Minder dan een week nog, dan zijn er verkiezingen in Senegal. Althans: als ze doorgaan, want al weken rolt het normaal gesproken gezapige land van de ene woedende demonstratie tegen de regering in de andere. Vier doden vielen er al, en de oppositie zegt het land pas echt goed te gaan ontregelen als de stemlokalen komende zondag daadwerkelijk open gaan.

Het grootste – maar lang niet enige – pijnpunt is de verkiesbaarheid van president Abdoulaye Wade (85) voor een derde termijn. Je kunt je natuurlijk sowieso afvragen of een hoogbejaarde niet liever met zijn kleinkinderen zou gaan spelen, maar het gaat de Senegalezen om iets anders: de Senegalese grondwet verbiedt een president meer dan twee ambtsperiodes. Wade’s verweer is dat de constitutiewijziging pas inging tijdens zijn eerste termijn (de verandering was, o ironie, dus Wade’s eigen initiatief!), die derhalve niet meetelt. Tja.

De vraag blijft: waarom wil Wade – een man die een reputatie heeft te verliezen als voorvechter van de in Afrika als voorbeeld geldende Senegalese democratie – nu ineens koste wat kost aan de macht blijven? Een steevast genoemde reden is dat Wade’s overheidsapparaat de afgelopen jaren is verworden tot een übercorrupte moloch waarin mensen voor het behoud van hun dikbetaalde baantjes direct afhankelijk zijn van het aanblijven van hun chef. Die is daarmee gijzelaar geworden van een systeem dat hij zelf hielp scheppen.

Kortgeleden sprak ik hierover met de grootvader van een vriend van me. “Wel veertig ministers hebben we momenteel!”, greep de grijsaard vertwijfeld naar zijn voorhoofd. “Allemaal vriendjes van Wade!” Ter controle nam ik eens een kijkje op de Senegalese regeringswebsite www.gouv.sn. Half voor de grap eigenlijk, want aan officiële instanties in West-Afrika is online meestal nog minder eer te behalen dan in het echt. Maar ziedaar: ik vond een keurige ministerslijst.

Het kwartier daarop werd mijn grijns steeds ongeloviger. Senegal, een landje van twaalf miljoen inwoners, telt inderdaad liefst veertig ministers. Onder hen zijn een minister van Ecodorpen, Waterbassins, Artificiële Meren en Viskwekerijen (geen grap); een minister van Decentralisatie en Lokale Gemeenschappen; een minister van Sociale Actie en Nationale Solidariteit (die doet de laatste tijd dus écht iets niet goed); en een minister voor Onderhoud van Institutionele Relaties.

Behalve uitgesproken belachelijke posten herbergt de Senegalese ministerploeg onwaarschijnlijke overlappingen. Zo is er een minister van Onderwijs, maar ook een minister van Universiteiten, Regionale Universitaire Centra, Hogescholen en Wetenschappelijk Onderzoek, een Minister van Lager Onderwijs, Middelbaar Onderwijs en Nationale Talen én een Minister van Technisch Onderwijs en Beroepsopleidingen. Op agricultuur zitten een minister van Landbouw, een minister voor Verwerking van Agriculturele Producten en een minister van Vee.

Karim Wade (‘zoon van’, inderdaad, ook al niet zo fris) is onder meer minister van Luchttransport, terwijl een ander Wegtransport en Railtransport bestiert. Die minister heeft ook Ruimtelijke Ordening onder zijn hoede, terwijl weer een ander minister is van Behuizing, Constructie en Hydrauliek, en wéér een ander minister van Stadsplanning en Sanitatie.

Volgt u het nog? Precies, ik ook niet. Maar ik zie al die ministers en hun vriendjes wél dagelijks door Dakar scheuren in hun glanzende dikke terreinwagens. Geen wonder dat al die gewone Senegalezen, die nog geen nagel hebben om hun kont te krabben, zo boos zijn.

 

 

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief