In een wereld van onderlinge afhankelijkheid vervagen de belangen van individuele landen en wordt de mondiale aanpak van urgente vraagstukken steeds belangrijker, vindt Gisela ten Kate. De toekomst van ontwikkelingssamenwerking ligt daarom bij Europese coherentie van beleid. Om dat te bereiken hebben we een nieuwe eurocommissaris nodig. Een eurocommissaris voor Internationale Samenwerking die alle dossiers op het gebied van buitenlandbeleid beheert en de mogelijkheid heeft om het helemaal anders te doen.

Mondiale vraagstukken
De toename van de wereldbevolking vergroot de druk op voedselzekerheid, het gebruik van fossiele brandstoffen, de opwarming van het klimaat en de vraag naar grondstoffen en water. Het zijn vraagstukken die we mondiaal moeten aanpakken en waarin de positie van ontwikkelingslanden steeds belangrijker wordt. Hiervoor is een nieuw samenwerkingsverband nodig waarin niet landen, maar regio´s vertegenwoordigd worden. Een verband waarin ook de Afrikaanse regio een stem heeft. Burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven zijn onmisbaar voor deze verandering; een klimaat,- of grondstoffencrisis raakt uiteindelijk iedereen. Zij kunnen bijvoorbeeld minderen in vleesconsumptie, maatschappelijk verantwoord ondernemen of de politiek oproepen om met bindende kaders hiervoor te komen.

Nationaal belang
Mondiale samenwerking is mogelijk als landen niet langer vanuit eigenbelang handelen en gaan inzien dat ze op lange termijn vanzelf profiteren van internationale stabiliteit en voedselzekerheid. Toch zoeken landen, waaronder Nederland, naar economisch gewin in hun internationale beleid: de concurrentiepositie van hun bedrijfsleven is vaak doorslaggevend. Een klein land als Nederland heeft baat bij een hechte samenwerking in Europese context. Alleen daar heeft ze een plek aan de internationale vergadertafel. Een gemeenschappelijk Europees buitenlandbeleid is de eerste stap die we moeten zetten op weg naar wereldwijde samenwerking.

Super-eurocommissaris
Een verschuiving van verantwoordelijkheden naar Europa is verstandig en onvermijdelijk tegelijk. Ontwikkelingen in bijvoorbeeld het Midden-Oosten en de voedselcrisis maken dat Europa niet langer verdeeld kan blijven over het ondernemen van actie. Ik stel voor dat de Europese Commissie met het intreden van haar nieuwe mandaat aanzienlijk minder eurocommissarissen en aanzienlijk meer zeggenschap krijgt. Er komt een eurocommissaris Internationale Samenwerking met volledige verantwoordelijkheid voor handel, ontwikkeling, humanitaire hulp en buitenlandse zaken. Als al deze gebieden door één persoon worden aangestuurd, zullen langetermijnoplossingen en eerlijke handel eindelijk realiteit kunnen worden. Nederland behoudt ruimte voor eigen ontwikkelingsbeleid, maar coördinatie van hulp en afspraken over partnerlanden en taakverdeling liggen in Europa. Daarbij hoeft deze Eurocommissaris zich niet druk te maken om nationale belangen en electorale verwachtingspatronen. Het kan dan over Europese en mondiale belangen gaan waarbij coherentie van beleid het sleutelwoord wordt.

Ons beleid toetsen
Europees beleid moeten we gaan toetsen aan de ontwikkelingskansen van arme landen. Nu beschermt en subsidieert de EU haar landbouwproductie, waardoor boeren in ontwikkelingslanden uit de markt worden geprijsd. Grote bedrijven kopen grootschalig land op waardoor voedselproductie voor de plaatselijke bewoners ernstig wordt beperkt. Landen wereldwijd proberen de toegang tot grondstoffen in Afrika veilig te stellen zonder te letten op lokale omstandigheden. Pensioenfondsen speculeren op voedselderivaten waardoor prijzen van landbouwproducten onvoorspelbaar worden en sterk kunnen stijgen. Zolang we dit soort beleid niet veranderen zullen de doelstellingen van de EU voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding onmogelijk gehaald kunnen worden. De vraag moet steeds zijn: is het beleid wel ontwikkelingsproof? Dit kan Europa vervolgens uitdragen naar de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en bovenal China. De eurocommissaris voor Internationale Samenwerking kan erop toezien dat de EU en Nederland geen bilaterale overeenkomsten meer sluiten maar dat we richting een nieuw mondiaal samenwerkingsverband gaan.

Gisela ten Kate is werkzaam als assistent in het Europees Parlement. Ze heeft onlangs met succes de masterclass Politiek en Internationale Samenwerking van de NCDO afgerond. Tijdens haar studie Europees Beleid volgde ze vakken in internationale ontwikkelingsstudies en ontwikkelingseconomie. 
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief