Vijf vragen aan Henk van Deventer over dit ‘vliegende voedsel’-partnerschap.

[[{“fid”:”28021″,”view_mode”:”file_styles_artikel_kwart_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_kwart_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_kwart_breedte media-element file-file-styles-artikel-kwart-breedte”,”id”:”styles-5-0″},”link_text”:null}]]Henk van Deventer werkt bij TNO aan onderzoek naar food processing en de kwaliteit en samenstelling van voedsel.

Krekels kweken, hoe is dat idee gaan kriebelen?
“Het idee kwam van een externe partij die voorstelde insecten te gaan kweken als voedsel. De innovatie zit ‘m in het kweken. Insecten worden, in veel niet Westerse landen, vooral incidenteel en seizoensgebonden gegeten. Kinderen verzamelen insecten in Kenia en mensen in Oeganda vangen twee keer per jaar ’s nachts met lampen boven golfplaten sprinkhanen in tonnen tijdens de grote sprinkhanentrek.  Een continue kweek van insecten zorgt voor een constante voedselvoorziening. Insecten bevatten hoogwaardige eiwitten en juist die ontbreken in het dieet van de mensen uit de ‘base of the pyramid’ (de allerarmsten 4 miljard mensen met een inkomen van $4 per dag of minder). Het Flying Foods-project kan daarbij helpen.”

De krekel kwam uit de bus als het best kweekbare insect.

Hoe pak je dat dan aan?
“In het begin moet je een hoop vragen beantwoorden. Welke landen? Welke insecten? Welke partners? De krekel kwam uit de bus als het best kweekbare insect. De keus viel op Kenia en Oeganda omdat daar mensen kampen met een tekort aan kwalitatief goed voedsel, terwijl deze landen wel relatief goed georganiseerd zijn. De krekel kwam uit de bus als het best kweekbare insect. Industriële partners en lokale bedrijven moet je overtuigen met een economisch motief, want het project levert de kennis maar zij moeten zelf investeren. Het kweken van krekels sprak de partners die we opzochten aan. Hun enthousiasme was hartverwarmend. Gelukkig vallen we met ons project binnen een trend: insecten rukken wereldwijd op als goed en duurzaam voedsel.”

Hoe gaan jullie om met al jullie partners?
“Wij werken samen met veel verschillende partners, die allemaal expertise hebben op een ander gebied en op hun eigen manier bijdragen. Nederlandse partners schakelen we in als hun kennis nodig is, zoals adviesbureaus, ervaren Nederlandse kwekers, ngo’s en TNO. ICCO doet de coördinatie op lokaal niveau en stuurt o.a. onze Afrikaanse partners aan. We werken met een lokale organisatie waarbij meer dan duizend boeren aangesloten zijn, een apparatenbouwer, een kweker, een universiteit en een lokale ngo.”

Aan tafel heb je meer impact dan over Skype

Hoe gaat de samenwerking met lokale partners?
“Het is belangrijk bij lokale partners dat je gevoel krijgt voor de (ondernemers)cultuur. Hoe stel ik een vraag? Bij wie moet ik beginnen voor goede communicatie? Je moet aanvoelen hoe je het spel moet spelen, en daar heeft een lokale ngo veel ervaring mee. Persoonlijk contact is belangrijk: aan tafel heb je meer impact dan over Skype. Gelukkig kun je in die landen zonder afspraak even langsrijden. Ze maken graag tijd voor je. Het is verbazingwekkend hoe veel je soms in een week ter plekke kunt regelen.”

Tot slot: Hoe krijg je mensen in Kenia en Oeganda zover om krekels te eten?
“Marketing is heel belangrijk want het gebruik van krekels voor consumptie gaat niet vanzelf. We zijn begonnen met marktonderzoek. Hieruit blijkt dat vrouwen vooral gevoelig zijn voor de argumenten over de voedingswaarde van insecten, want krekels kweken en eten is goed voor de gezondheid van je gezin. Mensen eten krekels ook makkelijker als ze verwerkt zijn in bijvoorbeeld brood en koekjes. Dan is het product ook langer houdbaar. Nu is het de uitdaging om lokale producten te maken die nog meer aanspreken, zoals krekel-chapati of krekel-samosa’s.”

Is Nederland ook klaar om insecten te eten?
In Lelystad is net een centrum geopend dat  eetbare insecten promoot. Bekijk de video van Insect Point.

Henk van Deventer werkt bij TNO aan onderzoek naar food processing en de kwaliteit en samenstelling voedsel. Sinds zes jaar zet TNO zich als onderzoeksorganisatie in voor ontwikkelingsprojecten. Dat doen zij door de Innovation for Development-projecten. Lees hier meer.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Student International Economics and Business, Globalization and Development
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief