Er komt steeds meer ontwikkelingshulp uit China. In de afgelopen tien jaar is de hoeveelheid hulp van China aan ontwikkelingslanden jaarlijks gemiddeld met ruim 20 procent gegroeid. Inmiddels geeft China, kort geleden zelf nog een ontwikkelingsland, zelfs meer geld aan ontwikkelingslanden dan een Westers donorland als het Verenigd Koninkrijk. Het Amerikaanse Brookings Institute onderzocht waarom en aan wie China hulp geeft.

[[{“fid”:”49939″,”view_mode”:”default”,”fields”:{“format”:”default”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”attributes”:{“style”:”height:276px; width:581px”,”class”:”file-default media-element”}}]]

Vooral naar Afrika
Ongeveer de helft van de Chinese hulp gaat naar landen in Afrika, tussen 2000 en 2013 ging er 31,5 miljard dollar aan hulp uit China richting het Afrikaanse continent. Volgens Brookings werden er in dezelfde periode bijna 1.666 projecten in 51 Afrikaanse landen opgezet, samen goed voor 69 procent van alle Chinese projecten. Er zijn slechts vier Afrikaanse landen waar China geen diplomatieke relatie mee heeft, namelijk Gambia, Burkina Faso, Swaziland en Sao Tomé en Príncipe. Deze kaart laat zien waar de Chinese projecten zich bevinden.

Officiële vs. onofficiële hulp
Toch worden niet al die projecten gezien als ‘echte’ ontwikkelingshulp. Officiële ontwikkelingshulp, in het Engels Official Development Assistance (ODA) is financiële hulp gericht op het versterken van economische ontwikkeling en welzijn in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld donaties en leningen tegen zeer lage rente. De internationale organisatie OESO registreert welke financiële stromen er naar ontwikkelingslanden gaan en in hoeverre deze voldoen aan de criteria voor officiële ontwikkelingshulp. Van de 1.666 projecten kunnen er ruim duizend onder ‘officiële ontwikkelingshulp’ geschaard worden, de rest zijn meer commerciële investeringen. De OESO noemt deze laatste categorie ‘Other Official Flows’ (OOFs).  

Infrastructuur en industrie
Het leeuwendeel van de hulp aan Afrika is gericht op het verbeteren van de infrastructuur en industriële ontwikkeling, bijvoorbeeld in sectoren, zoals transport, energie en mijnbouw. Slechts een klein deel van de Chinese hulp gaat naar sociale sectoren, zoals gezondheid en onderwijs. Volgens sommigen richt China zich vooral op infrastructuurprojecten om zelf makkelijker te kunnen exporteren naar de Afrikaanse markt. In haar ‘Afrika-beleid’ stelt China zelf dat infrastructuur ontwikkeling dé weg ontwikkeling is. Ook hebben de Chinezen zelf veel expertise op het vlak van bouw- en infrastructurele projecten. Bovendien is het principe van non-interventie (geen bemoeienis met binnenlands beleid) één van de basisprincipes van het Chinese buitenlandbeleid, net als het nastreven van wederzijdse voordelen. Daardoor zou China zich prettiger voelen bij projecten gericht op infrastructuur, dan op sociale projecten die aan het binnenlands beleid van landen raken of waaraan ze zelf geen voordeel hebben.  

Betere hulp
Er is veel kritiek op de Chinese hulp, stellen onderzoekers Yunji Zhang en Yun Sun. Zo zou Chinese hulp vooral bedoeld zijn om grondstoffen te bemachtigen, met name naar autoritaire regimes gaan en corruptie in de hand werken. Ook zou de hulp de allerarmsten niet bereiken. Maar er zijn de laatste jaren ook verbeteringen in de Chinese ontwikkelingshulp. Hoewel infrastructuur en industrie nog steeds het grootste aandeel van de totale officiële ontwikkelingsprojecten in Afrika uitmaken, versterkt China de hulp aan sectoren die te maken hebben met het maatschappelijk middenveld. Zo zijn er steeds meer projecten op het vlak van sociale dienstverlening, op het gebied van voedselzekerheid en voor verbeterde ontwikkeling van vrouwen. Het Brookings Institute stelt dan ook dat de "Chinese officiële ontwikkelingshulp zich, ondanks de bestaande uitdagingen, ontwikkelt in een positieve richting." 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Gabi Spitz werkt als senior onderzoeker bij Kaleidos Research (Stichting NCDO).
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief