Uit de poorten van een Pakistaanse voetbalfabriek komt Bilawal (14) op zijn rammelende fiets naar buiten rijden. Hij stapt af bij een cafeetje niet zo ver van de fabriek en kijkt toe hoe zijn leeftijdgenoten op een veldje uitgelaten cricket spelen. Na aandringen geeft hij toe dat hij in de voetbalfabriek werkt. Hij maakt er lange dagen, soms wel tien uur op een dag. De vrijdagmiddag is zijn enige vrije dagdeel. Hij zou graag naar school willen, maar zijn ouders verdienen niet genoeg voor boeken en een uniform.

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”15516″,”attributes”:{“style”:”float:right; height:188px; width:250px”,”class”:”file-media-large media-element media-image”}}]]Schijnwerpers
Kinderarbeid zou al lang geleden moeten zijn uitgebannen in de Pakistaanse industriestad Sialkot, die jarenlang bekend stond als ’s werelds grootste producent van voetballen. In 1996 stond de stad, die op zo’n twee uur rijden van Lahore ligt, in de schijnwerpers van de internationale media. Een Amerikaans tijdschrift publiceerde tijdens het hoogtepunt van de wereldkampioenschappen voetbal een foto van een vervuild Pakistaans kind dat in een schemerig naaiatelier met zijn handen een voetbal voor de sportmultinational Nike in elkaar stikte. Meer buitenlandse televisiestations reisden af naar deze noordelijke Pakistaanse provincie. Ze toonden beelden van de erbarmelijke werkomstandigheden van Pakistaanse kinderen op het moment dat in het westen voetbalfans met snacks voor de buis zaten gekluisterd.

Er kwam actie vanuit Europa en Amerika tegen kinderarbeid. Nike die zich ernstig in verlegenheid voelde gebracht, besloot niet langer voetballen uit Pakistan af te nemen. Andere sportbedrijven waaronder Adidas staakte ook tijdelijk de import.

‘De westerse boycot had effect’, zegt Riaz Ahmad van de Pakistaanse NGO Bunyad die samen met de Internationale Arbeiders Organisatie (ILO) en Unicef na onderzoek vaststelde dat er zesduizend minderjarigen in de voetbalindustrie, een van de meest winstgevende sector van Sialkot, werkzaam waren. Om de export weer te hervatten, ondertekenden Pakistaanse voetbalproducenten samen met de Kamer van Koophandel in Sialkot een verdrag waarin ze beloofden geen kinderen meer in dienst te nemen. De minderjarigen gingen met donaties van de voetbalproducenten naar school. Er werd een onafhankelijke organisatie opgericht IMAC, betaald door de ondertekenaars van het antikinderarbeid verdrag, die steekproefsgewijs controles uitvoert in de voetbalfabrieken en in de naaiateliers in de dorpen rond Sialkot waar de ballen worden genaaid.

‘In Pakistaanse voetbalfabrieken komt geen kinderarbeid meer voor’, beweert manager Ghayur Abbas van het Pakistaanse bedrijf dat voetballen voor Adidas produceert. Als bewijs geeft hij een rondleiding door de fabriek. Achter grote machines worden lange leren lappen in kleine stukjes gesneden. ‘Dat werk zouden kinderen toch nooit kunnen doen’, stelt Abbas.

[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”15517″,”attributes”:{“style”:”float:right; height:188px; width:250px”,”class”:”file-media-large media-element media-image”}}]]Deuren op slot
Toch worden volgens Pakistaanse NGO’s de meeste voetballen in huiskamers of in kleine naaiateliers in de dorpjes rond de fabriek gemaakt. ‘Niet alle Pakistaanse voetbalfabrikanten ondertekenden het verdrag. De controleurs komen slechts in de fabrieken en ateliers van de ondertekenaars’, zegt Rizal, die voor het Benazir Bhutto Fonds in Sialkot werkt. ‘Maar je zult geen kind met een bal in een huiskamer aantreffen. De deuren zitten op slot. Geen kind mag van de ouders naar buiten. Die zijn veel te bang dat ze worden gesnapt en hun inkomsten kwijt raken’.

Rizal is daarom van mening dat kinderarbeid in Sialkot niet echt is afgenomen. ‘Misschien in de eerste jaren toen alle blikken op de westerse sportbedrijven waren gericht’. Daarna kwam er volgens hem de klad weer in. De kinderarbeid heeft zich verplaatst naar andere sectoren. ‘Zolang het niet om westerse bedrijven gaat, kraait er geen haan naar’, zegt Rizal op cynische toon. Hij wijst naar de zwarte rook die achter zijn huis omhoog stijgt.

10 miljoen kinderen
De vervuiler blijkt na onderzoek een steenfabriek te zijn die volgens een chagrijnige eigenaar bakstenen voor de lokale markt produceert. Hij weigert zijn terrein voor bezoek open te stellen en beweert ongevraagd geen kinderen in dienst te hebben. Een oude man, die in de gloedhete zon bakstenen naar een vrachtwagen sjouwt, fluistert dat er wel degelijk kinderen in deze steenfabriek werken.

‘Wat moeten we als ouders’, verontschuldigt Rajiz (54), vader van vier kinderen. ‘Ik ben een schilder. Ik heb geen geld voor school’. Het dagelijkse leven wordt door de alsmaar stijgende voedselprijzen onbetaalbaar.

De economische crisis verergert zich waardoor steeds meer kinderen  moeten werken. ‘Het aanpakken van kinderarbeid is bijna onmogelijk zolang de Pakistaanse regering de economische crisis niet serieus neemt’, stelt Mannan Rana van Unicef. Volgens cijfers van het kinderfonds werken er in Pakistan ruim 10 miljoen kinderen.

Fabrikanten, ook de voetbalproducenten, voelen de hete adem van de alsmaar stijgende productie- en arbeidskosten in hun nek. Sialkot heeft al het predicaat van de grootste voetbalproducent moeten afstaan aan China. Bedrijfsleider Abbas van Adidas geeft eerlijk toe dat Pakistan niet meer de produktie van zestig miljoen ballen per jaar haalt. Maar die problemen gaan Bilawal boven zijn pet. ‘Kinderen willen spelen. We hebben toch ook rechten?’

De Pakistaanse voetbalindustrie verkeert in een crisis. Op het hoogtepunt, zoals tijden de wereldkampioenschappen in 1996, produceerde de voetbalhub Sialokot nog miljoen ballen per jaar. De manager van Adidas geeft toe dat door het chronisch tekort aan electriciteit in Pakistan de fabriek niet eens de dagelijkse capaciteit van 2500 ballen meer op een dag haalt. Zijn land produceert ook niet de voetballen voor het Europese Kampioenschap. Dat was nog wel het geval voor de afgelopen Europese Champion League. Voor de voetbalkampioenschappen die op 8 juni beginnen, heeft Adidas slechts het ontwerp van de wedstrijdbal gemaakt. China mocht het echte karwei klaren. 'Natuurljk zijn we jaloers. Het is onze grootste droom de bal voor de finale van de voetbalkampioenschappen te maken. Hopelijk als er een einde komt aan de economische crisis, zijn we daartoe weer in staat'.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief