Dat de lijst met 34 donorlanden flink wordt uitgedund is geen complete verrassing. Het kabinet Rutte had bij zijn aantreden al aangegeven dat het fors wilde snoeien in het aantal landen waaraan Nederland hulp geeft. De regering nam daarmee een advies over van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

De afvallers
Van de lijst met ontvangers van hulp worden afgevoerd: Bolivia, Burkina Faso, DR Congo, Egypte, Georgië, Guatemala, Kosovo, Moldavië, Mongolië, Nicaragua, Pakistan, Senegal, Suriname, Tanzania en Zambia. Colombia, Vietnam en Zuid-Afrika krijgen een overgangsregeling aangeboden. Welke gevolgen de nieuwe indeling heeft, is nog niet exact in te schatten.

 

MeerwaardeLeidraad bij het opstellen van de nieuwe lijst met donorlanden is vooral de meerwaarde die Nederland als donor kan bieden. Daarnaast wordt ook gekeken naar het nationale belang van Nederland.

 

Op de lijst van landen waar Nederland nog wel hulp aan blijft geven staan Benin, Ethiopië, Mali, Mozambique, Rwanda en Oeganda. Zes landen die op basis van de VN-Millenniumdoelen voor armoedebestrijding hulp verdienen. Nederland blijft zich ook richten op fragiele staten: landen in conflict of waar net een kwetsbare vrede is getekend. Het gaat om Afghanistan, Burundi, Jemen, Palestijnse Gebieden en Soedan.

Bedrijfsleven
Bangladesh, Ghana, Indonesië en Kenia vallen in een laatste categorie die verbredingslanden wordt genoemd. Dit zijn landen waar of een speciale band mee is, zoals Indonesië. Of waar het Nederlandse bedrijfsleven speciale expertise kan uitventen, bijvoorbeeld waterbeheer in Bangladesh.

In het nieuwe beleid van staatssecretaris Knapen wordt van ontwikkelingsorganisaties die subsidie van de overheid ontvangen, verwacht dat zij een groot deel van hun werk richten op de landen die op de lijst staan. Binnen die organisaties wordt dan ook met zeer grote spanning uitgekeken welke landen overblijven. De lijst bepaalt tevens op welke ambassades nog aparte medewerkers zijn voor ontwikkelingshulp.

Regionale samenhang
Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib: “Het is goed dat Nederland kiest voor arme en fragiele landen als Afghanistan, Burundi en Soedan. Maar het is volstrekt onlogisch dat Congo en Pakistan buiten de boot vallen. Als je echt een verschil wilt maken moet je op regionaal vlak inzetten. Als je, zoals dit kabinet wil, zwaar investeert in Afghanistan, moet je ook in Pakistan werken, net zo goed als je niet om Congo heen kunt als je wel inzet op buurlanden als Oeganda, Rwanda, Burundi en Sudan.”

Oxfam Novib vindt het een gemiste kans dat de minister de landenlijst eenzijdig heeft vastgesteld. Karimi: “Het zou logisch zijn geweest om gebruik te maken van de expertise en inzichten van ontwikkelingsorganisaties, die al jaren in deze landen werken. Door niet met ons te overleggen mist de minister een kans om meer samenhang in ons gezamenlijk werk te brengen.”

Foto boven: School in Tanzania (cc) Kim TD. Tanzania staat op de lijst van afvallers.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief