“Sorry, jongens, maar dit kan zo niet langer. We zijn met z’n allen vorig jaar overeengekomen dat er geld moet komen voor de slachtoffers van de ramp in Rana Plaza. En nu betaalt maar een deel van de kledingmerken daaraan mee.” Zo ongeveer, vertelt Ineke Zeldenrust van Schone Kleren Campagne, was de stemming tijdens het Global Forum vorige week in Parijs, waar ministers van EU-landen en opkomende economieën bijeen waren om elkaar te spreken over verantwoord ondernemen.

Merken die wel/niet hebben gedoneerd
De complete lijst vind je hier

Welo.a.:
Inditex (o.a. Zara), Spanje, onbekend bedrag, waarschijnlijk minder dan 1 miljoen dollar.
C&A, België, $690.000,- 
Loblaws, Canada $ 3.370.620,-
Kik, Duitsland, $ 500.000,-
Primark, Ierland, $ 1 miljoen
(plus $ 7 miljoen rechtstreeks aan werknemers New Wave Bottoms Ltd., een fabriek in het Rana Plaza-gebouw)

Niet o.a.:Matalan, Groot-Brittannië
J.C. Penney, VS
Carrefour, Frankrijk
Bennetton, Italië
Adler Modemärkte, Duitsland

Hoog op de agenda
“Compensatie van de slachtoffers stond hoog op de agenda”, vertelt Zeldenrust. Zij was voor OECDWatch (een koepelorganisatie van maatschappelijke organisaties) in Parijs om te lobbyen voor het Rana Plaza-fonds. Het fonds werd eind december 2013 opgezet voor de slachtoffers van het Rana Plaza-kledingfabrieksgebouw, dat op 24 april vorig jaar instortte en aan zeker 1138 mensen het leven koste. Het was de grootste ramp ooit in de kledingsector.
Kledingmerken, fabrieken, vakbonden, maatschappelijke organisaties en de Bengalese overheid hebben toen afgesproken dat er een goede schaderegeling komt, volgens de standaarden van de International Labour Organization ILO, en dat daarvoor 40 miljoen dollar (29,5 miljoen euro) in het fonds moet worden gestopt.

Sorry jongens, maar dit kan zo niet langer

Dat moet anders, vonden ook de ministers in Parijs, en ze besloten hun politieke verantwoordelijkheid te nemen. Nu ligt er een door hen ondertekende slotverklaring, waarin de ministers van Frankrijk, Italië, Denemarken, Groot-Brittannië, Spanje, Duitsland en Nederland beloven dat ze de kledingmerken in hun land gaan aansporen om alsnog, of meer, te doneren. Ineke Zeldenrust: “Dit is een belangrijk politiek signaal. De toon is nu duidelijk: de overheid mengt zich erin.”

Verantwoordelijkheid nemen
Maar in kas zit momenteel 12,5 miljoen euro, nog niet de helft van het benodigde bedrag. Zeldenrust: “Veel merken maken niet bekend wat zij betalen en iedereen wijst naar elkaar. Daarnaast hebben sommige inkopers bijvoorbeeld een half miljoen dollar betaald, en dat vinden ze kennelijk wel genoeg.”

Niet weg uit Bangladesh
Ook minister Ploumen, die zich al langer inspant voor betere omstandigheden in de Bengalese kledingindustrie, gaat in Nederland hiermee aan de slag. In haar speech in Parijs herinnerde ze haar gehoor aan het vorig jaar genomen besluit van merken om niet uit Bangladesh weg te gaan, maar samen met regeringen, ILO, vakbonden en hulporganisaties een oplossing te vinden voor de situatie in de kledingindustrie daar. 

Vrijwillige basis
Terug naar die ministersverklaring. Kan die, hoe goed bedoeld ook, wel iets uitrichten? Storten in het Rana Plaza-fonds gebeurt immers op vrijwillige basis, en er geldt geen minimumbedrag. Ook de OESO-richtlijnen voor bedrijven om verantwoord te ondernemen zijn niet bindend. Zeldenrust: “Toch is die ministeriële verklaring belangrijk, want op het allerhoogste niveau komt er nu stevige druk op de merken, ook van regeringen van grote economieën als Duitsland en Italië.”

Hutje bij mutje leggen
Wat kunnen de regeringen uitrichten? Zeldenrust: “Wij verwachten dat overheden merken gaan aanschrijven, zoals de Britten dat al hebben gedaan en de Duitsers nu ook gaan doen, of dat zij op een andere manier contact leggen met kledingmerken.

Als alle landen hutje bij mutje leggen, dan zijn die 29,5 miljoen euro zó bij elkaar. Verder gaan we ervan uit dat er een verdeelsleutel komt die merken naar vermogen laat betalen.”

Dat halve miljoen van C&A is best bescheiden

Bescheiden bijdrage
Stel dat een merk jaarlijks 20 miljoen winst maakt, dan kan zo’n bedrijf een half miljoen bijdragen. Maakt het merk (veel) meer winst, dan is een bedrag van 2 tot 3 miljoen redelijk. Zeldenrust: “In dit licht is bijvoorbeeld de eerste bijdrage van 500.000 euro van C&A, een onderneming die toch ook vindt dat er een structurele oplossing voor de arbeiders in Bangladesh moet komen, best bescheiden. Het bedrijf maakte in 2012 6,8 miljard euro omzet en had 5,6 procent van de Europese markt in handen. Bij dergelijke cijfers past 5 miljoen euro beter.” Andere merken die hebben betaald zijn o.a.: Primark, Mango en Walmart. Niet-betalers zijn o.a. Benneton, Carrefour en Adler (zie kader).

Verantwoordelijk voor welzijn werknemers
“Op het moment van instorting had C&A geen contractuele relatie met een bedrijf in het gebouw”, reageert woordvoerder van C&A Paulien Straeter via de mail. Er heeft in Rana Plaza geen productie plaatsgevonden in opdracht van C&A in de anderhalf jaar voorafgaand aan de ramp. Wij nemen onze verantwoordelijkheid voor het welzijn van de werknemers in de kledingindustrie zeer serieus. Daarom heeft C&A Foundation 500.000 euro gedoneerd aan het fonds.”

Verzekering voor werknemers
Er is nog een reden waarom het belangrijk is dat het Rana Plaza Fonds een succes wordt. “De regeling is bedoeld als prototype voor de hele kledingsector op grond waarvan schadeclaims in behandeling kunnen worden genomen. Zie het als een ontwerp voor een sociale werknemersverzekering. Als deze opzet lukt, dan kan zo’n verzekering van de grond komen”, aldus Zeldenrust.

Meetlat
Bovendien kan deze regeling ook als meetlat dienen, bijvoorbeeld bij de compensatie van slachtoffers van de Tazreenbrand eind 2012, ook in Bangladesh, waarbij 112 mensen omkwamen. "Veel mensen daar wachten nog altijd op schadevergoeding. C&A, dat kleding in Tazreen liet maken, heeft toen een substantieel schadebedrag uitgekeerd. Maar wie wachten er nog op compensatie, en was die voldoende? Als er een heldere verdeelsleutel komt, kunnen bedrijven als Mango en Kik, die voor ‘Tazreen’ nog niets hebben betaald, alsnog worden aangesproken.”

Blijvende financiële steun
Paulien Straeter van C&A: “C&A had een contractuele relatie met Tazreen Fashion voor de productie van 220.000 sweatshirts, voor C&A Brazilië. De C&A Foundation heeft sinds december 2012 directe financiële steun geboden aan 112 gezinnen die bij de brand een gezinslid hebben verloren en een extra fonds opgezet voor blijvende financiële steun aan 59 andere familieleden die afhankelijk waren van de omgekomen arbeiders. In totaal heeft de C&A Foundation 5 miljoen euro bestemd voor een breed pakket aan toegezegde maatregelen ter ondersteuning van de slachtoffers van de brand in Tazreen.”

Heel globaal houdt de compensatieregeling voor Rana Plaza in dat slachtoffers de helft van hun toenmalige salaris krijgen doorbetaald. Zeldenrust: “En als je dan weet dat die maandsalarissen tussen de 30 en 50 euro liggen, dan kunnen we deze situatie toch niet langer zo laten voortduren.”

Beeld: Flickr/DfID

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
annemiek huijerman

Over de auteur

Journalist, leest en schrijft graag over Zuid-Azië en het Midden-Oosten, en volgt de internationale kledingindustrie.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief