De inspecteurs stuitten in de 1106 onderzochte fabrieken op zo’n 80.000 gebreken op veiligheidsgebied. Die moeten allemaal worden verholpen. Verbeteringen als het verminderen van de vloerbelasting door mensen, machines en materiaal, gebeuren al. Maar er moeten ook grotere – en duurdere – klussen worden uitgevoerd, zoals het installeren van branddeuren en automatische brandalarmsystemen en het versterken van pijlers in gebouwen.

Achterstallig onderhoud
“In alle fabrieken hebben we gebreken op het vlak van (brand)veiligheid gevonden, wat te verwachten was. We werken intensief samen met fabrikanten, kledingmerken en mensen van de vloer om ervoor te zorgen dat achterstallig onderhoud wordt uitgevoerd”, zegt Brad Loewen, hoofdinspecteur van het Akkoord.

Advies: ontruimen
Zeventien gebouwen verkeren in dusdanig slechte staat dat de inspectieresultaten zijn overgedragen aan een onderzoeksteam van de regering in Bangladesh, met de aanbeveling om het gebouw tijdelijk te ontruimen. Bij ongeveer 110 inspecties werd duidelijk dat snel maatregelen moeten worden genomen, zodat mensen veilig kunnen werken en de kledingfabriek kan blijven draaien. Tijdens de overige inspecties ging het werk in de fabriek gewoon door.

Volgende fase: verbeteren
“De volgende fase van het Akkoord is de uitvoering van de verbeterplannen en het toezicht daarop. Ook komen er meer trainingen en programma’s om kledingarbeiders te betrekken bij het werkproces”, aldus Alan Roberts, manager Internationale Operaties van het Akkoord.

Wie betaalt?
Wie betaalt de reparaties en de aanschaf van goede brandblussers en dure brandwerende deuren? De internationale kledingmerken uit twintig landen die het Akkoord hebben ondertekend leggen geld op tafel, maar ook de fabrikanten zelf moeten investeren. Hoeveel, dat hangt per geval af van de onderhandelingen tussen de twee partijen. Daarnaast moeten kledingmerken zich erop vastleggen dat ze vijf jaar in Bangladesh blijven, en twee jaar bij hun leverancier zodat deze gedurende die periode kan rekenen op bestellingen – en dus op inkomsten. Ook biedt IFC (International Finance Corporation, onderdeel van de Wereldbank) de fabrieken ‘zachte’ leningen aan, waarvoor dan de merken garant staan.

Meer inspecties
De 1106 geïnspecteerde fabrieken zijn de bedrijven waar de 189 ondertekenaars van het Akkoord hun producten inkopen. Daarnaast voert de Alliance for Bangladesh Worker Safety, waarin vooral Amerikaanse en Canadese bedrijven en instellingen zitten, ook inspecties uit.

En de rest van de fabrieken?
De economie van Bangladesh drijft voornamelijk op de kledingexportbranche, waar  ongeveer 4 miljoen mensen, vooral vrouwen, in werken. Er zijn tussen de 4500 en 5500 kledingfabrieken in Bangladesh. Het deel daarvan dat kleding voor de thuismarkt maakt, valt niet onder de strenge regels van het Akkoord en de Alliance. Maar ook deze bedrijven zouden geïnspecteerd en verbeterd moeten worden. Dit onderdeel valt onder de verantwoordelijkheid van de Bangladesh University of Engineering and Technology. 

Niki Janssen van Schone Kleren Campagne vindt de inspecties door het Akkoord een belangrijk startpunt. “Maar om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk fabrieken veilig worden, blijft het belangrijk dat elk merk dat in Bangladesh inkoopt zijn verantwoordelijkheid neemt en het Akkoord ondertekent.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief