“Met de auto of te voet?”, vraagt Asif nieuwsgierig. Hij wil graag de tweedehands bus laten zien die de Quaid-i-Azam universiteit hem als donatie schonk. Straks als hij het voertuig heeft opgetuigd met allerlei audiovisuele middelen aan boord en een zonnepaneel op het dak, gaat hij er mee langs scholen door Pakistan om de jeugd enig milieubesef bij te brengen. “Hier gooit bijna iedereen zijn chipzakjes en plastic flesjes op straat”, zegt hij boos.

asif in zijn bus
Asif achter het stuur van zijn milieubus. Foto: Wilma van der Maten

De bus staat ergens op een parkeerplaats op het universiteitsterrein, op nog geen tien minuten lopen. Zijn team, afgestudeerde milieudeskundigen, klaagt dat het buiten veel te heet is. “De meeste Pakistanen zijn niet voor een wandeling te porren”, vertelt Asif. Ook niet tijdens de koele wintermaanden. Zelfs het ritje naar de groenteboer om de hoek wordt in de auto afgelegd. “Reken maar eens uit hoeveel vergiftigende gassen dagelijks onnodig de lucht ingaan.” Geen wonder dat de Pakistaanse steden als Rawalpindi en Peshawar in de top vijf van het WHO van ‘s wereld meest vervuilde metropolissen staan.   

Vouwfietsen

Asif wil te voet naar de bus. De vrouwen uit zijn team, waarvan enkelen gesluierd en van top tot teen gekleed, puffen. Buiten is het veertig graden. Asif negeert ze. Hij zit niet alleen boordevol energie, hij somt een reeks van plannen op om de leefomgeving van de Pakistanen te verbeteren. “We zouden fietsen op het universiteitsterrein moeten aanschaffen.” Hij denkt daarbij aan de vouwfietsen in het Kroller Muller Museum op de Hoge Veluwe, waarmee de studenten zich over het universiteitsterrein kunnen verplaatsen. Hetzelfde idee heeft hij voorgesteld bij Westerse ambassades op de compound voor diplomaten in de hoofdstad. Nu rijden er stinkende bussen rond. De vrouwen proesten het uit. “Niemand fietst in Pakistan. Alleen de armen die geen geld voor een bromfiets of auto hebben. Bovendien kan ik niet eens fietsen”, lacht een vrouw.

Niemand fietst in Pakistan, alleen de armen die geen geld voor een bromfiets of een auto hebben

Asif schudt zijn hoofd. Hij is niet verbaasd over de uitslag van een wereldwijd onderzoek naar de betrokkenheid van burgers bij hun leefomgeving (bron Jana, een milieubureau in Bosten) waaruit blijkt dat Pakistanen, na Russen en Indiërs het minst zijn geïnteresseerd in een ‘schoon milieu’. De kennis is er. Hij wijst naar rijen onderzoeksrapporten in de grote glazen kasten in het milieudepartement. “Niemand doet er wat mee”, zegt hij hevig verontwaardigd. In de boekhandels of de bibliotheek van de universiteit zijn ze niet eens verkrijgbaar.

Toch liegen de feiten er niet om. De Wereldvoedselorganistie, de FAO, waarschuwt dat Pakistan elk jaar bijna 11.000 hectares aan vruchtbaar land verliest door overstromingen, landverschuivingen en een chronisch tekort aan irrigatiewater. Maar ook de boeren putten hun kostbare grond uit door te veel pesticiden uit te strooien. Tussen 1981 en 1999 nam het gebruik van chemicaliën met meer dan 1100 procent toe. De FAO berekende dat bodemerosie de staat bijna 10 miljoen dollar per dag kost. Terwijl bijna de helft van de Pakistanen werkzaam is de landbouwsector, met 21 procent de grootste pijler van de economie.

Energieverspilling en klimaatverandering

Asif richtte na zijn studie Milieukunde de Eecofoundation op. Hij noemt zich niet een activist maar een ‘sociaal-ecologische ondernemer’. Hij is vooral geïnteresseerd in energiegebruik en hoe je daar spaarzamer mee kunt omgaan. In Pakistan is momenteel een groot te kort aan elektriciteit. In de steden en op het platteland is slechts enkele uren per dag stroom beschikbaar. Toch blijkt uit een studie van de Asian Development Bank dat 25 procent van de Pakistanen onnodig energie verspilt. “Ik was recentelijk uitgenodigd voor een bijeenkomst over energiegebruik in het duurste vijfsterrenhotel van Islamabad. Airconditionings en kroonluchters draaiden er op volle toeren. Bijna alle deelnemers kwamen een uur te laat. Ik heb toen voor ze uitgerekend hoeveel kilowatt ze in dat uur hebben verkwist.”

Op een bijeenkomst over energiegebruik draaiden de airconditioning en kroonluchters op volle toeren

Pakistan behoort ondertussen wel tot een van de zwaarst getroffen landen door klimaatverandering. Het staat op de achtste plaats van de wereldranglijst. “Wist je dat er momenteel meer mensen door droogte en vervuild drinkwater omkomen dan bij terreuraanslagen?” Hij staat even stil. 80 procent van de Pakistanen heeft geen toegang tot schoon drinkwater. Van de 1000 geboren baby’s overlijden er jaarlijks 135 aan diarree. In het Tharpakar district in de zuidelijke provincie Sindh stierven in de afgelopen maanden meer dan 200 kinderen door droogte en de gevolgen van ondervoeding.  

“Er moet echt wat gebeuren. Samen met Ethiopië staan we boven aan de lijst van landen waar binnen enkele jaren een grote waterschaarste dreigt.” Helaas, hij voelt zich een roepende in de woestijn. Hoe hard hij ook schreeuwt en met welk gedegen onderzoek hij de minister van Klimaatverandering en zijn ambtenaren ook om de oren slaat, niemand luistert. “Milieu is geen onderwerp bij onze regeringsambtenaren. Er valt geen geld te verdienen”, zegt hij cynisch.

schoolkinderen in Pakistan
Schoolkinderen waarmee Asif over het milieu sprak. Foto: Wilma van der Maten.

Enthousiaste kinderen

Maar hij heeft hoop. Hij is net terug uit de Noordelijke gebieden waar de bergbewoners afhankelijk zijn van het smeltende gletsjerwater. “Door klimaatverandering is dit watersysteem voor de bewoners in de vallei van Hunza zo veranderd dat ze niet meer weten wanneer het water komt.” Met kinderen voerde Asif intensieve discussies hoe ze zuiniger met water moeten omgaan. “De leerlingen regeerden allemaal even enthousiast. Ze begrijpen dat ze een ramp staat te wachten als ze nu niet beter voor de omgeving zorgen waarin ze leven.”

Inmiddels is Asif met zijn team bij de bus aangekomen. In het open voertuig zonder ramen en deuren – beter voor de toegankelijkheid – rust zijn team op de banken even uit. Zelf neemt hij trots plaats achter het stuur. “Al mijn spaargeld is op. Ik heb alles in dit project gestoken. Voor de volgende ronde is het wachten op de barmhartigheid van donoren.”

Als hij straks zijn milieurit door Pakistan erop heeft zitten, wil hij eenzelfde busproject in Nederland uitvoeren, waar zijn vrouw en twee kinderen wonen. “Nederlandse kinderen zijn niet veel beter dan hun Pakistaanse leeftijdgenoten. Ze laten ook hun lichten branden, hun laptop en iPad aanstaan, terwijl ze naar buiten rennen om er te fietsen of te voetballen.” Voor de wereldverbeteraar Asif is nog genoeg in de wereld te doen.   

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief