Hoe kunnen we de nieuwkomers – onder andere asielzoekers – in Nederland opvangen? Hoe zetten we het integratieproces zo snel mogelijk in werking? Moet je een onderscheid maken tussen welke immigranten wel of niet moeten integreren? Afgelopen maandag organiseerde Spui25 een bijeenkomst over ‘De dynamiek van integratiebeleid’ waar deze vragen centraal stonden. Wat blijkt? Gemeenten lopen tegen regels van bovenaf aan en dit vertraagt het integratieproces van nieuwkomers. Bovendien houden beleidsmakers er op elk niveau andere ideeën over immigranten en integratie op na.

Met twee maten meten
Onderzoekster dr. Liza Mügge, universitair docent Gender & Etniciteit aan de Universiteit van Amsterdam, is getrouwd met een in Duitsland geboren man. Dit maakt hun kinderen officieel tweedegeneratie westerse allochtonen. Liza en haar man voeden hun kinderen tweetalig op; zo kijken hun kinderen naar de Duitse variant van Villa Achterwerk. Deze opvoeding wordt in haar omgeving geprezen. Maar gemengde stellen van Nederlands- Turkse komaf die hun kinderen Turkse tv laten kijken of Nederlands én Turkstalig opvoeden krijgen juist eerder kritiek te verduren. Ook voor de mate van integratie lijken er andere maatstaven te gelden voor verschillende groepen migranten. Zo leven Japanners die in Amsterdam (komen) wonen vaak afgesloten van andere groepen in de rest van de samenleving en wordt dit niet als probleem of gevaar gezien, terwijl van Marokkaanse Nederlanders die zich afzonderen snel wordt gesteld dat ze zich veel meer moeten integreren. “Er is dus iets aan de hand”, stelt Mügge. “Er wordt met twee maten gemeten”. De grootse migrantengroep in Nederland komt uit Duitsland, maar deze groep wordt niet gezien als problematisch.

Er is iets aan de hand, er wordt met twee maten gemeten

Aspecten zoals de  religieuze achtergrond en sociale klasse van migranten spelen dus een rol bij de beeldvorming rondom ‘allochtonen’. Vaak leven er allerlei stereotype beelden over allochtonen of migranten. Dit hokjesdenken veroorzaakt onbedoelde effecten op het integratiebeleid. “Deze categorieën zijn de ruggengraat van het beleid. Ze brengen hiërarchieën aan en veroorzaken processen van ongelijkheid en uitsluiting”, aldus Mügge.

Regels van bovenaf zitten gemeenten in de weg
Rinus Penninx, emeritus hoogleraar Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam, vertelt dat het integratiebeleid op Europees, nationaal en lokaal niveau niet zelden tegenstrijdig is. Zo willen burgemeesters van Nederlandse steden het anders aanpakken dan hoe het nationale beleid het voorschrijftt. Utrecht wil bijvoorbeeld asielzoekers vanaf dag één aan de stad binden, om heen en weer gesleep met mensen te voorkomen en om meteen met de integratie te beginnen. Het idee hierachter is dat als je als migrant in Utrecht aankomt, je daar ook blijft.  

Ongeveer de helft van de vluchtelingen die Amsterdam heeft bereikt is onder de 27 jaar oud. Deze jongeren blijken meer getraumatiseerd te zijn door hun verblijf in azc’s dan door de ervaringen tijdens hun tocht door Europa naar Amsterdam.

Ook Amsterdam vindt dat het integratiebeleid wel een schop onder de spreekwoordelijke kont kan gebruiken. Bas van Delden is bij de gemeente Amsterdam verantwoordelijk voor het gehele proces van het begeleiden van werkzoekenden naar werk. De gemeente Amsterdam formuleert integratie als “meedoen en ertoe doen”. Bas van Delden wil dat de gemeente betrokken is vanaf de beginfase, wanneer vluchtelingen worden opgenomen in asielzoekerscentra. Hij ziet immigranten het liefst zo snel mogelijk aan het werk. Maar volgens het nationale beleid mogen nieuwkomers tijdens de eerste 15 maanden van hun verblijf in een asielzoekerscentrum niet tegen betaling werken. “Je wil wat doen, maar het kan niet. Ik wil graag alles in één keer doen in plaats van achter elkaar; ze [niewkomers, red.] kunnen en moeten eigenlijk gelijk aan de slag”, aldus van Delden.

Je wil wat doen, maar het kan niet. Ik wil graag alles in één keer doen in plaats van achter elkaar 

‘EU-burgers zijn al geïntegreerd’
Penninx stelt dat er op het niveau van de Europese Unie weer andere regels gelden:  EU-burgers hebben automatisch recht op verblijf in Nederland; je hoeft niet in te burgeren wanneer je afkomstig bent uit de EU, Turkije of Zwitserland. Mügge voegt daaraan toe dat dat EU-burgers  volgens de wetgeving al geïntegreerd zijn, dus voor hen is geen inburgering nodig. Voor nieuwe lidstaten gelden er andere eisen. In de praktijk betekent het niet dat EU-burgers daadwerkelijk deel uit maken van de Nederlandse samenleving. Er zijn ook steden die ook voor EU-migranten een integratiebeleid willen. Er zijn dus verschillende ideeën over integratie(beleid); dat geldt voor de verschillende schaalniveaus en voor verschillende groepen migranten.

Dilemma’s
Het lijkt misschien logisch om gemeenten meer ruimte te geven om maatwerk te leveren. Integratie gebeurt immers in de wijk of stad. Toch zijn er belangrijke dilemma’s. Zo stelt van Delden de vraag of het voor immigranten wel eerlijk is dat het uitmaakt waar je 'toevallig' terecht komt. Er zijn immers andere regels per gemeente – zo investeert Amsterdam extra in statushouders terwijl andere gemeenten dit niet doen.

De laatste jaren zijn de eisen van het integratiebeleid steeds sterker in termen van cultuur en religie geformuleerd

Besmet beleid
Penninx wijst erop dat het integratiebeleid politiek besmet is. De laatste jaren zijn de eisen van het integratiebeleid steeds sterker in termen van cultuur en religie geformuleerd. Zo hoor je mensen snel dingen zeggen als: ‘nieuwkomers dienen zich aan te passen aan de normen en waarden van onze samenleving’. Deze culturele en religieuze focus is echter maar één aspect van het beleid. Legale en politieke dimensies – heeft deze groep iets te zeggen – en sociaal economische dimensies van integratie verdwijnen de laatste jaren steeds meer naar de achtergrond.

Vooruitdenken: hoe nu verder?
Om de integratie van nieuwkomers te verbeteren wil van Delden een wetenschappelijk klankbord starten. Ook gaat hij de kennis van ‘oud-vluchtelingen’ gebruiken zodat de integratie van nieuwkomers soepeler kan verlopen. Hier is Mügge content mee: “Ik vind het mooi dat de ervaringen van oud-vluchtelingen gebruikt gaan worden als leidraad” . Het blijft wel ‘passen en meten' om op lokaal niveau de integratie van immigranten zo snel mogelijk van start te laten gaan vanwege de restricties van nationale en Europese regelgevingen, zo stelt van Delden. Onder de deelnemers aan het debat lijkt er wel steun voor het opzoeken van de grenzen. Een deelnemer: “Amsterdam durft en is altijd eigenwijs geweest”.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Charlotte Ehrhardt (1991) is stagiaire bij Kaleidos Research, hét onderzoeksbureau op het terrein van mondiale vraagstukken. Ze behaalde …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief