Soms, heel soms, kom je figuren tegen die zo schilderachtig zijn dat je gelijk weet: die vergeet ik nooit meer. Mr. Fabakary Fadera is zo iemand. De gedrongen Gambiaan, 37 jaren jong, is één brok energie. Dat mag ook wel, want Mr. Fadera, Faba voor vrienden, staat aan het hoofd van een Afrikaanse grootfamilie. Daarmee is hij direct verantwoordelijk voor het wel en wee van niet minder dan 60 familieleden.

Al die mensen wonen – zoals de meeste Gambianen – in een groot, vervallen gebouw op een ommuurde compound in een wijkje zonder verharde wegen. Ik ben daar beland via Lonneke, een Nederlandse vriendin die werkt voor Nice, een organisatie die in Gambia internetcentra opricht.

Eerder die dag ontmoette ik Faba bij een voetbalwedstrijd tussen de lokale grootmachten Gebe FC en Sky Power. Stukken boeiender daar dan de spijkerharde wedstrijd was de weergaloze drumband, ritmesectie van een deinende groep dames die de hele pot lang onvermoeibaar strijdliederen brulden.

Na afloop rijden Lonneke en ik met Faba mee naar zijn compound. Nou ja, rijden – voortdurend moet Faba stoppen om iemand de hand te schudden. Iedereen op straat wil even contact met hem. Ongelooflijk genoeg wordt Faba ondertussen ook nog platgebeld op twee mobiele telefoons. “Dis, my friend, is why I’m called Telecenter”, zegt Faba met een knetterende lach.

We maken ook nog even een tussenstop op de compound van Faba’s oudere broer. Een van de vele kinderen daar, een ventje van een jaar of twee genaamd Obama, schrikt zó van mijn verschijning dat hij gillend van het huilen in zijn moeders rokken vlucht, tot grote hilariteit van alle aanwezigen.
Eindelijk aangekomen op zijn compound introduceert Faba zijn eigen vijf kinderen. “Hoelang wil je eigenlijk nog doorgaan met kinderen krijgen?”, vraagt Lonneke, het overvolle huis rondkijkend. “As long as my shooting capabilities are intact – if you know what I mean”, antwoordt Faba direct. Weer die fantastische lach.

Op uitnodiging van een vriend is Faba vijf jaar geleden een zomer in Nederland geweest. Hij werd er meegetroond naar een skibaan: “Dey put me in shoes, I cannot walk. I’m freezing. Also, I almost break my legs!” Grijnzend schudt Faba zijn hoofd. “I was suffering most seriously dat day.” Zo mogelijk nog erger vond hij het zweefvliegen: “I’m sitting in dis plane, with no engine. My mind is not feeling steady at all. Look at dese beautiful buildings, the pilot says. Yes yes, I reply – can we please go down now?” Natuurlijk kon ook fietsen niet uitblijven: “In my whole life I maybe cycle five kilometres. Now, I do thirty five in one day! Next morning, I cannot stand up.” Maar misschien nog wel het vreemdste vond Faba dat het ‘s avonds tot elf uur licht was: “Good night, my friend tells me one evening. Good night?, I say, what good night? It’s only very light outside!”

Ruim na elven is het ook als Faba mij en Lonneke terugrijdt naar onze hotels. Morgenvroeg wacht weer zijn werk als accountant voor een hulporganisatie. En ook zijn beginnende eigen bedrijf – “buying and selling, everything possible” – zal weer zijn aandacht eisen. Zestig monden voeden gaat immers niet vanzelf.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief