Reizen door West-Afrika lijkt wel wat op manische depressiviteit. Het ene moment voel je je euforisch, het volgende ogenblik wil je eigenlijk het liefste dood.

Te beginnen bij dat laatste gevoel: het loopt tegen middernacht, en ik zit sinds het einde van de middag in een stilstaand koekblik op het Gare Routière Pompiers, Dakars belangrijkste busstation. Overdag is Pompiers al een nare plek – heet, goor en chaotisch – maar zo in het donker wordt het hier ronduit naargeestig. Al helemaal nu er buiten een knallend onweer gaande is dat het station heeft omgetoverd in een reuzenmodderpoel vol ronddrijvend vuilnis. Bijkomend nadeel van de hoosbui: de bus lekt als een vergiet. Nou ja, het feit dat de voltallige busbevolking langzaamaan doorweekt raakt maakt eigenlijk helemaal geen verschil, want door de ondraaglijke hitte dreef iedereen toch al in zijn eigen zweet.

In de bus heerst onafgebroken lawaai. Mobieltjes braken muzak, kinderen brullen, de stationair draaiende motor raspt en schuurt als een vastlopende tunnelboor. (Waarom zet die idioot van een chauffeur die motor trouwens niet gewoon af?) In de stoelen achter mij hangen twee rochelhoestende peuters lamlendig in de armen van hun moeders. Op de vlechten van de één prijkt een feloranje Unox-muts, om de uitgezakte boezem van de ander hangt een T-shirt met de tekst ‘Wer nicht kotzt, säuft nicht am Limit’.

Door het gangpad wurmt zich een constante stroom verkopers, kinderen veelal, die hun koopwaar hoopvol in mijn gezicht proppen. Als afleiding probeer ik de stank te ontcijferen die als een klamme deken in de bus hangt. Een kroeg de ochtend na een woest feest… kleding waar het weer in zit… ontbindend vlees… Te oordelen naar de vliegen die iedereen voortdurend belagen, ligt er onder deze of gene stoel  inderdaad iets te rotten. En over insecten gesproken: word ik nou gestoken door muggen of niet? Malaria – iedereen die langere tijd in deze regio verblijft schijnt een keer voor de bijl te gaan.

Waarom vertrekken we verdomme niet? De reden bevindt zich voorin de bus: een kluwen kerels die verwikkeld is in een verhitte, aan vechten grenzende discussiemarathon. Waarover weten ze zelf waarschijnlijk ook al niet meer, maar daar gaat het ook niet om. Discussiëren – of preciezer: elkaar met uitpuilende ogen, vooruitgestoken borstkas en priemende vingers zo hard mogelijk in elkaars gezicht blaffen – is hier een doel op zich. Misschien is het een ritueel om de hiërarchie in de groep te bepalen, misschien is het gewoon een verzetje voor mannen die verder veelal niets om handen hebben. Hoe dan ook, als we rond half een ‘s nachts eindelijk vertrekken, heb ik mezelf beloofd: dit doe ik nóóit meer.

De volgende dag is er plotsklaps dat tegenovergestelde gevoel. Aan de grens tussen Senegal en Guinee – mijn reisdoel is hoofdstad Conakry – ben ik overgestapt in een majestueuze, antieke Peugeot 505. In een zachte zetel zit ik naast de chauffeur, een pezige, vriendelijke vent. Normaalgesproken zitten hier in Guinee twee personen, maar op aanraden van een collega heb ik beide plaatsen gekocht. Mijn buik is aangenaam vol, want zoëven ben ik door Guineese douaniers uitgenodigd mee te lunchen. Fantastische Afrikaanse gastvrijheid: als er eten is, dan krijgen gasten gegarandeerd de beste portie. Het landschap hier is prachtig, heuvelachtig en onwerkelijk groen in het heldere zonlicht. Een windje waait me in het gezicht. De weg is gloednieuw en spiegelglad.

Dat het asfalt enkele uren later zal plaatsmaken voor een van kraters aaneenhangend pad, dat de wielas nog zal breken, dat ook dit voertuig niet geheel waterdicht zal blijken, dat ik in het holst van de nacht nog tot mijn middel door modderwater zal waden, dat ik nog zal slapen op beton in mijn natte plunje, dat weet ik dan allemaal nog niet. Voor het moment ben ik doordrongen van het besef: reizen is fantastisch. Ik zou morgen zo weer in die bus stappen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief