Ik zat in groep vijf van de lagere school toen we voor het eerst een kerstbomen in huis haalden. Tot die tijd deden we niets speciaals gedurende de feestdagen. Maar dat jaar had ik mijn zinnen gezet op en kerstboom, en riep ik vanaf begin september al dat ik er een wilde. Een paar dagen voor kerst echter hadden we altijd nog geen boom in huis.

Ik zat naast mijn vader in de auto op de bijrijdersstoel, en hield mijn zoveelste pleidooi voor aanschaf van een kerstboom. Iedereen had er één, zo stelde ik. Zelfs onze dove en bejaarde Turkse buren hadden een boom gekocht. Alleen wij hadden er nog niet een. Dat kon niet langer zo! Ze waren te koop bij de boer in het winkelcentrum. Maar we moesten snel zijn, anders raakten ze op.

Mijn vader sprak geen woord. Hij vond kerstbomen maar tuttig. Bovendien; je had zo een ding een paar weken, en daarna gooide je hem weg. Dat was toch zonde. Met dat geld kon je beter een mooie plant kopen. Die ging tenminste een tijdje mee. Maar omdat hij de discussie beu was deed hij geen moeite meer me te weerspreken. Hij deed simpelweg alsof hij me niet hoorde. Mam voelde zich niet goed en lag op de achterbank.

Plotseling greep iets zijn aandacht. Hij verminderde vaart en keek gefascineerd uit het raam.

‘Wat vind je van die bomen daar?’ vroeg hij wijzend naar de dennenbomen langs de snelweg.

Het waren de bomen die ik altijd zag als ik op de snelweg uit het raam keek.

‘Niets bijzonders. Hoezo?’

‘Kijk je wel goed?’ vroeg hij verbaasd. ‘Dat zijn kerstbomen, een hele veld vol!’ Nu ik beter keek moest ik toegeven dat deze bomen inderdaad wel leken op de kerstbomen die ik in het winkelcentrum had gezien. Alleen deze waren een stuk groter, en staken nog in de aarde. Zonder mijn reactie af te wachten parkeerde hij de auto op de vluchtstrook en ontdeed zich van zijn gordel.

‘Kom. We gaan kijken!’

Ik stapte uit en volgde hem de berm in tot we bij een boom stonden die iets kleiner was dan alle andere. Hij was mooi groen en had jonge naalden.

‘Wat vind je ervan?’ vroeg mijn vader.

Ik had liever een echte kerstboom gekocht. Maar ik realiseerde me dat het met mijn vader niet veel echter ging worden dan dit.

‘Niet slecht,’ antwoordde ik. ‘Maar hoe krijgen we hem mee?’

Mijn vader legde een bemoedigende hand op mijn schouder, ten teken dat hij mijn goede smaak kon waarderen. ‘Aan de slag dan maar.’

We hingen met zijn tweeën aan de boom en trokken er met alle macht aan. Maar de wortels zaten behoorlijk diep in de grond, dus het was flink zwoegen voor de tentakels eindelijk los lieten. Voorbijrijdende auto’s toeterden en maakten afkeurende gebaren.

‘Bemoei je met je eigen zaken!’ schreeuwde mijn vader hen na.

Tenslotte hadden we de boom met wortel en al uit de grond getrokken. We sleurden hem mee naar de auto en staken hem door de achterklep de auto in. Mam kwam beduusd overeind en zag dat een boom langs haar hoofd stak. 

‘Waar komt die mooie kerstboom vandaan?’ vroeg ze verrast.

Op de parkeerplaats voor onze flat haalden we het pronkstuk uit de auto en droegen hem via de trap naar boven. We leunden de kerstboom tegen de muur, zodat hij niet zou omvallen. Pap vulde een emmer met aarde en staak de boom erin. Mam gaf de kerstboom wat water. Ik kreeg muntgeld mee om kerstballen te kopen bij de Blokker. Ik haastte me vervolgens snel weer naar huis en hing de drie kerstballen in de boom. Maar ze verdwenen onopgemerkt tussen de dorre takken, want onze kerstboom was reusachtig groot. Het hele huis lag inmiddels vol met dennennaalden.  

Op kerstavond aten we net als alle andere avonden op de grond voor de tv. Ook mijn zus was thuis, en mijn moeder had iets lekkers klaargemaakt. Alles leek als vanouds, alleen stond er nu een ernstig toegetakelde kerstboom in de hoek van de kamer.  Na het avondeten bekeken we onze aanwinst nog eens goed. Het ding leunde zwaarlijvig tegen de wand als een bezorgde gijzelaar. Het was niet om aan te zien. Maar mijn vader had inmiddels een borrel op en was in opperbeste stemming. ‘Zo zie je maar,’ zei hij. ‘De Kerstman is een oplichter. Want als we hiervoor betaald hadden, dan hadden we nu veel berouw gevoeld. Laat dat een wijze les zijn, en laat je nooit afzetten door mannen met baarden. Waar het om gaat is het samenzijn. Of je dat nou doet bij een plant, een boom, of in de struiken.’ Mijn moeder knikte instemmend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief