“En nu een baan.” Juliet is nog geen week in Nederland als ze haar ambities op tafel legt. “Een vrouw moet hier toch zelfstandig zijn!” Van beren op de weg wil ze niets weten. “Denk je dat iedere dag thuis zitten met de kinderen niet zwaar is?”  

Tijdens een verkenningstochtje door Wormerveer tellen we drie uitzendbureaus. De zwaar geïndustrialiseerde Zaanoevers staan vol fabrieken, de regio is de geboorteplaats van onder andere Albert Heijn en Verkade. Dat wil niet zeggen dat werk voor het oprapen ligt. Ik vertel Juliet over de economische crisis, robotisering en het hoge aantal werklozen. Ook al is Juliet universitair opgeleid, zolang ze nog niet vloeiend Nederlands spreekt zal ze met een flink lagere functie genoegen moeten nemen.  

Het eerste Wormerveerse uitzendbureau is er alleen voor technisch personeel, het tweede draait zo slecht dat het alleen op afspraak open is en nummer drie stelt het spreken van Nederlands als harde voorwaarde. Wanneer we in het nabijgelegen Zaandam samen een groot uitzendbureau binnen stappen krijgen we daar uitleg bij. “Natuurlijk is er werk in fabrieken dat zonder al te veel communicatie gedaan kan worden. Maar bij een calamiteit moeten er snel Nederlandse instructies opgevolgd kunnen worden. Mevrouw zal echt eerst Nederlands moeten leren.”

Geen Nederlands spreken is daar helemaal geen probleem. Geen Pools echter wel.

Niet dat Juliet dat niet doet. Ze volgt een gecertificeerde cursus met lessen en veel zelfstudie. Iedere dinsdagavond buigt ze zich over de taal met een bont gezelschap medecursisten. Maar het gaat haar niet snel genoeg. “Vandaag belde ik met het distributiecentrum van een grote supermarkt in Zaandam,” zegt ze op goede dag trots. “Geen Nederlands spreken is daar helemaal geen probleem. Geen Pools echter wel.”

Patat bakken
De ‘Ugandees van Wormerveer’ brengt uitkomst. Hij spreekt nauwelijks Nederlands maar heeft toch twee baantjes. Hij wisselt patat bakken bij de Febo af met borden wassen in een restaurant. “Het geheim is: ga naar Amsterdam. Als je daar solliciteert is het opeens geen enkel probleem meer dat je alleen Engels kan.”

Wanneer Juliet niet veel later vanuit een Amsterdamse tram een uitzendbureau ziet stapt ze onmiddellijk uit en loopt er binnen. Uitgelaten komt ze die dag thuis. “Zaterdag ga ik voor het eerst werken. Als schoonmaker in een viersterren hotel!” Ze krijgt een waslijst kledingvoorschriften mee: zwarte schoenen, zwarte broek, witte blouse. Ik slik even en doe dan de investering, ook al is het nog maar op proef.

Trots
Het blijkt niet voor niets. Vol enthousiasme vertelt ze zaterdagavond wat ze allemaal heeft mee gemaakt. “Wist je dat de supervisors gewoon ook zelf mee werkten? Dat is in Uganda ondenkbaar, een manager die zelf een doek pakt om voor te doen hoe je een spiegel poetst. En toen ik de chef met ‘madam’ aan sprak vertelde ze me verontwaardigd dat ik haar bij de voornaam moet noemen.” Het enthousiasme blijkt wederzijds; ze wordt teruggevraagd en gaat twee dagen per week aan de slag.

Juliet’s eerste werkdag is op de dag af tien weken na aankomst in Nederland; ik ben vreselijk trots.  Het is ruim een uur (niet vergoed) reizen, het is hard werken voor weinig euro’s maar toch lees ik in haar ogen de voldoening over een herwonnen beetje zelfstandigheid. Zelfs in 2014, te midden van economische instabiliteit en vermeende crisis, geldt dat voor wie echt wil werken er altijd iets te vinden is. Ik hoop dat dit een eerste stapje is van een heuse carrière in Nederland. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Arne_HiRes_NABC

Over de auteur

Afrika-journalist

Arne Doornebal is Afrika-journalist. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier