Zaad en kunstmest financieren, zodat boeren op tijd kunnen zaaien en oogsten en een hogere opbrengst per hectare hebben. Dat klinkt heel logisch. Toch heeft in ruim vijftig jaar Keniaanse landbouwpolitiek niemand daaraan gedacht. Een nieuw project gaat bij ontwikkelingshulp uit van de ontvanger.

Zeventwintig! Mamma Gladys (63) straalt als ze het getal noemt van het aantal zakken maïs dat ze per acre heeft geoogst dit seizoen. Haar man had met 20 zakken maïs een stuk minder. Toen ze in 2006 haar baan verloor als diëtiste in het naburige missie-ziekenhuis was ze minder vrolijk. 

Competitie in het huishouden? ‘Men are lazy’, zegt ze en barst in lachen uit. Waarna ze zich corrigeert. ‘Mijn man is 80 jaar oud, maar hij helpt me nog steeds op het land.’ Pure noodzaak, blijkt als ze later vertelt dat ze ook nog eens astma heeft en op koude dagen nauwelijks de ene voet voor de andere kan zetten. Maar daar is weinig van te merken op deze zonnige dag. 

Mijn kinderen heb ik allemaal een goede opleiding kunnen geven

‘We hebben samen zeven kinderen. Vijf wonen aan de kust en twee studeren in Nairobi aan de Mount Kenya University. Maar het had gemakkelijk anders kunnen lopen’, zegt Gladys bescheiden maar zichtbaar trots. Gladys is één van de vele vrouwen die deelneemt aan het programma van Agrics om boeren te assisteren bij het vóór-financieren van de oogst en van het zaaiseizoen. 

Wacht eens even, is dat niet een beetje uit de tijd: boeren helpen bij het werk dat ze prima zelf kunnen? Niet echt, zegt de Keniaanse Raymond Chepkwony, bij social enterprise Agrics in Kakamega als business manager verantwoordelijk voor het ondersteuningsprogramma: ‘We proberen de boeren te helpen met dat deel van hun werk waarmee ze de meeste problemen hebben: het van te voren betalen van kunstmest en zaad.’ 

Doorbreken

Wat Raymond en zijn collega’s doen is het doorbreken van een cyclus van oorzaak en gevolg die boeren in één van de meest vruchtbare gebieden van Kenia arm houdt. Door de cirkel op die plaats te onderbreken waar de gevolgen het meest voelbaar zijn, kunnen boeren in sommige gevallen de opbrengst van hun stukje land bijna verdubbelen. 

Vroeger werd de oogst in veel gevallen meteen opgegeten

‘Doordat ik op tijd kan zaaien en bemesten, kan ik meer maïs oogsten’, zegt Gladys. ‘Nu ik meer heb dan we nodig hebben voor eigen consumptie, kan ik een voorraad aanhouden en die verkopen op een tijdstip dat ik geld nodig heb.' Ze gaat me voor naar haar voorraadschuurtje dat vol staat met zakken maïs. Raymond knikt: ‘Vroeger werd de oogst in veel gevallen meteen opgegeten.’ 

Bereik

Agrics werkt in Tanzania en in Kenia vooral in het westen, rond Kakamega. In de regio wonen naar schatting van ICS (de ‘moeder-ngo' van Agrics) bijna 1.000.000 boeren. Rond 2018 moet een groot deel van die boeren bereikt zijn met het programma. Tot nu toe heeft Agrics ruim 25.000 boeren als klant. ‘Het zou mooi zijn als Agrics binnen twee jaar 100.000 boeren kan bedienen’, vindt Raymond. Met een gemiddelde gezinsomvang van zes tot zeven kinderen, betekent dat in de praktijk de levens van 600.000 tot 700.000 mensen worden beïnvloed. 

High value crops

Agrics probeert boeren ook oogsten die meer geld opleveren te laten verbouwen, in Agrics-jargon high value-crops zoals pinda’s, zonnebloemen en soja. ‘Er bestaat een enorme behoefte aan zonnebloemzaden bij de fabrikanten’, volgens Raymond. ‘Als wij het aanbod kunnen afstemmen op de vraag, dan winnen beide partijen. ‘Landbouw begint zo van zelfvoorzienend en noodzakelijk, steeds meer te lijken op een bedrijf waarmee je gezonde winst kunt maken. 

De Keniaanse economieDe groeiverwachting voor de Keniaanse economie is 5,9 procent voor 2016 en 6% voor 2017. Vergeleken met andere landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, doet Kenia het minder goed. Een recent rapport van de wereldbank zet het Oost-Afrikaanse powerhouse op de tweede plaats na Zuid Afrika, maar wel met de nodige mitsen en maren. De agrarische sector is één van de achterblijvers, de groei is not-inclusive en de armoede is nog steeds prominent. De gemiddelde Keniaan geeft bijna 30 procent van zijn inkomen uit aan ugali (maïs, het belangrijkste voedsel in Kenia). De maïs behoort tot de duurste in Afrika beneden de sahara en toch lijken lokale boeren weinig beter te worden. De agrarische sector en de industrie zijn niet in staat geweest om genoeg banen te creëren voor de Keniaanse economie.

De Kakamega-regio is gelegen in West Kenia, en is door de combinatie van ruim voldoende neerslag, een hele vruchtbare bodem en een goede groeitemperatuur één van de beste gebieden om landbouw te bedrijven. Toch verdienen veel boeren nauwelijks genoeg om over een serieuze business te kunnen spreken. 
De enorm lage productiviteit draagt niet bij aan de aantrekkelijkheid van de sector: een gemiddelde koe geeft nog geen 15 kilo melk per dag en een acre (grofweg een kwart hectare) levert gemiddeld 27 bags maïs op (de eenheid waarin de hoeveelheid maïs gemeten wordt in Kenia. Een ‘bag’ is 90 kilogram.) Bovendien houdt het mensen arm. Als je geluk hebt, dan kun je met de winst de kinderen naar school sturen. 

Hinder

Voordat een kilogram kunstmest een boer bereikt, zijn er al twee partijen die er grof aan verdiend hebben: de groothandel en de tussenpersonen. Dat is in iedere handelssituatie zo, zou je zeggen. Maar door de armoede kunnen boeren niet zelf naar de kunstmestfabriek om de kunstmest te kopen. Dus kunstmest kopen wordt een hinder. Zeker als de prijs ook nog eens verdubbeld door die tussenhandel. Andere factoren die het opbouwen van een winstgevend bedrijf in de weg staan is de cultuur van land verdelen. Ieder kind krijgt de helft van het land van de ouders. Na generaties opdelen is het land zo versnippert dat er onmogelijk van de opbrengst te leven is, niet echt sexy dus om in landbouw te gaan. 

Mamma Gladys en haar manFoto: Arjen Westra

Verbazingwekkend is de veerkracht en het doorzettingsvermogen van Mamma Gladys. Met enige emotie vertelt ze hoe ze na vijfentwintig jaar trouwe dienst op haar 53e haar baan verloor als zuster in het nabijgelegen missieziekenhuis. 'Als ik te eten wilde hebben en de rest van mijn kinderen ook naar school wilde sturen moest ik op het land werken. Ik had weinig keuze.' Mamma Gladys kwam in contact met Agrics en besloot de proef op de som te nemen. En met succes: de opbrengst van haar akkertje sprong van 20 naar 27 zakken (bags) maïs; en ja: 'Mijn kinderen heb ik allemaal een goede opleiding kunnen geven.' 

Niet alleen de smal scale farmers zoals Gladys, zijn de klanten van Agrics. Ook op een andere manier probeert the social enterprise, zoals de NGO in transitie zich graag noemt, boeren te ondersteunen. Boeren kunnen met een kleine aanbetaling een Pluimvee-Pakket kopen bestaande uit kippengaas, een handleiding om met lokaal beschikbare producten voer te maken en een aantal kuikens. 

AgricsAgrics stelt kleine boeren in Kenia en Tanzania in staat om agrarische ‘inputs’, zoals gecertificeerde zaden en mest, aan te schaffen op krediet. Ter aanvulling op dit basispakket biedt Agrics ook kippen, solarlampen, opslagfaciliteiten en de huur van een tractor.  De boer heeft zo'n zes maanden de tijd om de kosten af te betalen.  Agrics verdient geld door een kleine marge te vragen op de produkten die ze op krediet ‘verkoopt’ aan haar klanten. In 2012 is Agrics gestart met 1.000 boeren als klant. Begin 2016 is dit aantal gegroeid naar bijna 30.000 boeren. Agrics Kenya en Agrics Tanzania draaien gezamenlijk een omzet van 1,3 miljoen USD. Onlangs heeft de onderneming impact investeerders aangetrokken, om door te kunnen groeien naar 108.000 boeren in 2018 en een geschatte omzet van 7,9 miljoen dollar. Agrics heeft bovendien plannen het werkgebied uit te breiden naar buurland Oeganda in 2016/2017.

Krediet

‘Voor de duidelijkheid: we geven niets weg, boeren betalen voor onze service’, zegt Raymond. Iedereen kan deelnemen aan het programma. ‘Het idee is om op termijn ook een grotere marktpartij te vormen waardoor we als boeren een vuist kunnen maken naar afnemers. Tot nu toe is het aantal deelnemende boeren boven verwachting gegroeid zegt Raymond. ‘Het voordeel is zo evident, dat de meeste boeren niet lang hoeven na te denken of ze willen deelnemen of niet.’

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief