Vrouwenbesnijdenis moet aangepakt worden, vinden de woordvoerders Ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer eensgezind. Maar wie gaat dat betalen? OneWorld vroeg het aan VVD-Kamerlid Ingrid de Caluwé.

Hoe komt de Kamercommissie zo eensgezind over dit onderwerp? “Het gaat om onderdrukking van de vrouw. Daartegen gaan we als Nederland de barricaden op. Zolang vrouwen worden besneden, is dat een teken dat ze in een maatschappij niet als gelijkwaardig worden gezien aan de man. En gelijkheid is een voorwaarde om vrouwen de kans te geven om zich economisch te ontwikkelen. De strijd tegen vrouwenbesnijdenis is dus onderdeel van het verbeteren van de sociale status van de vrouw. En dan heb ik nog niet eens over de lichamelijke ongemakken.”

Zoals? “Bloed- en urineverlies, pijn bij het vrijen en tijdens de bevalling, noem maar op. Nadat de schaamlippen zijn verwijderd, wordt wat er rest dichtgenaaid. Er blijven twee kleine gaatjes over. Als de vrouw moet bevallen, scheurt alles uit. Daardoor kan ze volledig incontinent raken en voortdurend plas en poep verliezen. In Kano, Noord-Nigeria, heb ik de Nederlandse dokter Kees ontmoet. ‘Ik repareer vrouwen’, zei hij. Dokter Kees stond van ’s ochtends vijf uur tot ’s ochtends elf uur vrouwen te opereren. Hij lapte ze zodanig op dat de vrouwen weer enigszins een normaal leven konden leiden.”

 

 

 

400 miljoen vrouwen Vrouwenbesnijdenis komt met name voor in Afrika (o.a. Guinee, Mali, Sudan, Somalië en Egypte) en in het Midden-Oosten (o.a. Saudi-Arabië, Jemen, Irak). De ingreep betekent meestal de verwijdering van de binnenste schaamlippen en de clitoris. Schattingen over het aantal besneden vrouwen lopen uiteen van 150 miljoen tot 400 miljoen wereldwijd. In Nederland zijn diverse migrantenorganisaties actief om dit taboe-onderwerp bespreekbaar te maken binnen de diaspora en in het moederland. Eind juni organiseerde AWEPA (European Parlementarians with Africa) in de oude rookzaal van de Tweede Kamer een bijeenkomst voor beleidsmakers, Kamerleden en experts. Vertrekkend CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier werd door een delegatie van Kamerleden, onder wie Ingrid de Caluwé, bedankt voor haar jarenlange inzet tegen vrouwenbesnijdenis. Ferrier: “Ik beschouw het als mijn erfenis dat mijn collega’s de strijd voort blijven zetten.”

 

Maar wie gaat dokter Kees betalen als het hulpbudget zou dalen van 4,4 naar 1,4 miljard, zoals de VVD nu ook voorstaat in haar verkiezingsprogramma? “Wat ons betreft richt de Nederlandse overheid zich op water, voedselzekerheid en ‘srgr’ (sexual and reproductive health en rights), waar vrouwenbesnijdenis onder valt. Maar ‘srgr’ hebben we in ons programma aids/hiv genoemd, want buiten de ontwikkelingssector weet niemand wat je bedoelt met ‘srgr’. Met name voorlichtingsprogramma’s kunnen gefinancierd worden vanuit de overheid. Maar om het probleem echt aan te pakken, moeten we groot en internationaal inzetten op wereldwijde campagnes via VN-organisaties. Denk aan het Partnership for maternal and newborn child health van de Wereldgezondheidsorganisatie.”

U ziet geen rol voor particuliere ontwikkelingsorganisaties? “Het probleem is dat er te veel van zijn, alleen al in Nederland honderden, en dat ze langs elkaar heen werken. We willen natuurlijk die vrouwen helpen, maar die help je niet door structureel subsidie te geven aan die organisaties. Als je een bepaald probleem gaat aanpakken, moet je op dat moment een coalitie sluiten met organisaties die daar geschikt voor zijn, maar ook met het bedrijfsleven en de wetenschap.”  

U heeft de afgelopen tijd veel gedebatteerd met vertegenwoordigers van die ontwikkelingsorganisaties. Wat vinden zij van uw ideeën? “Als het om geld gaat, sluiten ze de gelederen. Voor het veiligstellen van hun budget werken ze ineens wél samen. Ze voeren een heel sterke lobby die zich vooral concentreert op het behouden van subsidie. Ik moet ze wel nageven dat ze steeds meer kijken hoe ze zelf geld binnen kunnen halen. Plan Nederland bijvoorbeeld genereert 80 procent zelf, Cordaid gaat richting de 50 procent. Over hoe de hulp beter kan, denken ze zeker mee. Achter de schermen komen mensen wel naar me toe om te zeggen dat het eigenlijk ook wel te gek is, die honderden organisaties. Ze zijn het met ons eens dat we veel internationaler moeten opereren en samenwerken met het bedrijfsleven. Maar iedereen zegt dan meteen: anderen doen dat nog niet, maar wij wel al.” 

 

Morele plicht
Ontwikkelingshulp is geen kerntaak van de overheid, schreven Ingrid de Caluwé (VVD-Kamerlid) en Stef Blok (VVD-fractievoorzitter) op 16 juni in de Volkskrant. ‘Waarom moet de Nederlandse overheid haar inwoners verplichten om 0,7 procent van het nationaal inkomen af te dragen aan ontwikkelingshulp?’ Als we een morele plicht voelen tegenover medemensen die het minder hebben, hoeven we die niet af te kopen via de overheid, maar kunnen we zelf het rekeningnummer van een ontwikkelingsorganisatie opzoeken op internet. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking kan daarmee met 3 miljard euro worden verlaagd naar 1,4 miljard euro, aldus de twee politici.

 

Maar toch, het lijkt nu net of die organisaties het probleem zijn, maar zij zijn toch ook een middel om ook uw doel te bereiken: vrouwen helpen ontwikkelingslanden. Ik zeg ook niet dat ze geen nuttig werk doen, ze doen heel nuttig werk, maar dat moet de overheid en daarmee de Nederlandse burger niet verplicht financieren. Ze moeten hun eigen broek ophouden, eventueel fuseren en geld bij jou en mij ophalen als wij dat willen. Het ontwikkelingsbudget kan echt minder. Nederland is gekke Henkie niet. We waren vorig jaar het enige land in Europa dat het toegezegde bedrag (0,7%, van het BNI, red.) besteed heeft. Zweden heeft zich weliswaar gecommitteerd aan 1 % van het BNI, maar niet uitgegeven.”

Op welke berekening baseert u eigenlijk die 1,4 miljard? We hebben bekeken wat er nodig is als Nederland zich inzet voor een aantal thema’s in tien landen. Tel daarbij op zo’n 300 miljoen euro voor de VN en een half miljard euro voor het ontwikkelingsfonds van de Europese Unie.”

U hebt er veel vertrouwen in dat de Nederlandse burger de portemonnee trekt om de kliniek van dokter Kees te steunen. “Mensen blijven ook in crisistijd geven als organisaties duidelijk maken waarvoor ze strijden, hoe ze werken en waar het geld terechtkomt. Ik ben zelf ook donateur. WarChild en Artsen zonder Grenzen redden het met vrij weinig subsidie.”

Maar kindsoldaten en hongersnood doen het beter bij grote publiek dan vrouwenbesnijdenis. “Met moeilijke onderwerpen moet je meeliften met onderwerp dat makkelijker verkoopt. Kijk naar tuberculose. Dat is niet zo’n sexy onderwerp, maar het Tuberculosefonds sluit slim aan bij het Aids-fonds. Allianties sluiten dus.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Lonneke van Genugten

Over de auteur

publicist

Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en Guinee, maar ook over mondiale trends, beeldvorming, feminisme en duurzame lifestyle.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief