De kip zonder kop bleef maar stuiptrekken, het leek wel tien minuten lang. Terwijl ik de donkerbruine kippenvleugels stevig vasthield, raasden er allerlei gedachten door mijn hoofd. Hoe warm het beest dat ik net had gedood nog aanvoelde. Hoe het bloed niet zo hevig spoot als ik had verwacht. Ook viel me ineens op dat mijn lange broek en t-shirt die ik die ochtend had aangetrokken de kleur hadden van geronnen bloed. De hele tijd hield ik de vogel vast in de kuil die de Nigeriaanse vriend had gegraven om het bloed in te begraven. Eindelijk stopte het karkas met bewegen.

Afgelopen zaterdagmiddag om vier uur precies onderging ik misschien wel de grootste verandering die mijn nieuwe thuisland teweegbracht. Na vanaf mijn negentiende geen vlees te hebben gegeten, doodde, bereidde en at ik een kip. Ik ben vistariër af.

In een land van fervente carnivoren zoals Nigeria, waar gebarbecued suya-vlees comfort food nummer één is en zelfs de groentenstoofpot over het algemeen op zijn minst een paar stukjes vlees of vis bevat, is vegetarisme een lastig uit te leggen fenomeen. Je kan het proberen, maar al gauw zie je gedachten afdwalen terwijl de luisteraar zijn tanden zet in een sappige drumstick of een brok geroosterd ramsvlees. In het slechtste geval krijg je de ‘weer-een-van-die-eigenaardige-blanke-frivoliteiten’ blik toegeworpen.

Toegegeven, te kunnen kiezen wat je eet – of niet eet – is een luxe. Mensen zat op de wereld die geen keus hebben dan blij te zijn dat er überhaupt eten is. Ook begrijp ik hoe menige Nigeriaan, in de context van dagelijkse schendingen van mensenrechten, dierenrechtenactivisme totaal onbegrijpelijk vindt. Maar dat is geen reden om gedachteloos om te gaan met wat er op je bord belandt.

Ik ben niet tegen het slachten van dieren als voedselvoorziening. Het is de natuurlijke gang van zaken. Maar hoeveel mensen zouden dezer dagen in staat zijn zelf te doden voor hun hamburger? In onze supermarkten wordt het vlees aangeboden in nette roze rechthoekjes in groene doosjes met een cellofaantje erover. Geen bloed, geen klauwen, geen vacht. Het lijkt wel een cadeautje. Niets verwijst naar het wezen dat ervoor is afgeslacht. Het gros van de Nederlandse vleeseters (en niet alleen zij) zou instant vegetariër worden als ze zelf zouden moeten slachten voor hun vlees. Ik probeer geen al te grote hypocriet te zijn. Daarom eet ik uitsluitend wat ik zelf kan doden.

Tot zaterdagmiddag vier uur, had ik in mijn leven alleen maar vissen gedood. Nooit een koe, een geit of een kip. Daar had ik het lef of de kans niet voor, en de noodzaak drong zich nooit op. Maar na drie Nigeriaanse maanden van vispepersoep, visstoofpot, gegrilde vis, geroosterde vis en ‘catfish and chips‘, begon ik te hunkeren naar een uitgebreider menu. En aangezien je in Nigeria waar je ook bent over de kippen struikelt, besloot ik dat kip de beste keus zou zijn. Hoe moeilijk kan het zijn om een kip te slachten?

Een goede Nigeriaanse vriend stemde toe me erbij te assisteren. Toen hij terugkwam van de markt met een kip waarvan het glanzende vederdek blaakte van gezondheid, had ik geen twijfels. Hij begon het beest meteen namen te geven zoals Pearl en Asabe, maar ik weerstond die neiging – terwijl ik de gewoonte heb van alles een naam te geven tot aan mijn auto en generator toe. Het was niet de bedoeling dat dit stuk gevogelte onderdeel zou worden van mijn huishouden samen met Wilma en Jenny. Dit beest ging ik oppeuzelen.

Het mes was al geslepen toen het begon te regenen. Met een grapje over haar uitstel van executie trokken we ons terug in de minikeuken van mijn vriend om de uien en rode pepers te hakken voor de pepper soup die het lot van de kip zou worden. De vogel zat stilletjes aan mijn voeten op de keukenvloer, haar poten aan elkaar gebonden met een lap stof. Nog altijd had ik geen twijfels.

Totdat het beestje haar kopje in de rechterpijp van mijn broek stak, alsof ze zich wilde verstoppen. Toen herinnerde ik me ineens Liesje, de kip van een klasgenoot op de middelbare school. Liesje scharrelde in de tuin en kwam altijd dagzeggen als je binnenkwam. Ze legde haar eieren op de meest onhandige plekken, wat menige amusante familiegeschiedenis opleverde. Liesjes veren waren van hetzelfde bruin als die van de kip die zich probeerde te verbergen onder de zoom van mijn broek.

Toen de regen was opgehouden en ik de keuken uitstapte, schoof de kip een stukje opzij. En daar lag het, naast twee verse kippendrollen. Een groot, wit ei. Alsof de vogel zei: kijk, ik ben levend van veel meer waarde dan dood. Liesje had haar laatste beroep gedaan tegen haar doodsvonnis.

Toen de Nigeriaan me uitlegde hoe ik de kippennek moest vasthouden om hem te kunnen doorsnijden, vroeg hij me tot drie keer toe: ‘Weet je zeker dat je dit kunt?’
‘Ik moet het doen’, was mijn antwoord. Maar om de een of andere reden voelde ik me niet meer zo stoer.

De kippenpepersoep smaakte me die avond verrukkelijk. Het vlees echter was behoorlijk taai. Liesje had duidelijk een lang, bewogen leven achter de rug. Terwijl mijn tanden terugveerden van haar leerachtige vlees, moest ik glimlachen. Mijn kip zorgde er tenminste voor dat ze voortduurde, zelfs na haar dood. Toen realiseerde ik me dat ik me nog nooit zo verbonden had gevoeld met mijn eten als met deze kom kippensoep. Emotioneel behoorlijk uitputtend.

Het is niet zo moeilijk om een kip te slachten. Maar waak ervoor het beest van tevoren geen naam te geven.

Volg Femke op Twitter: @femkevanzeijl

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief