‘Met zoveel interessante sprekers komen we natuurlijk nooit tot één conclusie’, waarschuwt moderator Andrew Makkinga bij aanvang van het evenement, georganiseerd door Vice Versa en Wilde Ganzen. Het is stampvol in de debatzaal van het Haagse Humanity House. Na vier weken online debatteren over ngo’s en lokale fondsenwerving in de nieuwe economieën, komt de ontwikkelingssector nu samen voor de slotconclusie. Interessant zijn de genodigden zeker. Zo zitten onder andere de leiders van drie ngo’s uit India, Kenia en Brazilië aan de discussietafel. De boodschap is duidelijk. Deze middag wordt met in plaats van over het maatschappelijk middenveld van de nieuwe economieën gepraat.

Booming middeklasse
Het debat wordt geopend door Adam Pickering, een Engelse expert op het gebied van lokale fondsenwerving en werkzaam voor de Charities Aid Foundation. Zijn opdracht: het onderwerp inleiden. Want lokale fondsenwerking, wat is dat eigenlijk? ‘Lokale fondsenwerving gaat om het werven van ngo-fondsen in eigen land en is nauw verbonden met de razendsnelle veranderingen in de verdeling van welvaart in de wereld,’ aldus Pickering. Terwijl het Westen door crisis de laatste jaren welvaart heeft ingeleverd, kleuren de groeicijfers van de nieuwe economieën in Azië, Zuid-Amerika en Afrika helder groen. Zo timmerde bijvoorbeeld India in korte tijd flink aan de weg en behoort het land inmiddels tot de top tien van ‘s werelds grootste economieën.

Niet alleen tussen landen veranderen de verhoudingen, ook binnen landen zelf kentert de welvaartsverdeling. ‘Je ziet dat de middenklasse wereldwijd ontzettend groeit’, zegt Pickering verrukt, wijzend naar de reeks fascinerende grafieken in zijn powerpointpresentatie. Zo berekende de OECD onlangs dat de middenklasse in 15 jaar wereldwijd groeit met 165 procent. Ook de wereldwijde koopkracht zal naar verwachting een enorme spurt nemen. ‘En die groei vindt niet hier in Europa plaats, maar vooral in de nieuwe economieën,’  benadrukt de Engelsman, ‘neem de Indiase middenklasse, die zal in 2020 groter zijn dan de die van grootmachten China en de VS.’

Nieuwe gevers
Volgens Pickering is het de booming middenklasse die fondsenwerving in eigen land interessant maakt voor Zuidelijke ngo’s. ‘Deze bevolkingslaag heeft ontzettend veel potentie voor de wereldwijde filantropie. Als de mondiale middenklasse 0,4 procent van haar inkomen aan hulp geeft, kunnen we met z’n allen $223 trillion ophalen,’ aldus de expert, ‘naast geld geven kunnen deze mensen ook een enorme impact kunnen maken in maatschappelijk middenveld door hun tijd en kennis aan te bieden.’  Kortom, veel opkomende economieën beschikken over bron aan nieuwe gevers.

Dat is voor zuidelijke ngo’s geen ongewenste trend, want in eigen land is er vaak nog genoeg te doen. De laatste jaren vond namelijk nog een demografische verschuiving plaats: het gros van de armen woont niet langer in lage-inkomenslanden, maar juist in middeninkomenslanden als de opkomende economieën. Maar is de nieuwe middenklasse eigenlijk geïnteresseerd in de armen in hun land? Krijgen Zuidelijke ngo’s steun van de bevolking in eigen land?

[[{“fid”:”29724″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”attributes”:{“height”:”327″,”width”:”581″,”alt”:”Africa For Norway – New charity single out now!”,”class”:”media-element file-file-styles-artikel-volle-breedte”}}]]

'Africa for Norway'-song

Gaan we een toekomst met omgekeerde rollen tegemoet zoals in deze parodie van een groep Zuid-Afrikaanse studenten en Noorse NGO?

Heft in eigen handen
Volgens Janet Mawiyoo, directrice van de Keniaanse ngo KCDF, wel. ‘Al komt die steun niet per sé vanuit middenklasse. Juist veel arme Kenianen zijn heel bereid om te geven. Onze overheid schiet nog vaak tekort als het om basisservices gaat. Natuurlijk moeten ze eigenlijk schoon water, goede schoolgebouwen en straatverlichting regelen, maar daar is gewoon te weinig geld voor. Daarom doen veel Kenianen het zelf,’ Aldus Mawiyoo.

Haar organisatie helpt Kenianen met het inzamelen van geld voor hun projecten. ‘We hanteren een matching-principe: de lokale organisatie regelt zelf de helft van de fondsen en wij vullen de andere helft aan. Dat werkt goed. Mensen zijn ontzettend trots als ze bijvoorbeeld schoolverlichting zien die ze zelf hebben betaald met geld uit gemeenschap.’ Over buitenlandse financiering is Mawiyoo niet erg te spreken. ‘Financiële hulp van buitenaf is niet per sé  slecht, maar de manier waarop die wordt gegeven vaak wel. Geldschieters luisteren te weinig naar wat de vraag van de Zuidelijke ngo zelf is. Bovendien wordt geld vaak alleen gegeven voor projecten, terwijl je voor de projectkwaliteit ook in organisaties zelf moet investeren,’ aldus Mawiyoo.

Groeiende ngo-repressie
De Braziliaanse Viviane Herminda sluit zich bij Mawiyoo aan, maar benadrukt dat volledige onafhankelijkheid van Westerse ngo’s en overheden er voor de meeste Zuiderlijke ngo’s nog niet in zit. Te vaak is krijgen de organisaties nog te weinig ruimte en vertrouwen van de nationale overheid om hun werk goed te doen. ‘Dat is de reden dat mijn organisatie in Brazilië heeft gelobbyd om de samenwerking tussen regering en ngo’s beter te regelen en op papier vast te leggen. Afgelopen mei is dat eindelijk gelukt.’

Pickering sluit zich bij Herminda aan en verwijst naar de wereldwijde trend van groeiende repressie tegen ngo’s. ‘Je ziet dat veel buitenlandse overheden niet blij zijn met kritische ngo’s die hen controleren. Ze zetten ngo’s soms weg als Westerse speelbal of  proberen hen monddood te maken met fondsrestricties.’ Zo deed Kenia eind vorig jaar een poging om een wet door het parlement te loodsen die Keniaanse ngo’s verbiedt om meer dan 15 procent van hun fondsen uit het buitenland te ontvangen. Deze wet kwam er niet doorheen, maar was zeker een wake-up call voor de ngo’s om op zoek te gaan naar lokale steun. ‘Ook voor ons als Westerse ontwikkelingssector ligt daar een taak,’ vindt Pickering, ‘we opkomen voor de rechten van Zuiderlijke ngo’s, in hun organisaties investeren en ze juist in contact brengen met hun overheid om meer vertrouwen te creëren.’

Oegandese directeur
Hoewel Zuidelijke ngo’s steeds meer op nieuwe en ouders gevers in eigen land kunnen rekenen, zal de Nederlandse ontwikkelingssector voorlopig dus nog niet met pensioen gaan. Toch ziet Edwin Huizing, directeur van de Nederlandse ngo Hivos,  veranderingen naderen: ‘waarom zou iemand uit Oeganda niet de directeur van Hivos kunnen worden? En ons hoofdkantoor, dat moet Nederland uiteindelijk verruilen voor een plek in een van de landen waar we actief zijn. Er is nog een lange weg te gaan, maar ik hoop dat we het hier binnen vijf of tien jaar echt over hebben.'

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Eva-Huson-foto1

Over de auteur

Eva Huson woont en werkt als freelance journalist in Irak. Ze schrijft over oorlog, migratie en hulp.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief