De personal trainer prikt in mijn vinger voor een druppel bloed. “Voel je niets van.” Hij meet mijn glucose, cholesterol en vetpercentage. Mijn gewicht, Body Mass Index (BMI) en middelomtrek heeft hij al gemeten. “Je bent te zwaar. Nu is dat nog oppervlakteschade – je cholesterol en glucose zijn in orde. Maar als je niets doet, kom je vanzelf in de risicogroep voor diabetes en hart- en vaatziekten.” Dat ik te zwaar ben, wist ik wel. Maar dat mijn ideale, meest gezonde gewicht zo’n 30 kilo geleden is, is een klap in mijn gezicht. Met een BMI van 34 punten ben ik officieel obees. Een waarheid die ik lang kon negeren, maar die tijd is nu voorbij. Door te meten heb ik van die status quo een verantwoordelijkheid gemaakt, míjn verantwoordelijkheid.

Alles meten kan heel verslavend zijn

Daarmee heeft de quantified self (zelfkennis op basis van data) zich onder mijn huid genesteld. Wie wil zichzelf nu nomineren voor fysieke ongemakken op de lange termijn? Diabetes, hart- en vaatziekten sla ik liever over als het even kan. Gelukkig ben ik ruim op tijd om in te grijpen. “Gewoon minder calorieën consumeren dan je verbrandt”, roept de personal trainer.
Zo begin ik mijn quantified leven: een Fitbit Flex-armband om mijn activiteit, aantal uren slaap en calorieverbruik te meten, in de Foodzy-app voer ik in wat ik eet, en Moves houdt bij waar ik ben en bepaalt op basis van snelheid of ik daar lopend, fietsend of met ‘transport’ gekomen ben.

Muesli invoeren
Als ik op dinsdagochtend heb ontbeten, log ik meteen in op mijn persoonlijke datadashboard. Ik zie dat ik vannacht net geen zeven uur heb geslapen en dat ik mijn ontbijt nog lang niet heb verbrand. De muesli die ik eet, blijkt niet zo goed voor je als de verpakking je laat geloven. En ik moet vandaag nog veel bewegen! Voor het eind van de middag heb ik al zeker drie keer ingelogd op de website waar al mijn data verzameld worden, om te zien wat ik net heb gegeten, waar ik ben geweest, en hoeveel calorieën ik daarmee heb verbrand. Belachelijk, want was ik daar niet gewoon zelf bij?

Meten met een armband

De FitBit Flex meet op basis van je bewegingen hoe actief je bent. Hij houdt bij hoeveel stappen je zet op een dag en hoeveel uur je slaapt.

“Alles meten kan heel verslavend zijn”, beaamt quantified self-expert Nicholas Felton. “Soms verzamel je data simpelweg omdat het kan. Misschien wil je daar niet aan toegeven?” Ironisch advies van een man die sinds 2005 vrijwel alle aspecten van zijn leven meet: zoals waar hij is geweest, welke muziek hij luistert en wat hij heeft gegeten en gedronken. Om die data te verzamelen, gebruikte hij een Fitbitarmband en apps op zijn telefoon – waaronder het door hem ontwikkelde Reporter, waarbij je jezelf op gezette tijden vragen kunt laten beantwoorden om je gemoedstoestand te meten.
Ook schreef hij van alles op in notitieblokjes. “Bijhouden waar je met wie praat en waarover kun je niet automatiseren. Uiteindelijk ben ik daarmee gestopt omdat het elk gesprek onderbrak en veel werk was.” Een probleem waar ik al tegenaan loop als ik wil bijhouden wat ik eet. Mijn vriend wordt ongeduldig: “Ben je nu bezig met je telefoon? We gaan eten.”

Data gaan om kwantiteit, maar is kwaliteit niet belangrijker?

Lente-effect
Voor quantified self-geïnteresseerde Inge de Waard, die onderzoek doet naar e-learning, zijn die onderbrekingen van gesprekken of maaltijden die het invoeren en noteren met zich meebrengen een reden om zo min mogelijk te meten. “Data gaan om kwantiteit, maar kwaliteit is veel belangrijker”, legt ze uit. “Geluk hangt niet af van data.” De quantified self zou volgens haar nog in de ‘utopische fase’ zitten: “Volgens sommigen is meten het antwoord op alles, maar daar geloof ik niet in. Het begin van de lente heeft meer effect op me dan mijn glucoseniveau.” Meten met een duidelijk doel voor ogen zou de kwantiteit van data kunnen verbinden aan de kwaliteit van leven, vindt De Waard. “Ik meet alleen wat een direct effect heeft op de kwaliteit van mijn leven. Mijn glucose bijvoorbeeld; ik ben diabetespatiënt.”

Digitaal geweten
“Een handje druiven, hoeveel gram is dat?” Alles wat ik eet en drink wordt genoteerd. Als ik met mijn vriend koffie ga drinken, neemt hij cheesecake en ik chocoladetaart. Heerlijk, maar het zijn wel ruim 326 kilocalorieën. Als ik dat invoer in mijn telefoon voelt het alsof mijn mobieltje tegen mij zegt: “Meisje, dat was toch niet nodig!” Kijk ik daarna op mijn Fitbit hoeveel ik heb bewogen, dan lijken de oplichtende lampjes tegen me te zeggen: “Bijna zesduizend stappen – dat is veel, maar nog lang geen tienduizend!” Ik heb geen engeltje op mijn schouder, maar techniek in mijn broekzak en om mijn pols om me bij de les te houden.
Gezonde, actieve volwassenen zouden zo’n tienduizend stappen per dag moeten zetten, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Reden voor de makers van Fitbit om dat als dagelijks doel in te stellen. Geen enkele dag zet ik die tienduizend stappen die zo gezond voor me zouden zijn. Op vrijdag bezoek ik een congres over de ‘homo infographicus’. Met de bus zou ik er in een halfuurtje kunnen zijn. Maar dat betekent wel zitten in de bus en zitten tijdens de conferentie. En dus weer geen tienduizend stappen. En als ik op de fiets zou gaan? Uiteindelijk fiets ik ruim een uur heen en ruim een uur terug. Als ik mijn fiets ’s avonds weer in de tuin zet, branden de lichtjes van mijn armband goedkeurend: ik heb genoeg bewogen.

Jezelf meten leidt tot grotere inzichten voor een kleine groep

Een voor allen
Zonder meten was ik nooit op de fiets gestapt. Meten is weten, en op basis van kennis kun je betere beslissingen nemen. Maar vooralsnog wordt niemand anders dan ikzelf beter van mijn data. Kan ik door mijzelf te meten de wereld verbeteren? Volgens Maarten den Braber wel. Hij is quantified self-deskundige en organisator van de Europese Quantified Selfconferentie, die jaarlijks in mei plaatsvindt. “Jezelf meten leidt tot grotere inzichten voor een kleine groep, en soms voor een superkleine groep: jijzelf. Wetenschap leidt tot een beperkt inzicht voor een grote groep mensen”, legt hij uit. “Als een wetenschapper iets onderzoekt, gaat hij er vanuit dat alle andere factoren gelijk blijven. Dat is echter zelden het geval.
Omstandigheden kunnen bij iedereen anders zijn en de gegevens beïnvloeden. Bij onderzoek naar diabetes mogen patiënten geen andere ziekten hebben. Want die ‘kleuren’ de data.” Wanneer je jezelf en je omgeving meet, weet je precies onder welke omstandigheden je hebt gemeten, vervolgt Den Braber. En in tegenstelling tot een wetenschapper hoef jij er niet vanuit te gaan dat andere factoren gelijk blijven: sterker nog, je weet hoe ze veranderden. De FitBit-Flex-armband meet bijvoorbeeld de uren dat je slaapt; jij weet dat je korter hebt geslapen vanwege een sollicitatiegesprek de volgende dag.
“Inzichten op basis van jouw data kunnen van grote waarde zijn voor een kleine groep mensen in vergelijkbare omstandigheden.”

Winny: "Vooralsnog wordt niemand anders dan ikzelf beter van mijn data…"

Hartslag en fijnstof
De quantified self maakt het mogelijk om als minderheid het verschil te maken voor veel meer mensen. “Er is een cardioloog die een quantified self-community vraagt om hun hartslagdata met hem te delen voor zijn onderzoek”, aldus Den Braber.
Andere initiatieven zijn PatientsLikeMe.com, waar patiënten hun eigen data kunnen delen met anderen. En iSPEX, waarbij mensen worden uitgenodigd de hoeveelheid fijnstof in hun omgeving te meten met hun telefoon. Op basis daarvan worden kaarten gemaakt die straks iedereen kan raadplegen. Een van de partners achter iSPEX is het Longfonds.
Eind goed al goed? Voor mij is het einde nog lang niet in zicht. De juiste apps staan dan wel op mijn telefoon, maar nu moet ik het ook nog volhouden: meer bewegen, minder snoepen, gezonder eten, voldoende slapen. Er is nog genoeg te meten en te verbeteren. Gelukkig kan ik zeggen dat ik het niet alleen voor mijzelf doe: door mijn data te delen, draag ik bij aan een betere wereld.

Meer weten of zelf meten
Check het lijstje met tools en apps voor de quantified beginner op oneworld.nl/qs-tools
Dataliefhebbers die Winny’s data willen downloaden, kunnen terecht op data.ncdo.nl/dataset/quantified-self-data

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Winny de Jong is datajournalist bij OneWorld. Zie ook de OneWorld Data Atlas. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief