Op het moment dat hulpexpert William Easterly begint te twitteren over het WK (‘Werd de overtreding van Colombia op Neymar voorspeld door haar geschiedenis van burgeroorlog?’), dan weet je: de komkommertijd in het internationale hulpdebat is aangebroken. Maar in Nederland woedt het debat zelfs tijdens de Oranjekoorts volop.

Afgelopen week werd het aangestoken door twee rapporten die het economische belang van ontwikkelingshulp onderzochten. Het ene, van campagneorganisatie ONE, haalde de voorpagina’s niet. De conclusie dat de bezuinigingen op de Nederlandse hulp tot een verlies van 250 miljoen euro aan Bruto Binnenlands Product  leiden, haalde alleen wat websites. Het andere, van de ‘rekenmeesters’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken IOB, was breaking news en zorgde voor ontploffingen op de social media. Hoe kon dat?

Niet naar buiten brengen
OneWorld was bij de presentatie van het ONE-rapport in café Dudok, Den Haag. Het was een speciale ontbijtsessie die – onder meer – parlementaire journalisten moest lokken. Maar die hadden om half 9 ’s ochtends andere bezigheden of hadden een voorschot genomen op het Kamerreces. Wel was IOB-directeur Ruerd Ruben aanwezig. Terwijl de eerste croissantjes genuttigd werden, maakte hij al gehakt van het rapport. De onderzoekers van het toonaangevende Overseas Development Institute hadden zich vergaloppeerd door een simulatie over de hulpeffecten uit te voeren met een model dat daarvoor niet deugde, zo reageerde hij. Het werkte onder meer met continenten in plaats van afzonderlijke landen. En er kwam bij dat de onderzoekers multilaterale hulp (van de VN, Wereldbank etc) hetzelfde hadden gewogen als bilaterale hulp, van land tot land. Terwijl multilaterale hulp vaker naar de armste landen gaat, waar wij weinig aan verdienen. Dat samen leidde tot een schromelijke overschatting van de economische effecten van hulp: 1 procent economische groei in Sub-Sahara Afrika en een jaarlijkse stijging tot 2017 van het Nederlandse BBP met 0,03 procent. Nederlandse hulp zou zich volgens ODI ‘terugverdienen’. “Ik zou dit niet naar buiten brengen”, luidde Rubens welgemeende advies.

Een euro hulp vergroot de export met 0.7 tot 0.9 euro

Massaal opgepikt
Ondertussen had zijn eigen Inspectiedienst al een onderzoek klaar liggen dat het had uitbesteed aan de Universiteit van Göttingen. Dat werd vrijdag gepubliceerd en meteen massaal opgepikt. De afzender was geen campagne-organisatie die aan wilde tonen dat je niet op hulp moet bezuinigen, maar een achtenswaardig evaluatie-instituut. Dat deed veel voor de mediabelangstelling. En de reikwijdte van het rapport was  – heel verstandig – wat beperkter: het gaat alleen over de effecten van bilaterale hulp op de Nederlandse export tot 2009. Het was bovendien realistischer: geen simulatie op basis van een econometrisch model, maar empirisch, terugkijkend onderzoek.

De onderzoekers claimen niet dat Nederlandse hulp zich terugverdient, maar positieve economische effecten zijn er volgens hen wel degelijk. Een euro hulp vergroot de export met 0,7 tot 0,9 euro. De bijdrage aan de economie is 0,4 tot 0,55 euro per gespendeerde hulpeuro en hulp levert dankzij de gestegen export 15000 extra banen op.

15.000 banen zijn klein bier

Politiek gevecht
Wat betekent dit? Beide rapporten landen in een buitengewoon gepolariseerd klimaat rond ontwikkelingshulp. Minister Dijsselbloem heeft 600 miljoen gereserveerd omdat er door een nieuwe berekening van het Bruto Nationaal Inkomen meer geld naar de hulp zou moeten gaan. Coalitiepartner VVD is mordicus tegen. In augustus besluit het kabinet.

Voor de voorstanders van hulp is het in de discussie handig dat je het ‘eigenbelang’ bij hulp kunt kwantificeren. Maar het politieke gevecht over de 600 miljoen zal niet op basis van de werkgelegenheidseffecten van hulp worden beslist. 15.000 banen zijn uiteindelijk klein bier.

Belangrijker is de consequentie op lange termijn, zegt Ruerd Ruben. Het onderzoek vloeit voort uit een discussie met Coen Teulings, directeur Centraal Planbureau. Ruben ergerde zich eraan dat het CPB in haar doorrekening van verkiezingseffecten geen negatieve effecten opnam voor de Nederlandse economie als partijen wilden bezuinigingen op hulp. Teulings was bereid zich te laten overtuigen, maar dan alleen als externe onderzoekers het werk deden. Zulks geschiedde.

Als de gezaghebbende ESB volgende week zijn goedkeuring aan de berekeningen hecht, zal Teulings waarschijnlijk de ‘schade’ van bezuinigen op hulp in zijn modellen mee laten draaien. En daarmee zou ontwikkelingshulp niet meer de simpelste bezuinigingspost zijn: hoge opbrengsten, geen schade in eigen land.

Meeprofiteren
Maar dat heeft ook een keerzijde. Alle nadruk op de economische effecten van hulp kan leiden tot nog meer ‘veilige’ hulp aan middeninkomenslanden (waar we meer aan kunnen exporteren). We moeten dan wegblijven uit de instabiele oorden op deze wereld, zoals Zuid-Sudan, Afghanistan en DRC Congo, waar voorlopig nog geen interessante afzetmarkt voor Nederlandse bedrijven zal ontstaan – maar waar ‘ouderwetse’ hulp het hardst nodig is.

De IOB waarschuwt ook voor een ander gevaar, in een voor de Inspectiedienst ongewoon expliciete politieke boodschap. In het huidige beleid is het de bedoeling dat Nederlandse bedrijven meeprofiteren van de gegeven hulp. Daarvoor is onder andere het vorige week gelanceerde Good Growth Fund opgezet. ‘Gebonden’ hulp ligt dan volgens IOB op de loer: donoren willen wel geld geven aan projecten, maar alleen als die uitgevoerd worden door Nederlandse bedrijven. Terwijl de economische winst van hulp veel meer zit in de daardoor opgebouwde goodwill en het ‘gewoonterecht’ van zaken doen met een bepaald land, niet zo zeer in de binding van hulp aan Nederlandse bedrijven.

Tragische exercitie
Uiteindelijk zullen puur economische afwegingen nadelig uitvallen voor ontwikkelingshulp. Investeringen in onderwijs, bijvoorbeeld, zullen economisch altijd beter renderen, al is het maar door de koopkrachtstijging van docenten in eigen land.

Het gezaghebbende WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’, heeft het niet voor niets over ‘verlicht’ eigenbelang als motivering voor hulp. Niet in de eerste plaats omdat we er onze bedrijven een boost mee geven, maar om grensoverschrijdende problemen te lijf te gaan: energie-, voedsel- en waterschaarste, klimaatverandering en ongecontroleerde migratie.

Vorige week noemde voormalig Kamerlid en Cordaid-directeur Godelieve van Heteren het ONE-rapport bij de presentatie ‘een tragische exercitie’. “Moeten we ons laten dwingen door de termen van de tegenstanders van hulp? We zouden een verdediging van ontwikkelingshulp op moeten zetten die uitgaat van een andere retoriek. Dat wij als rijk land investeren in het mondiale systeem, zonder dat we daar meteen iets voor terug zien.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0515

Over de auteur

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief