Haar laatste zin is omineus: "Conflicten zijn dichter bij ons bed dan we denken”.  Voor de bundel ‘Nationaal belang in meervoud’ van de Raad van Maatschappelijke Ontwikkeling schreef onderzoekster Willemijn Verkoren, hoofd van het Centrum voor Internationaal Conflict-Analyse en Management (CICAM) van de Radboud Universiteit, een prikkelende bijdrage: ‘De koopman en de kalashnikov, gewapende conflicten en het Nederlands belang’. Dat haar pleidooi om bij het binnen- en buitenlands beleid meer naar de consequenties voor vrede en veiligheid wereldwijd te kijken (‘de vredesmeetlat’) extra urgentie kreeg door de ramp met de MH-17, kon ze bij het schrijven niet bevroeden. Na de ramp klonk de kritiek op de Nederlandse regering dat ze te veel de ‘koopman’ wilde zijn – vooral in de relatie met Rusland – en daarom politiek/diplomatiek weinig klaarspeelde.  Dat komt aardig overeen met de punten die Willemijn Verkoren in haar essay maakt.

Wat houdt die ‘vredes-meetlat’  in waarlangs we het Nederlandse beleid volgens jou moeten houden?
“Het Nederlands beleid – binnen- en buitenlands – wordt nu nog te weinig in samenhang bekeken. Er is wel een meetlat voor de gevolgen van overheidsbeleid voor ontwikkeling wereldwijd – de Commitment to Development Index. Maar voor vrede en veiligheid bestaat zoiets niet. Vaak gaat men er van uit dat het Nederlands belang en dat van burgers in conflictgebieden parallel loopt. Dat is niet vanzelfsprekend. Neem de grondstoffenhandel. Die komt ten goede aan het internationale bedrijfsleven en een kleine nationale elite, maar helpt de lokale bevolking zelden. De export van grondstoffen vergroot de ongelijkheid meestal, en houdt conflicten aan de gang – kijk maar naar Oost-Congo. Hetzelfde geldt voor wapenhandel – Nederland staat nog steeds in de top-10 van landen die wapens exporteren.”

Maar wij beroepen ons er toch juist op dat we geïntegreerd buitenlands beleid hebben in conflictgebieden: de 3D-benadering van Defence, Diplomacy en Development? In Afghanistan ventten we het zelfs uit als ‘the Dutch approach’.
“Ja, en daar is nu ook buitenlandse handel bijgekomen. Er is zeker wel erkenning gekomen voor de noodzaak van samenhangend beleid. Maar beleidsmakers hebben nauwelijks oog voor botsende belangen op de korte termijn. Als je werkelijk voor wereldwijde stabiliteit kiest, zijn er ook korte termijn-verliezers – zoals de werkgelegenheid in de wapenindustrie.

Door radicale islamisten alleen als irrationale fanatici te zien, dring je niet door tot de kern van de zaak

De 3D-benadering werkt tot nu toe vaak beter op papier dan in de praktijk. Vaak raakt de D van diplomatie ondergesneeuwd, waardoor het politieke aspect van vredesopbouw ondergesneeuwd raakt. Zo wordt de 3D-benadering vooral een technische exercitie. Er is een sterke focus op het versterken van de staat, ook als die beperkte legitimiteit geniet, groepen uitsluit en gestoeld is op een model van rent seeking, waarbij hulpgelden en inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen worden aangewend om de eigen achterban te onderhouden, maar niet worden geïnvesteerd in de samenleving als geheel.”

Je bent kritisch over vredesmissies die je als ‘symptoombestrijding’  ziet. Leg eens uit?
"Voor het tegengaan en voorkomen van oorlogen is meer nodig dan vredesmissies sturen. Conflicten zijn zelden lokaal – binnen het Kennisplatform Rechtstaat en Veiligheid zijn de transnationale invloeden op lokale conflicten een van de thema’s. Zo kun je het conflict in Afghanistan niet begrijpen of oplossen zonder er Pakistan en India bij te betrekken. Hetzelfde geldt voor Syrië en Mali. Ook in Mali hebben we weer weinig aandacht voor de voedingsbodem van het conflict. Door radicale islamisten alleen als irrationale fanatici te zien, die moeten worden weggejaagd, dring je niet door tot de kern van de zaak. De VN onderhandelen alleen met gematigde Toearegs, om daarmee de radicalen te bestrijden. Tegelijkertijd is de gedachte dat de Malinese overheid hoe dan ook moet worden versterkt, terwijl corruptie en ongelijkheid tot de kern van de problemen behoren. Die problemen zijn verbonden met de export van grondstoffen -waarmee de transnationale dimensie weer om de hoek komt kijken.”

Wordt er niet geleerd van eerdere vredesmissies?
“Op operationeel niveau wel, maar de grotere vragen over de problemen ter plaatse worden uit de weg gegaan. In de Kamerbrief over de missie in Mali lag een sterke nadruk op ons economische en veiligheidsbelang op de korte termijn: de toegang tot grondstoffen als goud en uranium voor het Nederlandse bedrijfsleven en het gevaar dat Nederland doelwit zou worden van terroristen uit de regio. Deze korte-termijn Nederlandse belangen liggen niet per se in het verlengde van de belangen van de gemiddelde Malinees. Maar voor de publieke opinie is ‘vechten tegen terroristen’ blijkbaar een sterker verhaal dan ‘iets doen aan mondiale onrechtvaardigheid’. Of dat is in elk geval de verwachting van politici. Als ze hun achterban zouden uitleggen dat het wegnemen van de voedingsbodem van zo’n conflict misschien niet op de korte, maar wel op de langere termijn in ons aller belang is, dan zouden ze misschien verbaasd staan over het begrip van de burger.”

De belangen van de Malinezen komen ergens achteraan

En zo’n missie is zelden het resultaat van een evenwichtige politieke afweging.
“Da’s waar. Voor Mali geldt dat we daar Bert Koenders al hadden zitten (als Speciale Gezant van Ban Ki-Moon, red.) en de PvdA graag een keer een vredesmissie in Afrika wilde doen. Gezien het budget en de verlangens van de VN en de Fransen werd het een inlichtingenmissie – terwijl wij daar eigenlijk niet het best voor geplaatst waren. Zo zie je dat een ratjetoe van motieven zo’n beslissing draagt. De belangen van de Malinezen komen ergens achteraan.”

Nog even over Zuid-Sudan. Er is veel kritiek op de ‘mislukte’ Nederlandse hulp, nu het land door een burgeroorlog wordt verscheurd. Wat hebben we daar verkeerd gedaan? In dat straatarme land hebben we toch niet te veel de koopman uitgehangen?
“Nee, maar we hebben daar te weinig aandacht gegeven aan het politieke proces in zo’n splinternieuwe staat. De voormalige rebellen die de politieke macht kregen, hadden de neiging voor een model van rent seeking te gaan: profiteren van de olie-inkomsten en vooral de eigen achterban onderhouden. Dat hebben we niet kunnen keren.

Het was een heel ingewikkelde institutioneel landschap waarbij ook nog allerlei erfenissen uit de koloniale tijd meespeelden. De westerse donoren dachten vanaf nul te kunnen beginnen: met het schrijven van de grondwet een nieuwe staat te creëren.

Dat kun je achteraf analyseren. Maar ik had ook niet verwacht dat het daar zo’n dramatische wending zou nemen.”

Hadden we daar wel op een goede manier het verschil kunnen maken? Zo machtig zijn we toch niet?
“Nee, maar soms kunnen spelers van buiten wel een toegevoegde waarde hebben, doordat ze partijen bij elkaar kunnen brengen bijvoorbeeld. In Zuid-Sudan was meer aandacht voor de samenhang tussen sociaal-economische en politieke processen nodig geweest, met name rond de handel in olie. Een bescheidener strategie, niet meteen gericht op het uit de grond stampen van een nieuwe staat volgens vaste modellen, was beter geweest. Ook daar zijn we weer te naïef geweest.”

Lees hier het essay van Willemijn Verkoren en de andere essays van onder anderen René Cuperus, Rob de Wijk en Abdelkader Benali.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0515

Over de auteur

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief