische gemeenschap met hun landgenoten. Want al deze mensen hebben minimaal onderdak, wc's en douches, eten, drinken en medische zorg nodig. Ook onderwijs voor de kinderen is heel belangrijk. Al die noodzakelijke hulp kost veel geld. Geld dat de Koerdische regionale autoriteiten niet hebben. Geld dat evenmin uit Baghdad komt. Geld dat daarom aan de internationale gemeenschap wordt gevraagd. En dat er helaas maar mondjesmaat komt.

De ontheemden zijn afhankelijk van hulporganisaties. Die geven families contant geld naar grootte van de familie, spullen om te leven en hulp bij onderdak.

Ook de VN levert hulp. Op dit moment, aldus de coördinerende VN-organisatie OCHA, is maar 43 procent van het noodzakelijke bedrag gedoneerd. Ik hoorde vandaag dat het Wereldvoedselprogramma de rantsoenen voor iedereen die niet in een officieel kamp zit, heeft gehalveerd.

Absoluut noodzakelijke minimum
In juni presenteert OCHA een nieuw verzoek om geld. Dit keer hebben ze besloten het bedrag terug te brengen tot het absoluut noodzakelijke minimum om in de humanitaire behoeften van de vluchtelingen te kunnen voorzien. Ik mag toch hopen dat de internationale gemeenschap zijn verantwoordelijkheid neemt en de beurs trekt.

Voedsel, drinken, onderdak en gezondheidszorg zijn elk dag weer even nodig. Er is geen ruimte voor ons als rijke landen te zeggen dat het even niet uitkomt. Het móet uitkomen, voor de mensen hier in de eerste plaats. Maar ook uit welbegrepen eigenbelang. Want als het hier uit de hand loopt, zou het Midden-Oosten wel eens helemaal in brand kunnen komen te staan.

Regionale opvang van vluchtelingen, dat wilden we toch in Nederland? Ik kijk uit naar een genereus gebaar van de Nederlandse politiek om dat loffelijk streven kracht bij te zetten.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Simone Filippini is directeur van ontwikkelingsorganisatie Cordaid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief