In Parijs gaat de klimaattop zijn laatste dagen in. De financiering van een schonere toekomst is een cruciaal onderwerp waar de onderhandelaars nog geen overeenstemming over kunnen vinden. Wie betaalt voor een wereldwijde transitie? En hoeveel dragen Nederland en andere ontwikkelde landen bij?

Arme landen benadrukken keer op keer dat de geïndustrialiseerde wereld een groot deel van haar welvaart dankt aan fossiele brandstoffen en dus verantwoordelijk is voor de grootste uitstoot van koolstofdioxide. Bovendien merken ontwikkelingslanden als één van de eersten de gevolgen van klimaatverandering. Het is dus wel zo eerlijk als rijke landen meer dan een beetje bijdragen. Daar is iedereen het over eens. Totdat er daadwerkelijk betaald moet worden.

Hoeveel geld is er al?
In 2009, tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen, besloten rijke landen vanaf 2020 een bedrag van 100 miljard dollar per jaar te investeren in uitstootreductie en aanpassingen aan klimaatverandering in ontwikkelingslanden. In 2014 werd dat bedrag niet gehaald, toen lag het rond de 62 miljard dollar, becijferde de OESO. Maar als dit bedrag doorgroeit zal er in 2020 meer dan 100 miljard dollar per jaar beschikbaar zijn. Is dat genoeg?

De hulpbehoevende landen zeggen van niet. Volgens Indiase functionarissen vraagt een transitie in India alleen al om 160 miljard dollar per jaar aan investeringen. India kan niet meer zoals Amerika, Europa en China gemakkelijk rijk worden met investeringen in fossiele energie. 

Bovendien zeggen critici zeggen dat er te veel bestaande leningen en ontwikkelingsbudgetten in het bedrag op zijn genomen. Ook in de Nederlandse begroting lopen ontwikkelingssamenwerking en klimaatfinanciering door elkaar. Kamerleden van SP, D66 en CDA riepen twee weken geleden de regering op de begroting voor klimaatfinanciering te scheiden

Geld is er genoeg, maar het gaat naar de verkeerde landen

Ontwikkelingssamenwerking en klimaatfinanciering
De samenhang tussen klimaatfinanciering en eerdere ontwikkelingssamenwerking heeft voor- en nadelen. Econoom Paul Steele onderzocht voor het International Institute for Environment and Development (IIED) het effectief gebruik van klimaatfinanciering en ontwikkelingsgelden . Steele presenteerde zijn onderzoeksresultaten twee weken geleden in Den Haag met een opvallende conclusie: 'geld is er genoeg, maar het gaat naar de verkeerde landen'.

De 48 landen die zich verenigd hebben onder de noemer Least Developed Countries (LDC’s) laten zich de laatste jaren — en de laatste dagen in Parijs — horen als voorvechter van klimaatactie. De reductievoorstellen die de LDC’s voorstelden in Parijs, zegt Steele, kunnen met investeringen van 93,7 miljard dollar per jaar gerealiseerd worden. Op dit moment komt een derde van het klimaatgeld bij de laagontwikkelde landen terecht. Dat zou meer moeten zijn, stellen de onderzoekers van het IIED. Groene energieprojecten in landen met een gemiddeld welvaartsniveau, zoals bijvoorbeeld Marokko, trekken makkelijker privaat kapitaal aan. Klimaatgeld uit ontwikkelingsbudgetten kan beter ingezet worden om schone projecten in de armste landen op te starten en om adaptatie aan klimaatverandering in alle ontwikkelingslanden te ondersteunen. Omdat de opstartkosten in die gevallen hoog zijn, is het vaak moeilijk private investeringen te vinden.

Nederlandse verantwoordelijkheid
De Nederlandse klimaatgezant Michel Rentenaar sprak in Den Haag met Steele over zijn bevindingen: “In Nederland proberen we ontwikkelingsgeld te verbinden met klimaatfinanciering om de armste mensen te helpen, terwijl je vanuit klimaatperspectief beter alles aan China uit zou kunnen geven.” Steele benadrukte dat, in tegenstelling tot eerder gemaakte afspraken, weinig van het Nederlandse geld uit nieuwe bronnen komt. “Het was een politieke beslissing om ontwikkelingsgeld voor klimaatfinanciering te gebruiken,” erkende Rentenaar. Maar in de bundeling van commerciële investeringen, ontwikkelingsorganisaties en overheidsbudgetten is het soms “lastig om ontwikkelingsgeld en klimaatfinanciering te scheiden”.

Hoewel het budget voor ontwikkelingssamenwerking nog steeds krimpt is de regering vastbesloten de komende jaren meer geld bijeen te brengen voor klimaatfinanciering. In 2016 moet de Nederlandse bijdrage met 100 miljoen euro stijgen tot 550 miljoen, beloofde Premier Rutte in zijn toespraak in Parijs op 30 november. Of het om ‘nieuw’ geld gaat, en hoe effectief het ingezet wordt, zal nog moeten blijken.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Mathijs Boom (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij stortte zich de laatste jaren op de politiek en wetenschap van …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief