‘We laten ons niet bang maken’, roepen we als een mantra na weer een aanslag. Is dat zo? Of roepen we dat om onze angst te bezweren? Dat laatste geldt voor mij, in elk geval. Ook al wil ik het zelf niet toegeven, want dan ben ik een bange lafaard.  

‘IS dreigt met aanslagen op Franse stranden deze zomer’: een kort bericht dat ergens in mei voorbij kwam, via Twitter of via een snel doorgeklikte nieuwssite. Het had ons niet belet om vakantie te houden aan de Côte d’Azur.  Dus zaten wij deze week te picknicken in een miniparkje aan de boulevard van Nice. Ineens dacht ik aan de Pakistaanse families die met Pasen aan het picknicken waren in het park in Lahore, toen daar een bom ontplofte. Hoe zij daar hadden gezeten, net als wij.

In het eerste uur na de aanslag in Nice barstte op Twitter meteen de bijbehorende discussie los over wie voor welke aanslag in welk land wel of geen aandacht heeft. Waarom wel live uitzendingen over Nice en niet over Nairobi? Je kunt constateren dat het oneerlijk is, maar het is een simpele menselijke neiging. Er is zelfs een formule voor. De mate van betrokkenheid bij rampen hangt af van twee variabelen: afstand en identificatie. De aanslag in het park in Lahore raakte mij nu waarschijnlijk meer dan een paar jaar geleden het geval zou zijn geweest, toen ik nog geen kinderen had. Maar ook als ik op een krantenfoto een vader zie rennen met zijn bebloede dochtertje in zijn armen bij het vliegveld van Istanbul, draait mijn maag zich om.

Waren slachtoffers vroeger anoniem, nu circuleren binnen een halve dag al hartverscheurende grafredes

En waren slachtoffers vroeger anoniem, je vernam hoogstens hun initialen en een beroep (‘lerares Annie V. uit Rotterdam’). Nu circuleren vaak al binnen een halve dag selfies en hartverscheurende grafredes van vrienden. Aangezien kranten en tijdschriften niet meer het alleenrecht hebben op het publiceren van necrologieën van celebrities en Nobelprijswinnaars, krijgen ook gewone mensen een online monument.

Op de site van een Amerikaanse krant las ik ontroerende verhalen na de aanslag op de gay bar in Orlando, van jonge mensen die op zoek naar hun identiteit en een omgeving die hen accepteerde. Punten van herkenning voor bijna iedereen die ooit een onhandige puber is geweest. Waarschijnlijk had ik ook veel herkend in de personal stories van slachtoffers van aanslagen in Bagdad of Kabul, alleen lees ik helaas geen Arabisch, en ook Pashtoe of Dari. En als er een aanslag is in India, lees ik daarover op de Europese of Amerikaanse nieuwssites die ik altijd bezoek, en ga ik niet speciaal naar India Times voor de details. Andersom gok ik dat vandaag relatief weinig Indiërs de site van Le Monde bezoeken voor alle ins en outs rond Nice. Want die halen ze van Indiatimes.com. 

De paradox van het internet: we hebben de hele wereld binnen handbereik, maar we blijven informatie vergaren alsof we rond de dorpspomp staan

Dat is de paradox van het wereldwijde internet: het lijkt of de hele wereld binnen handbereik is, en we daarom ook de morele verantwoordelijkheid hebben om de hele wereld te omarmen, maar bewust of onbewust blijven we informatie vergaren en delen alsof we nog steeds rond de dorpspomp staan. Tegelijkertijd ontstaan door alle intercontinentale ontmoetingen, via reizen, studie of (vrijwilligers) werk onzichtbare lijntjes tussen mensen wereldwijd, waardoor je na een aanslag in Burkina Faso of Ivoorkust toch snel even op je timeline kijkt of oude vrienden en bekenden veilig zijn en je in hun inleeft als ze daarna weer gespannen-ontspannen op het terras te zitten, of dat nou in Parijs is of Ouagadougou.

Tot een paar jaar geleden leefden we in Nederland en in een paar landen om ons heen in een bubble van veiligheid. We hadden het privilege om niet bang te zijn. Een privilege dat aan een steeds kleiner wordende groep toebehoorde. In de jaren ’90 bleek het binnen Europa het voorrecht van de West-Europeanen. Na 9/11 kalfde het voorrecht verder af naar een paar landen in Noordwest-Europa. Het privilege leek zelfs onzichtbare bescherming te bieden in oorlogsgebieden in Afrikaanse landen. Zo kon je in Oost-Congo als witte westerling redelijk veilig door de stad Goma lopen, terwijl een paar kilometer verderop dorpsbewoners hun leven niet zeker waren vanwege rondtrekkende milities.

Maar na Apeldoorn, Alphen aan de Rijn, Utøya, Zaventem, om willekeurig wat iconische plaatsnamen te noemen, moeten we erkennen dat we dat privilege niet meer hebben. Net als honderden miljoenen, misschien miljarden mensen in de wereld gaan we soms met een onbestemd gevoel van huis naar drukke plekken, of kiezen we onze vakantiebestemming met een flard krantenbericht in het achterhoofd. Toen we afgelopen woensdagavond vertrokken uit Nice had ik instant-heimwee naar de zon, ijsjes en de boulevard. En een vaag gevoel van opluchting dat de voorspelling maar een schot in het donker was geweest.

Op Twitter lees ik nu de ferme taal van François Hollande. Frankrijk is diep geraakt en triest, aldus de president, maar sterk en sterker dan de fanatici die Frankrijk hard proberen te treffen.

Bang zijn is voor watjes. Maar als er één moment is waarop je je bang mag voelen, is het op een dag als vandaag. Miljoenen mensen over de hele wereld zijn het elke dag. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Lonneke van Genugten

Over de auteur

publicist

Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en Guinee, maar ook over mondiale trends, beeldvorming, feminisme en duurzame lifestyle.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief