BLOG – De karretjes lijken op rollators. Je kunt er drie dienbladen boven elkaar op kwijt. Elke vrijdagochtend graast heel Koeweit met die karretjes het buffet af, met voor elke nationaliteit wat wils. Kalkoenworstjes met kalkoenspek en roerei, samboosa met bonen, prinsessencake, saladebar. Indiërs, Engelsen, Filipino’s en Koeweiti’s; allemaal verdringen ze zich bij het refill-apparaat voor de koffie. IKEA is dé verbindende factor. 

Veruit de meeste immigranten komen zonder meubels deze kant op. Een van de eerste dingen op de agenda is een bezoek aan IKEA. Ik weet zeker dat heel veel expats van dezelfde soort borden eten en in hetzelfde type bed slapen. Dat zie je aan de spullen die op Marktplaats-achtige sites worden aangeboden als ze weer vertrekken. Negen van de tien aangeboden tweedehands meubels zijn van IKEA.

Rijk, arm, Koeweiti of Libanees, iedereen kent de gebruiksaanwijzing met het blije mannetje

Verkopen doet het niet,  want de aanbieders denken dat IKEA-spullen niet in waarde dalen. De vraagprijzen liggen vaak nauwelijks onder de nieuwprijs, alsof de Liatorp console een diepte-investering is. Terwijl iedereen weet dat je IKEA-spullen beter niet verplaatst; dat je blij moet zijn dat het zaakje eindelijk in elkaar zit en je het daarna het beste met rust laat.

Gezellig eten bij IKEA

Gezellig eten bij IKEA in Koeweit

IKEA verbindt ook in dat opzicht. De klaagzangen zijn overal hetzelfde. Rijk, arm, Koeweiti of Libanees, iedereen kent de gebruiksaanwijzing met het blije mannetje dat de slaapbank in elkaar zet alsof het niks is. Jo, Libanees: ‘Ik heb alsnog de assembleerafdeling gebeld. Die komen dan met van die power tools, terwijl wij het moeten doen met één zo’n bijgeleverd schroevendraaiertje, dat bovendien de hele tijd kwijt is.’ 

Hij zou het liefst nooit meer iets met IKEA te maken hebben, maar zijn vrouw zweert erbij. Laatst kwamen zijn ouders op bezoek. Zelf moest hij onverwacht op zakenreis naar Dubai, dus zijn vrouw zat met de schoonfamilie opgezadeld. Ik vroeg wat ze hadden gedaan. ‘We zijn een paar keer naar IKEA geweest.’ Iedereen had een leuke tijd gehad.  

Eerlijk is eerlijk, niet iedereen gaat naar IKEA. De armste gastarbeiders kunnen zich dat niet veroorloven, die delen een kamer en kopen armetierige tweedehands meubels op de vrijdagmarkt. Zelf bouw ik boekenkasten van sinaasappelkistjes, maar dat is een ander verhaal. Dat heeft te maken met het feit dat het stapelen van kistjes vele malen makkelijker is dan het in elkaar zetten van de boekenkast van IKEA. 

Zijn vrouw haalt haar neus op voor IKEA. Die richt haar huis in naar Franse stijl

Ook geen fan van IKEA: de nieuwe rijke Koeweiti. Ik heb het niet over de schatrijke oude handelsfamilies, maar de gewone – tribale – Koeweiti die het graag breed laat hangen. Zijn vrouw haalt haar neus op voor IKEA. Die richt haar huis in naar Franse stijl. Met gebloemd behang, krullerige stoelpoten, enorme kroonluchters en gordijnen die op ingenieuze wijze gedrapeerd zijn. Allemaal geïmporteerd uit China.

Laatst at ik in zo’n huis. Een van de andere gasten complimenteerde de gastvrouw met haar goede smaak. Dat hoor je te doen, ook al vind je het foeilelijk. Haar bestaan draait namelijk om de inrichting van dat huis. ‘Prachtig, net een Engels hotel,’ zei de gast. De gastvrouw – die boeuf stroganoff had gemaakt omdat er ook een Russisiche onder de gasten was – vond dat niet leuk. Het moest een Fráns hotel voorstellen.

IKEA in Koeweit

Alle anderen gaan naar IKEA. Bij de meubels staan de mannen er altijd wat verloren bij; zij komen pas in actie bij het buffet en de kassa. Om chaos te voorkomen heeft IKEA pijlen op de grond geprojecteerd om de looprichting aan te duiden. De Aziaten en wij volgen netjes de pijlen. De Koeweitse stellen lopen precies tegen de pijlrichting in. Voor wie het verkeer hier kent, is dat heel logisch. 

Twee weken wachten, en het alcoholvrije bier bevat weer alcohol

En hoor je gerinkel achter je, dan weet je: een Nederlander of een Brit met een voorraad beugelflessen in zijn kar. Iedereen die hier zelf bier en wijn brouwt heeft ze. Het gaat als volgt. Je gooit blikjes alcoholvrij bier in een emmer, gist en suiker erbij, even roeren, twee weken wachten, en het alcoholvrije bier bevat weer alcohol. De beugelflessen geven het doodgeslagen brouwsel het broodnodige cachet, met dank aan IKEA. 
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Correspondent

Judith Spiegel is correspondent in de Golfregio, ze schrijft onder meer voor NRC, Elsevier en Hard Gras. Daarnaast doceert ze maritiem …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief