Hoe stem je de zorg af op mensen en hoe betrek je mensen zelf bij de zorg?  In veel  Afrikaanse landen is dat vanwege een gebrek aan zorgvoorzieningen lastig. Gewapend met mobieltjes kunnen zorgverleners in de buurt steeds gemakkelijker diagnoses stellen en kunnen toeleveranciers van zorgproducten handiger producten leveren. Ook kunnen patiënten hun wensen beter kenbaar maken. 

Wereldwijde gezondheid krijgt weinig aandacht in het Nederlandse beleid. En dat terwijl grensoverschrijdende gezondheidsproblemen, zoals antibiotica-resistentie, steeds belangrijker worden. Op Wereldgezondheidsdag presenteerde Kaleidos Research het rapport ‘Health has no borders’ en een filmpje dat in één minuut laat zien hoe onze gezondheid samenhangt met andere delen in de wereld. Op 27 mei vindt een afsluitend debat plaats 'Health & the City' in Pakhuis de Zwijger.

In 1978 maakte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Alma Ata afspraken over gezondheid wereldwijd. De lat lag hoog: het ging om gezondheid in brede zin van het woord. Gezondheid begon al thuis, preventie was belangrijk om gezondheidsproblemen te voorkomen en er lag nadruk op de relatie tussen gezondheid en veilig drinkwater, goede sanitaire voorzieningen, voeding, onderwijs en een dak boven je hoofd. Zorg dicht bij huis was cruciaal en daarmee ook de rol van de  ‘Community Health Workers’.

De praktijk viel echter tegen. Het bleek onmogelijk om iedereen thuis te bereiken en het opbouwen van een vertrouwensband tussen gezondheidswerker en patiënt was lastig. Instellingen en programma’s waren bovendien vooral gericht op het helpen van zieke mensen en minder op het voorkomen van ziekten. In Ghana en Zambia moest ik als tropenarts menig training van personeel in gezondheidscentra afzeggen vanwege ‘een spoedje’ in het ziekenhuis.

Systeem versus Gemeenschap
Om deze problemen het hoofd te bieden deed het 'systeemdenken' haar intrede. Gezondheidswerkers, financiering, medische producten, informatie, bestuurlijk vermogen en de te leveren medische zorg waren volgens de WHO de pijlers van het gezondheidssysteem in een land. In veel ontwikkelingslanden kwamen deze pijlers samen in publieke 'National Health Service'. Er was echter onvoldoende geld om de gezondheidszorg goed te organiseren en het bestuur van deze diensten bleek vaak gebrekkig.

Dat kwam ook door de rol van donorlanden. Die stemden hun hulp niet goed af: niet met elkaar en niet met de lokale overheid.

In die publieke zorgsystemen was het ook heel lastig om de zorg aan te laten sluiten bij inzichten uit en mogelijkheden van de gemeenschappen of 'communities'. Zo zag ik  ik in Zambia problemen als alcoholisme en huiselijk geweld. Als gezondheidswerker weet je dat teveel drinken slecht voor je is. Maar je staat met lege handen als blijkt dat werkeloze jongeren hun toevlucht tot alcohol nemen en vervolgens zorgen voor geweld en overlast in de buurt. Ook speelden er problemen rond onvruchtbaarheid. We probeerden mensen ervan te overtuigen dat minder (vaak) kinderen krijgen ook veel voordelen had. Maar het niet kunnen krijgen van kinderen is ook voor de mensen daar wel een groot probleem. Het was niet altijd mogelijk de zorg goed af te stemmen op wat mensen nodig hadden.

Een wereld te winnen met het mobieltje
In veel ontwikkelingslanden besteden huishoudens in totaal evenveel aan medische zorg als overheid en donoren samen. Maar de kwaliteit van de gezondheidszorg en informatievoorziening laat vaak te wensen over. En zonder het juiste professionele advies vallen mensen snel ten prooi aan charlatans.

Met goede voorlichting valt er  nog een wereld te winnen. Het mobieltje blijkt daarbij een uitkomst. Naast het geven van voorlichting via het mobieltje, kunnen voorlichters en zorgverleners hun klanten ook behandelen, preventiemiddelen voorschrijven of doorverwijzen. Met eenvoudige tests kan een Community Health Worker bijvoorbeeld zelf vaststellen of iemand malaria heeft en de behandeling beginnen. Ook kunnen verschillende gezondheidswerkers zich gemakkelijker als kleine zelfstandigen ontplooien. Dat geldt ook voor leveranciers. Klanten krijgen bijvoorbeeld met een SMS-code een elektronische tegoedbon. Daarmee kunnen ze gratis of met korting diensten of producten ophalen, zoals condooms, muskietennetten of een taxirit naar de zwangerschapscontrole. Vervolgens kan de winkelier of taxichauffeur de 'E-bon' met een gratis SMS’je verzilveren. Met mobieltjes kun je bovendien gemakkelijk de tevredenheid over geleverde diensten nagaan. Zo komt er toezicht op het werk van de medische ondernemers en kan er gewerkt worden aan gerichte supervisie.

Zorg-ecosysteem
Op die manier ontstaat langzaam een soort ’zorg-ecosysteem’. Waar voorheen de medische hulp de handel vaak omzeilde door gratis van alles bij scholen en gezondheidscentra te droppen, gebruikt de hulp de handel nu juist om zorg dichter bij huis te krijgen. Mobieltjes maken een interactief systeem mogelijk waardoor hulp veel beter aansluit bij de vraag uit de communities. En communities krijgen op hun beurt beter zicht op wat zij zelf kunnen. Nieuwe technologieën maken diagnostiek en behandeling eenvoudiger. De thuis- en buurtzorg kan zo veel meer dan vroeger. Communities kunnen ook beter duidelijk maken wat ze van het reguliere zorgsysteem verwachten en zijn zo minder afhankelijk van wat het ziekenhuis hen te bieden heeft.

Het gaat bovendien om meer dan enkel mobiele telefoons met wat apps die de zorg makkelijker maken. Elektronische tegoedbonnen voegen echt waarde (van de hulp) toe aan de markt (de handel). Dit levert banen op, inkomen en betere zorg dichterbij huis.

Nieuwe technologie maakt het dus mogelijk om communities en mensen zelfredzamer te maken. En eenvoudig opgeleide zorgverleners kunnen met behulp van mobiele telefonie meer doen. Supervisie en ondersteuning zijn niet meer afhankelijk van de beschikbaarheid van een dokter die zich anders vrij moet maken uit het ziekenhuis. Met het mobieltje staat de ondernemende community health worker sterker en lijken 37 jaar na dato onze ambities van Alma Alta toch binnen telefonisch bereik.

Marco Gerritsen is tropenarts en werkt op het Ministerie van Buitenlandse Zaken


Dit is deel zeven in de blogreeks over mondiale gezonheid. Lees ook het eerste deel over de veiligheid van jouw groente en deel twee over investeren in moeder- en kindzorg, deel drie over investeren in gezondheidswerkers, deel vier over het rendement van investeren in de zorg, deel vijf over toegang tot de zorg en deel zes over de toegang tot medicijnen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Marco Gerritsen is tropenarts en werkt op het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief