Er blijken onvoldoende regels te zijn over hoe met kinderen moet worden omgegaan bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Terwijl die regels hard nodig zijn, stelt Helen Beckmann, want kinderen hebben in de rechtszaal niet altijd dezelfde behoeften als volwassenen. Beckmann promoveerde in september 2015 op onderzoek naar de bescherming van kinderen in het internationaal humanitair recht ten tijde van gewapend conflict.

Hoe kwam je erop om de rol van kinderen binnen het internationale rechtssysteem te onderzoeken?
“Toen ik in de literatuur op dit gebied dook, kwam ik erachter dat er al heel veel regelgeving is over de materieelrechtelijke bescherming van het kind. Dat betekent dat er al heel expliciet in wetten en regels staat waar kinderen behoefte aan hebben; een dak boven hun hoofd, medische zorg, naar school kunnen gaan. Dit staat bijvoorbeeld in het Kinderrechtenverdrag.

Kinderen bleken erg beïnvloedbaar, zowel in als buiten de rechtszaal.

Parralel aan die zoektocht in de literatuur begon de eerste zaak bij het Internationaal Strafhof in Den Haag over het rekruteren van kindsoldaten. In die zaak werd een aanzienlijk aantal voormalig kindsoldaten opgeroepen als getuigen. De eerste van de jonge getuigen trok zijn belastende verklaring direct na de getuigenis weer in. Later bleek vooral angst voor de ook in de rechtszaal aanwezige verdachte daarbij een belangrijke rol te hebben gespeeld. Uiteindelijk heeft de verdediging voor de rechter succesvol aangetoond dat alle verklaringen die door kinderen waren afgegeven niet bruikbaar waren voor de rechters! Kinderen bleken erg beïnvloedbaar, zowel in als buiten de rechtszaal.

Daaruit ontstond de vraag; hoe zit het eigenlijk met de procesrechtelijke bescherming van het kind? Oftewel; zijn er wetten of regels die vertellen hoe je kinderen moet behandelen als zij betrokken zijn bij een internationale rechtszaak, bijvoorbeeld als getuige? Hoe ga je kinderen ondervragen? Kan je kinderen geloven? Zijn ze eigenlijk wel geloofwaardig? In de praktijk bleek immers dat kinderen erg beïnvloedbaar zijn. En moet je kinderen niet ook beschermen, welke gevaren zijn er voor kinderen bij het deelnemen aan een rechtszaak?”

Is de bescherming van kinderen binnen het internationale recht dan altijd slecht geregeld, of was deze zaak een uitzondering?
“Hoewel het Internationaal Strafhof vooraf stelde de expertise te hebben om met kinderen in de rechtszaal om te kunnen gaan, bleek in de praktijk dat dit niet automatisch het geval was. Uit mijn onderzoek blijkt verder ook dat er in het algemeen heel weinig is geregeld rondom de bescherming van kinderen in rechtszaken die gaan over oorlogsmisdaden.

Kinderen doen op allerlei manieren mee aan rechtszaken. Als getuige, maar ook anders. Als slachtoffer natuurlijk, maar ze kunnen ook een ouder hebben die verdacht is van het plegen van oorlogsmisdrijven en dus betrokken is bij zo’n rechtszaak. Wat betekent de afwezigheid van die ouder voor de situatie thuis? En hoe vaak mag een kind die ouder bezoeken? En is dat eigenlijk wel mogelijk en te betalen als het Internationaal Strafhof in Den Haag is gevestigd maar de meeste zaken gaan over oorlogsmisdaden in landen aan de andere kant van de wereld? Er blijkt eigenlijk nauwelijks iets te zijn vastgelegd over hoe kinderen in al die situaties behandeld moeten worden.”

Daarnaast is het van belang om flexibel om te gaan met de definitie van ‘kind-zijn’ in procesrecht. Ik pleit voor een case-by-case aanpak. Stel je bent als minderjarige getuige van een oorlogsmisdrijf, maar de procedure begint pas 5 jaar later. Het is niet uitzonderlijk dat het lang duurt om zo´n rechtszaak op gang te krijgen. Ook al ben je dan ouder dan 18 als de zaak voorkomt, het kan voor jou nog steeds het beste zijn om binnen het procesrecht als kind beschermd te worden. Denk ook aan de schadevergoeding. Je bent dan misschien wel vijf jaar verder, maar kan nog steeds veel hebben aan specifieke schadevergoeding waardoor je bijvoorbeeld nog een keer je school af mag maken. Belangrijk is dus dat met die termijn enigszins flexibel wordt omgegaan.”

Als die wetten er wel zouden komen, waar moet men dan bij kinderen specifiek rekening mee houden?
“In die eerste rechtszaak zagen we dat kinderen heel beïnvloedbaar zijn. Dus daar moeten rechter of advocaten rekening mee houden. Ook is het belangrijk om mee te nemen dat het vaak om kinderen in een oorlogssituatie gaat. De voormalig kindsoldaten die getuigenverklaringen aflegden waren in opdracht van de aanklager ‘gevonden’ via intermediairs, omdat het heel moeilijk was zelf de kinderen te bezoeken. Het is moeilijk te controleren op welke manier deze intermediairs te werk zijn gegaan om de juiste getuigen te vinden.

Nauwelijks wetgeving, een rommeltje in de praktijk… niet de minste bevindingen! Wie kunnen er nu het meeste leren van dit onderzoek?
“Allereerst denk ik dat advocaten van de kinderen én de verdachten, en de aanklager, veel aan de inzichten uit het onderzoek kunnen hebben. Zij zouden veel meer rekening kunnen houden met kinderen in hun aanpak. Natuurlijk ook de rechters die zaken behandelen waarin kinderen deelnemen. Maar ook NGO’s kunnen wat met mijn onderzoek. Zo ontstaat vaak een situatie waarin het kind geen ouder of voogd meer heeft, en zonder voogd kan je niet deelnemen aan een rechtsprocedure. Een NGO zou wellicht dan op kunnen treden als voogd. Een hele praktische handreiking om de deelname van kinderen in rechtszaken wat beter te laten verlopen.”

En denk je dat er in de rechtszaal voor kinderen daadwerkelijk wat gaat veranderen?
“Helaas denk ik niet dat nu opeens de statuten van het Internationaal Strafhof zullen worden aangepast. Alleen de gezamenlijke lidstaten kunnen die statuten aanpassen, en daar zie ik zo nog geen bereidheid voor. Wel is de aanklager bezig om een soort richtlijn op te stellen voor hoe je met het kind om dient te gaan. En doordat het nu in de praktijk al een paar keer mis is gegaan, weten ze bij het Strafhof in ieder geval wel waar de pijnpunten zitten!”

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Lette Hogeling doet bij NCDO onderzoek naar wat Nederlanders weten en vinden van mondiale vraagstukken en hoe dit in hun gedrag tot …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief