Veel nieuws en analyses over de regio Zuidoost-Azië komen van de hand – en de microfoon – van Michel Maas. Naast zijn correspondentenwerk is hij ook romanschrijver. Zijn romans hebben een vertrouwd decor voor de lezer en kijkers van de journalist Michel Maas.

In zijn nieuwste boek, Commandant Konijn, beschrijft Michel Maas de ervaring van een oorlogsjournalist tegen de achtergrond van de Kosovaarse oorlog en Thaise rellen. Maas maakte deze conflicten zelf mee. Hij was als enige Nederlandse journalist in Kosovo aanwezig, en werd neergeschoten tijdens de rellen in Bangkok. Commandant Konijn ligt dicht tegen de waarheid aan en borduurt voort op Maas’ eigen ervaringen: “Het is in fictie gegoten, maar het is wel mijn verhaal.”

Wat is het grote verschil tussen uw reportages en Commandant Konijn?
“De manier waarop je het opschrijft. Ik had van Commandant Konijn een feitelijk verslag kunnen maken, maar dat was niet het verhaal dat ik wilde vertellen. Ik wilde het menselijke verhaal vertellen. Fictie is de enige vorm om dat goed op te schrijven, anders wordt het ontzettend saai of wordt het een vorm van therapie.”

Was de keuze voor de menselijke invalshoek ook de reden om weinig achtergrondinformatie te geven over de politieke situatie in Kosovo of Bangkok?
“Ik heb Commandant Konijn zo geschreven dat het zich in elke willekeurige oorlog ter wereld kan afspelen. Naar mijn gevoel verschilt het werk van de journalist in al die oorlogen niet van elkaar. De namen, plaatsnamen zijn anders, het klimaat is misschien anders, maar het verhaal op zich blijft hetzelfde. Of je het nou in Kosovo plaatst of Afghanistan.”

Hoe doet u dat, die twee activiteiten combineren?
“Je moet jezelf in tweeën splitsen. In het begin is het werk aan een roman heel rommelig. Je zit dan in de fase van aantekeningen maken, maar zodra je echt aan het boek begint, ben je twee mensen. Journalistiek en literatuur zijn twee totaal verschillende manieren van schrijven. In de journalistiek heb je 700 woorden om een heel verhaal te vertellen. Een roman heeft een ander ritme. Je kunt andere spelletjes spelen met de taal. In het begin is het heel moeilijk om de journalistiek los te laten en dat andere schrijven te beoefenen. Dat kost tijd. Daarna wordt het weer moeilijk om niet al te mooi te willen doen in het journalistieke verhaal.”

Er zit altijd veel sfeer in mijn verhalen

Waarom bent u na twintig jaar weer begonnen met schrijven van een roman?
“Ik heb afgelopen twintig jaar hard gewerkt. Vlak na het verschijnen van mijn eerste roman kreeg ik de kans om correspondent te worden. Ik ging naar Oost-Europa en dat heeft veel energie en aandacht opgeëist. Je kunt je voorstellen dat je, als je in de oorlog in Kosovo terechtkomt, niet ook nog een roman schrijft. Het heeft lang geduurd voordat ik weer op een moment kwam om verder te gaan met een boek. Nu heb ik tussendoor de rust kunnen nemen om een boek te schrijven.”

Foto: Michiel van Nieuwkerk

Ging het schrijven makkelijker omdat u al eerder een roman had geschreven?
“Het was net zo moeilijk. Het hielp dat mijn eerste roman, De vleugels van Lieu Hanh, goed was ontvangen. Ik won er de Geertjan Lubberhuizenprijs mee, en was apetrots. Ik kreeg de prijs uit handen van Maarten Toonder, wat nog mooier was. Dat geeft je het gevoel dat je het moet kunnen. Maar je weet ook dat het tweede boek het moeilijkste is, het eerste boek gaat vanzelf. Ik heb in het verleden wel aanzetten gemaakt voor een volgende roman, maar ik liep steeds vast: tijdgebrek, en ik kon de scheiding tussen werk en schrijven niet zo goed maken.

Vijf jaar geleden ben ik in Thailand neergeschoten. Ik had later steeds het gevoel dat daar een verhaal in zat, ik wist alleen nog niet wélk. Het moest kennelijk even bezinken.  Pas twee jaar later ontstond het idee om de conflicten in Kosovo en Thailand met elkaar te verbinden. Toen wist ik hoe ik mijn tweede roman wilde aanpakken.”

Gebruikt u literaire aspecten in uw journalistieke werk?
“Ik heb een eigen manier ontwikkeld om journalistieke verhalen te brengen: er zit altijd veel sfeer in. Dat heeft een reden. Wanneer ik het nieuws heel droog vertel, interesseert het geen mens. Ik denk dat je iets veel belangrijkers doet als je de sfeer kunt overbrengen. En door een verhaal sfeervol op te schrijven, kom je meteen op het grensvlak van journalistiek en literatuur.”

Details geven het verhaal vlees en bloed

“Soms voert het emotionele aspect zelfs de boventoon in mijn reportages. Dat komt omdat ik een hele hoop ellende moet beschrijven. Drie dagen na de tsunami arriveerde ik in Atjeh, waar 180.000 mensen in een tijdsbestek van een half uur zijn weggevaagd. Daar kun je je niks bij voorstellen, zo verschrikkelijk was het. Overal lagen lichamen; uit het puin staken voeten, handen, armen. Je voelt je zo klein en zo machteloos. Na tien dagen werd ik teruggeroepen naar Amsterdam en moest ik een biertje drinken met collega’s op een feest waar ik helemaal niet aan toe was. De volgende ochtend stapte ik mijn hotel uit en zag overal grijze plastic zakken. Ik schrok me dood, ik dacht aan de lijkzakken die ik in Atjeh had gezien. ‘O god, dit gaat niet goed,’ dacht ik. Toen heb ik een verhaal geschreven voor het Volkskrant magazine waarin ik mijn wanhoop en alles wat ik had gezien bij elkaar heb geveegd tot één emotioneel verhaal.

Na het schrijven had het een plaats gekregen. Wat dat betreft beschermt schrijven je ook tegen al te grote psychische schade. Ik wilde duidelijk maken wat daar gebeurde en wat het met mij deed. Ik denk dat dat óók journalistiek is: dat je met zo’n verhaal beter duidelijk maakt wat zich daar heeft afgespeeld dan een feitelijk verhaal ooit kan.

Al op mijn vijftiende vond ik Curzio Malaparte bijzonder. Hij schreef een nieuw type oorlogsverhalen, dat sprak mij aan. Hij schreef bijvoorbeeld over de Tweede Wereldoorlog waar de Russen op de vlucht waren voor Duitsers. Een groep paarden vluchtte weg van een bosbrand een meer op, zakte door het ijs en vroor vast. Ze hebben maandenlang als ijssculpturen in dat meer gestaan. Dat soort verhalen vond ik fantastisch. Ik vind het mooi dat je details erbij kunt halen die sfeer brengen en die het verhaal vlees en bloed geven.

Niemand vraagt zich af wat de journalist bezielt en hoe hij daar terechtkomt

Beelden zijn net zo belangrijk als sfeer. Van de week schreef ik over de Rohingya in Myanmar, waarbij ik een filmpje op YouTube over hun mishandeling heb gebruikt. Ik bekijk het filmpje vijf keer en laat het goed tot me doordringen. Zo werk ik vaak. Niet met een lijstje met jaartallen en namen, ik begin met de sfeer en de rest vul ik in.”

Waarom heet uw hoofdpersonage dan toch Michel Maas? Wat wilt u de lezer meegeven in Commandant Konijn?
“Doordat Commandant Konijn fictie is kan ik gedachten en emoties tonen die je in de journalistiek moeilijk een plaats kunt geven. Je ziet steeds meer mensen met zo’n kogelvrij vest in de buurt van een veldslag staan, en ik was er dus ook zo een. Niemand vraagt zich af wat de journalist bezielt en hoe hij daar terecht komt. Waarom blijft hij daar, waarom gaat hij ermee door? Er wordt gezegd: ‘Het verhaal moet worden verteld’. Dat klinkt nobel, maar er wordt nooit bij gezegd hoe knullig die journalisten daar vaak bezig zijn. Of hoe verslavend oorlog kan zijn. Dat is een thema in Commandant Konijn: je leidt daar een leven dat helemaal losstaat van je leven thuis. Je krijgt het gevoel dat je alleen maar bij die oorlog wilt zijn. Commandant Konijn vertelt over de verslaving aan de oorlog, over de aantrekkingskracht ervan.”

Waarom heet uw hoofdpersonage dan toch Michel Maas? 
“Omdat het autobiografische fictie is. Het boek staat heel dicht bij de werkelijkheid. Het is in fictie gegoten, maar het is wel mijn verhaal.”

Ben je na het lezen van het interview benieuwd geworden naar Commandant Konijn? OneWorld verloot vijf exemplaren van het boek. Stuur een mailtje naar redactie@oneworld.nl met je naam en adres onder vernoeming van "Winactie Commandant Konijn" als je kans wil maken. Reageren kan tot en met 28 februari. 

Bron hoofdfoto: Mstyslav Chernov, Global Panorama/Flickr

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Rozemarijn is redactiestagiaire bij OneWorld. Behaalde Bachelor of Arts aan Universiteit Leiden. Geïnteresseerd in postkoloniale …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief