Bij het ontwaken op 9 november hoorde de Indiërs dat de twee populairste bankbiljetten, die van 500 (7 euro) en 1000 (14 euro) roepies, ongeldig waren verklaard. Ogenblikkelijk vormden zich lange rijen voor de banken. Die waren niet op zo’n toestroom bedacht. Binnen een mum van tijd was het geld op.

De middenklasse die zich richting de pinautomaten haastte, ontdekte dat er uit de muur ook niets meer kwam. Wie een creditcard heeft, ondervindt de minste hinder. Maar hoeveel Indiërs bezitten een plastic betaalkaart?

De straatveger, de arbeider die per dag wordt uitbetaald of de kleine kruidenier om de hoek zitten letterlijk met hun handen in het haar. Ze hebben geen geld meer, ontvangen geen cent en kunnen hun winkels sluiten. Ze snappen niets van Modi’s monetaire beleid. Als een bezetene wil hij met de corruptie afrekenen en de handelaren aanpakken die hun belasting ontduiken.  

Wat heeft de informele sector er mee van doen? Modi heeft gelijk dat in deze duistere, onzichtbare economie ondernemers en handelaren iedere regelgeving aan hun laars lappen. Het zwarte geld circuit tiert welig. Zijn er geen andere maatregelen te bedenken om deze grootverdieners aan hun plichten te houden?

Jawel. Wie in Nederland geen belasting betaalt, ziet hoe medewerkers van de belastingdienst zijn huis, auto en alle waardevolle spullen als tegenmaatregel in beslag nemen. No mercy.

Omgerekend betaalt dus nog géén 1 procent van de Indiase bevolking belasting

Hoeveel mensen betalen in India belasting?  Ik citeer uit het belastingrapport van 2013. Hou daarbij in je achterhoofd dat er 1,2 miljard mensen in dit land wonen. Daarvan vulden toen 28,7 miljoen werkenden hun belastingpapieren in. Dat betekent niet dat ze tevens belasting betaalden. 16,2 miljoen weigerden het. Slechts 12,5 miljoen deden het wel. Omgerekend betaalt dus nog geen 1 procent van de Indiase bevolking belasting.

De fiscale amnestie die premier Modi na zijn aantreden uit de kast haalde in de hoop dat de rijke Indiërs massaal hun zwarte geld zouden aangeven, had nauwelijks resultaat. Want wat leverde het op? De 60 procent belasting moest alsnog achteraf betaald worden. Geen juridische vervolging was het enige dat Modi in het vooruitzicht stelde.

Een knorrige en gefrustreerde premier dacht de ‘criminelen’ in hun slaap te verrassen door in een nacht deze twee bankbiljetten ongeldig te verklaren. Toch telt de winst die Modi denkt te bereiken niet op tegen het verlies in de informele sector. De schade onder de armen is enorm.

Ik beklaag mijn hardwerkende groenteboer in mijn oude straat. Iedere dag stond hij er met zijn ‘kraampje’. In de zomerse hitte gooide hij natte doeken over zijn waar. In de winter kleumde hij van de kou. Met loden gewichtjes en een weegschaal nog uit de vorige eeuw bepaalde hij de prijs. Met hem zien zoveel straatverkopers sinds 9 november hun inkomsten slinken tot nul. Er is bijna geen contant geld meer. Economen waarschuwen dat het nog wel enkele weken kan duren voordat alles weer bij het oude is. Ondertussen lijden gezinnen honger.

Hoe zal het de arbeiders om de hoek van mijn oude buurt vergaan? Iedere ochtend stond jong en en oud er te wachten tot ze door een vrachtwagen van een bouwbedrijf werden opgepikt om een dag voor nog geen euro te werken. Ook zij ontvangen geen cent. Wie geen geld heeft, geeft niet uit.

Hoe kon de zoon van een theeverkoper de informele sector zo negeren? Modi’s vader verdiende zijn geld op het treinstation. Als zijn zoon schopte hij het ver. Als premier van de deelstaat Gujarat behaalde hij met tien procent jarenlang de hoogste groei van het land. Hij weet beter dan iedereen dat 80 procent van de Indiërs in de informele sector werkt en dat ze wel voor 45 procent aan het bruto nationale inkomen bijdragen.

Als Modi zijn boeven heeft gevangen, wordt het de hoogste tijd dat hij de informele sector duurzaam gaat ontwikkelen. 

 
De informele sector verdient meer respect in de strijd tegen de rijke belastingontduikers. Uit mijn periode in Indonesië weet ik nog dat de warunghouders, de eettentjes op straat, de ojekrijders, de bromfietstaxi’s en het leger aan pembantu’s, dienstbodes, het land door de financiele crisis sleurden. Dankzij hun inspanningen werd Indonesië niet bankroet verklaard. De formele economie was grotendeels verlamd.
 
Als Modi zijn boeven heeft gevangen, wordt het de hoogste tijd dat deze ‘chai wala’, deze voormalige theeverkoper, de informele sector duurzaam gaat ontwikkelen. Niemand kan het beter dan hij. Opnieuw kan Modi een voorbeeld stellen. Want zonder deze onzichtbare economie waren honger en armoede veel groter in India. Al betalen deze harde werkers geen belasting, omdat ze simpelweg te weinig verdienen, hebben zij als Indiërs dan geen recht? Vaak worden ze met hun kraampjes naar achteraf plekken verwezen waar ze nauwelijks iets verdienen. Help ongeschoolden bij het ontwikkelen van hun vaardigheden. Geef ze gunstige leningen, alsjeblieft ook een eerlijk salaris en betere arbeidsvoorwaarden.
 
Narendra Modi beloofde van onderaf aan zijn land te ontwikkelen en de armoede te bestrijden. Waarom pakt hij de rijke belastingontduikers hun kastelen en jaquars niet af? Met hun bankbiljetten komen ze wel weg. Tot 30 december kunnen ze die nog inwisselen. Laat hen niet zoals de grootste boef met tientallen koffers voor een zogenaamde vakantie naar Europa ontsnappen. Gelijke monniken, gelijke kappen. Een duurzaam India was toch de droom van Modi?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief