[[{“fid”:”23981″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Lieve Joris, foto Mieke Meesen”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Lieve Joris, foto Mieke Meesen”},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_halve_breedte media-element file-file-styles-artikel-halve-breedte”,”id”:”styles-4-0″}}]]

Masker uit Congo
Foto: Mieke Meesen

Haar werkkamer is behangen met oude familiefoto’s. Overgrootouders kijken streng op de interviewer neer. Aan de andere muur hangt een groepsportret van de schrijfster omringd door Chinese vrienden met tandpastaglimlach, nageschilderd van een foto. Het is even zoeken om haar te herkennen. “De schilder heeft me Aziatische ogen gegeven.” Na bijna dertig jaar schrijven over de Arabische wereld en Afrika kijkt Lieve Joris (60) nu ook met Aziatische ogen naar de wereld. In 2009 ging ze naar Dubai, het startpunt van de handel tussen China en Afrika. Waar Congolese commerçanten horloges dragen met drie tijdzones en zeecontainers vullen met ondergoed, computers en speelgoedberen. “Dat was terra incognita voor mij. Ik dacht: ik ga gewoon kijken wat er aan de hand is.” Vier jaar en vele trips later, naar China, Zuid-Afrika en Congo, heeft ze de handelsstromen tussen de continenten in kaart gebracht. Niet met statistieken, maar met mensen. Zambianen die rijk worden met geïmporteerde T-shirts (goedkoper dan tweedehandskleren uit Europa), Chinese ambtenaren die zich laten fêteren in wildparken in Kenia. “Zodra ik een personage heb gevonden via wie ik het verhaal kan vertellen, gaat de rest vanzelf. Ik bouw mijn boeken rond mensen.” Verwijzend naar de titel van haar nieuwe boek: “We zaten allemaal op de vleugels van de draak. Ik ook. Ik keek rond en leerde heel veel.”

Heeft de crisis die vlucht niet vertraagd?
“De crisis, dat is ook iets van de pers. Eerder vulden commerçanten twee containers met spullen, nu delen ze er één met z’n vieren. De economie groeit misschien niet zo snel als voorspeld, maar voor de mensen die ik onderweg ontmoette, is de toekomst al ingrijpend veranderd. Voor veel Afrikanen loopt de weg naar de wereld niet meer via Europa, maar via China. Ze kennen Europa niet eens.”

Hebben Chinezen een andere relatie met Afrika dan wij?
“Die is net zo complex. De diversiteit aan relaties is erg groot, misschien wel net zo groot als tussen Afrikanen en Europeanen. Je hebt een Chinees als Guo Dong, die naar Uganda is gevlucht na het Tiananmendrama in 1989 en nu een katoenfabriek heeft en contacten met ministers en ambassadeurs. En je hebt de anonieme Chinees die voor een constructiebedrijf werkt, ’s avonds Chinees eet, geld spaart en zelden van de compound af komt. Anderen interesseren zich voor de cultuur, leren Swahili of Lingala, maken vrienden, trouwen, krijgen kinderen.”

CV
Lieve Joris (1953, neerpelt, België) is een veelbekroond schrijfster van nonfictieboeken over Afrika, de Arabische wereld en Oost-Europa. Ze woont in Amsterdam. Congo is een terugkerend thema in boeken als Terug naar Congo (1987), Dans van de luipaard (2001) en Het uur van de rebellen(2006). In 2008 verscheen De hoogvlaktes, haar voorlopige afscheid van Congo. Vorig jaar verscheen een heruitgave van De poorten van damascus (1993), met een nawoord over hoe het de Syrische hoofdpersonen sindsdien is vergaan.

  

Is de relatie gelijkwaardiger?
“In Congo kende ik een Canadese antropoloog die voor Artsen zonder Grenzen werkte. Hij woonde er twee jaar, maar had geen enkele Congolese vriend. Toen ik hem daarop attendeerde, lachte hij: ‘Waarom denk je dat mensen met jou bevriend zijn?’ Hij bedoelde: om er financieel beter van te worden. Dat was ook een beperking die voortkwam uit het soort werk dat hij deed. Hij kwam voortdurend in aanraking met behoeftige mensen. Het heerlijke van de afgelopen jaren was dat ik omging met mensen die het helemaal zelf hebben gemaakt. Ze zijn niet afhankelijk van anderen. Ze weten amper dat de hulpwereld bestaat. Veel andere Afrikanen rekenen op het schuldgevoel waar de blanke mee rondloopt. Ze opereren vanuit de behoeftigheid die plotseling ontstaat als ze een blanke ontmoeten. Maar deze mensen deden dat niet. Zo kon ik ontsnappen uit de wereld van de hulpindustrie waar ik in Congo willens nillens terecht was gekomen.”

Valt het Westen buiten dit nieuwe hoofdstuk van de geschiedenis?

“Dat hoeft niet, er ontstaan nieuwe patronen. Tot in het diepe binnenland van China heb ik Amerikanen ontmoet die Engelse les geven. Ze verdienen er meer dan in de VS. Dezelfde globalisering heeft mij geholpen schrijver te worden. Eigenlijk was het mijn grootoom uit Congo die mij op reis heeft gestuurd. Hij was missionaris en kwam in het dorp van mijn jeugd aan met verhalen over zwarte kindjes die op blote voeten door het hete zand zingend naar zijn missiepost liepen. Tijdens de siësta lag hij te snurken als een leeuw in de brousse. Ik ben hem achterna gereisd, maar uiteindelijk was ik geïnteresseerd in de Congolezen en wat ik, zoveel jaren na de kolonisatie, met hen gemeen had.”

Dat lijkt me gek. U raakt bevriend met mensen, maar jaagt op hun verhalen voor uw boeken. Hoe vinden uw personages dat?
“Shudi, de Chinese kunstenaar met een tweede huis in Kaapstad, begreep het, na een aarzelende beginperiode, heel goed. Hij zag dat ik net als hij een handeltje had, een handeltje in woorden. Cheikhna, de Malinese winkelier in Guangzhou, dacht alleen maar aan de zaken die hij met mij zou kunnen doen. Allebei rijk worden met de verkoop van Nederlands melkpoeder. Als iemand mij een verhaal geeft, dan voel ik dankbaarheid en verbondenheid.”

Hoe uit zich dat?
“Die mensen gaan bij mijn leven horen. Kijk, ik ben op mijn achttiende uit huis gegaan. Ik heb inmiddels weer een goede band met mijn familie, maar ik ben een tijd echt van ze weggeweest. Ik ging op zoek naar een nieuwe familie. Die heb ik gevonden, een clan zelfs, van mensen die overal vandaan komen. Begin dit jaar was ik bij Cheikhna op bezoek in Congo-Brazzaville. Hij heeft een auto gekocht, zijn winkel heeft nu airconditioning. Vrienden die ik twintig jaar geleden in Congo ontmoette, komen me opzoeken als ze in Europa zijn. Ik ben bevriend met hun kinderen op Facebook. Dat zijn allemaal vertakkingen van mijn leven.”

[[{“fid”:”23979″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Lieve Joris, foto Mieke Meesen”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Lieve Joris, foto Mieke Meesen”},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_halve_breedte media-element file-file-styles-artikel-halve-breedte”,”id”:”styles-4-0″}}]]Kunst uit Kinshasa

Foto: Mieke Meesen

En houden die u scherp?
“Jazeker.” Lachend: “Laatst wilde een Congolese vriend weten of ik die Chinezen nu al had getemd. En aan een Mauritaanse vriend in Parijs vroeg ik onlangs hoe hij aankijkt tegen Nederlandse jongeren die zich tot de islam bekeren. Hij antwoordde: ‘Dat is rebellie. Jullie deden dat in de jaren ’60 door de vrije liefde te bedrijven, zij doen dat door een religie aan te hangen. Een Mauritaans spreekwoord zegt: We zijn meer kinderen van onze tijd dan van onze voorouders.’ Dat is het mooie van zo’n lange vriendschap. Hij begrijpt meteen wat mij bezighoudt. We denken na over dezelfde wereld.”

Raakt het beroep van reisschrijver niet uit de tijd? Via internet zijn we in een paar klikken aan de andere kant van de wereld.
“Ik heb niks met de term ‘reisschrijver’. Dat ben ik niet. Je moet de tijd nemen om de atmosfeer van een plaats te doorgronden. Daar gaat het om. Als je ergens langer blijft, voel je de mood of a place, zoals Ryszard Kapuściński het zo mooi zei. Journalist Bram Vermeulen doet dat in Turkije. De jonge Belgische cineast Bram Van Paesschen doet dat met zijn documentaire Empire of Dust, over een Chinese wegenbouwer en zijn Congolese tolk. En de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver Teju Cole doet dat met New York en Brussel in zijn roman Open City. Dat zijn mensen met wie ik me verwant voel. Ze weten de polsslag van de tijd te vatten die op dezelfde manier klopt voor Chinezen, Afrikanen en een Belg uit Neerpelt zoals ik.”

U bent dit jaar zestig geworden. Worden de contacten die u legt tijdens uw reizen anders bij het ouder worden?
“Als je 35 bent, wordt er meer met je geflirt. Maar juist in China heb ik veel jonge mensen leren kennen. De groeistuipen die zij doormaken! Ze zijn op zoek naar het juiste werk, de juiste relatie. Ze namen mij in vertrouwen, ze voelen dat ik een bepaalde rust heb. Daar ben ik blij om. Ik heb zelf geen kinderen. Als je niet oppast, dreig je dan met het ouder worden het contact met de jongere generatie te verliezen. Maar ook in mijn privéleven heb ik die intimiteit en openheid met de kinderen van mijn broers en zussen.”

Vriend Marek Stawski, zelf ook fotograaf, helpt met de enscenering van de foto. Voorzichtig tilt hij het grote masker van de kast, een souvenir uit Congo waarvan onduidelijk is of het oud is of oud gemaakt voor toeristen. Stawski serveert koekjes en geeft uitleg bij de verzameling schilderijen van vermaarde Congolese kunstenaars.

Marek is inmiddels 35 jaar uw levensgezel. Reist hij met u mee?
“Nee, nooit – al komt hij me wel eens opzoeken als ik ergens ben neergestreken. Om een intense relatie op te bouwen met nieuwe mensen, moet je alleen zijn.”

In een eerder interview zei u dat u zijn Poolse familiegeschiedenis zou willen ontrafelen. Zit daar ook een boek in?
“Nadat Marek naar Nederland was gevlucht, heeft hij lang geen contact gehad met zijn ouders. Maar als we nu naar Polen gaan, spreekt hij uren met zijn moeder. Tijdens onze wandelingen door het bos vertelt hij me alles. Ik vind het heerlijk om naar hem te luisteren en daar verder niks mee te moeten. Je hoeft niet over alles te schrijven.”

[[{“fid”:”23978″,”view_mode”:”file_styles_artikel_kwart_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_kwart_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Op de vleugels van de draak”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Op de vleugels van de draak”},”type”:”media”,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_kwart_breedte media-element file-file-styles-artikel-kwart-breedte”,”id”:”styles-5-0″}}]]Reizen tussen China en Afrika

Lieve Joris / Uitgeverij Augustus / € 19,95  

En wat dan nu?
“Ik ga alles op alles zetten om Op de vleugels van de draak in het Chinees vertaald te krijgen. Niets is mooier dan wanneer een boek terug vaart naar het land en het volk waarover het geschreven is. De Chinezen hebben het recht te weten hoe ik daar heb rondgekeken. Ik ben heel benieuwd hoe ze erop reageren, of ze me corrigeren en mijn blik verder verdiepen. Ik wil ook graag op bezoek bij mijn Syrische vriendin Hala, bij wie ik woonde toen ik De poorten van Damascus schreef. Ze is Syrië onlangs ontvlucht en ingetrokken bij haar dochter, die in Dubai woont. Ze voelt zich daar in den vreemde. Het is een samenleving die niet geworteld is, waar alles draait om geld. Ik heb mezelf beloofd naar haar toe te gaan, zodra dit boek zijn weg heeft gevonden.” 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Lonneke van Genugten

Over de auteur

publicist

Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en Guinee, maar ook over mondiale trends, beeldvorming, feminisme en duurzame lifestyle.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief