Homs by night. Ergens in de aan gort geschoten gebouwen voor ons twinkelen een paar lichtjes. Teruggekeerde families. Hoe ze overleven weet ik niet. Geen water, geen elektriciteit, geen muren. Glimworpjes in een reusachtig karkas van schroot en puin. Teruggekeerd uit een oord waar het erger was.

Verderop is de oude stad. Epicentrum van de waanzin. Een aanblik die doet denken aan Berlijn ’45. Een dood gebombardeerde stad. Als je stilstaat en luistert hoor je niets. Zelfs geen hond. Soms is stilte ronduit eng.

Damascus overdag, twee dagen eerder. Tien meter van me vandaan schiet een man plots zijn Kalasjnikov leeg. In de lucht, dat wel. Hij huilt. Zijn broer is doodgeschoten in Palmyra. Hij kreeg het net te horen.

We rijden rond. Diep gerommel, knallen, rookpluimen. Inslaand vuur, uitgaand vuur, je leert anders luisteren. Plots gevaar, niemand kijkt er van op. Alleen wij, die geen oorlog kennen.

Deze mensen willen hier niet weg, ze willen dat de oorlog stopt

Bij het kantoor van onze collega-hulpverleners van Caritas staan drie uitgebrande autowrakken voor de deur. Eén medewerker verloor haar broer in Aleppo. De familie van een andere collega had een parfumbedrijf. Gewapende gekken schoten het aan scherven. Nog een andere hulpverlener in een gezondheidscentrum dat we steunen vertelt me over haar man. Hij liep over straat en kreeg een kogel door het hoofd.

Het is gek, maar niemand die ik tegenkom wil weg. Hun geliefde doden kunnen ze niet achterlaten. En het geld om te vluchten hebben de meesten ook niet. alawieten, sjiieten,  soennieten en christenen, ze willen maar een ding, dat de oorlog stopt.

De pauselijke Nuntius in Damascus legt het conflict uit. ‘Alle gewapende partijen zijn duivels’, zegt hij. Wat ooit begon als spontaan en oprecht volksprotest is een wespennest geworden van facties die provincies en steden aan stukken scheuren en een bevolking opjagen en uitmoorden. De VS, de EU, Rusland, de Turken, Saoudi’s en Iran springen er bovenop en voeren er hun macabere war by proxy.

beschieting in syrieBeschietingen in de ravage die al is aangericht in Aleppo. Cordaid/Eddy van Wessel.

In dit wespennest werken onze hulpverleners en ze riskeren daarbij hun eigen leven. In gaarkeukens, mobiele ziekenhuizen, in dorpen, steden en daar waar ontheemden stranden. En als daar toestemming voor nodig is van de autoriteit in dat gebied, dan vragen ze daarom. Hoezeer die autoriteit ook zelf bloed aan zijn handen heeft. Omdat de noodzaak om te helpen te groot is. Omdat nietsdoen en comfortabel toekijken geen optie is. Hulp verlenen in tijden van oorlog hangt van dilemma’s aan elkaar. En als je mensen kan helpen, dan hoor je dat te doen en moet je omgaan met alle dilemma’s.

Dilemma’s. Ik ontmoet de ouders van Modar in Damascus. Ze verkochten hun huis en auto en gaven hun kinderen het geld zodat ze konden vluchten. Zelf blijven ze achter. Modar, zijn zus en jongere broer zitten in Nederland. Ze denken elke dag aan hun ouders, daar in het oosten van ons kikkerlandje. Modar leert inmiddels Nederlands. Zijn zus gaat eerst een jaar vrijwilligerswerk doen in Zimbabwe en daarna studeren in Groningen. Ik heb ze een beetje leren kennen omdat Modar als Caritas-hulpverlener bij Cordaid op bezoek kwam en we met collega’s wat geld hebben ingezameld voor hem en zijn familie. Op een dag fietste ik door de duinen. ‘Hé Simone!’, hoorde ik achter me. Het was Modar. Een Syrische jongen in een oer-Hollands tafereel. Ik werd er blij van.

In Damascus zie ik zijn ouders. Twee mensen die alles opgaven om hun kinderen te laten gaan. Ik vertel hen hoe goed die kinderen het doen. Of ik hun kinderen wil groeten en wat kleinigheden wil meenemen. Ik voel me een postbode van onbeschrijflijk leed en diepe blijdschap, van verscheurdheid en verbondenheid.

In het politieke spel is er nog maar één zaak aan de orde: praat met alle duivels van deze oorlog

Er is maar één boodschap, bedenk ik me, staand in de duisternis van Homs, starend naar die paar lichtjes. Help, help, help. We moeten helpen. Nu onmiddellijk om mensen te redden uit de hel waar ze in zitten. En op langere termijn moeten we helpen om te zorgen dat ze hun prachtige land weer kunnen opbouwen.

In het politieke spel van de machthebbers – dat wij hulpverleners niet spelen maar we staan wel midden in de waanzin en het lijden dat eruit voortkomt – is wat mij betreft nog maar één zaak aan de orde: praat met alle duivels van deze oorlog en zorg dat ze met elkaar aan tafel zitten. Het belang om een einde te maken aan het geweld is groter dan de wraakzucht of de eerzucht van enkelingen. Luister naar wat 6,5 miljoen ontheemde Syriërs zeggen. Kappen met die oorlog, kappen met bewapenen, kappen met toekijken en nietsdoen. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Simone Filippini is directeur van ontwikkelingsorganisatie Cordaid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief