Het voortdurende geweld in Syrië eist veel slachtoffers. Dagelijks hebben duizenden mensen in dit land hulp nodig. Noodhulp bieden is lastig, maar directeur Arjan Hehenkamp vertelt hoe Artsen zonder Grenzen tóch probeert de Syrische bevolking te bereiken.

“Het allergrootste probleem is dat wij niet naar de plaatsen kunnen waar mensen het meest in nood zijn, doordat we geen toegang krijgen van de regering. . Zonder die toegang vanuit Damascus kunnen wij nooit voldoende hulp bieden,” legt Hehenkamp uit.
Zijn lezing geeft hij met zijn jas nog aan, alsof hij voor een spoedgeval zo de zaal weer uit zou kunnen rennen. Als ik hem later aan de telefoon spreek wordt mij nogmaals duidelijk dat ik hier geen typische directeur voor me heb: de man heeft vaak genoeg met zijn voeten in de modder gestaan, om de realiteit te kennen. “Zolang in Syrië de politieke wil ontbreekt om de bevolking bij te staan, zal de hulp die wij kunnen bieden altijd minimaal zijn ten opzichte van wat er nodig is. En dat grote gat, wat doe je daarmee? Ik weet het ook niet altijd.”

Waarom staat de regering de hulp niet toe?
“De Syrische regering is altijd goed georganiseerd geweest. Syrië heeft nooit hulp nodig gehad en ook nu willen zij zelf de controle blijven uitoefenen. Het is een kwestie van trots. Op zich is het goed als regeringen het zelf willen doen. Maar dat gebeurt niet in Syrië. Toch staan ze hulp van buitenaf ook niet toe, omdat ze het huidige conflict op een heel andere manier zien dan de westerse media laten zien. De Syrische autoriteiten denken dat de westerse mogendheden hen uit eigenbelang omver willen werpen. Hier hebben wij als hulporganisatie onder te lijden. De regering is bang dat de hulp gebruikt wordt als een soort Trojaans paard, waarbij de humanitaire hulp deel uitmaakt van de westerse strategie om politieke invloed uit te oefenen op de situatie in Syrië.”

Wat doen jullie om die achterdocht weg te nemen?
“Neutraal blijven. We nemen bijvoorbeeld geen donorgeld aan van instituties, niet van Europa en niet van Amerika. Zo laten we zien dat we onafhankelijk blijven en geen ander belang dienen dan het helpen van slachtoffers. We moeten onze eigen contacten leggen om te spreken met de Syrische regering, hen goed uitleggen waar wij voor staan en in die gesprekken hun vertrouwen proberen te winnen.”

Hoe verlopen zulke gesprekken?
“Voorafgaand aan het gesprek is het eerst wachten. Heel veel wachten. Op een visum en op de juiste afspraken. Er zijn maar een paar mensen in Syrië die de verantwoordelijkheid hebben om hulporganisaties goed te keuren en toegang te verlenen. Daar zijn we al maandenlang mee bezig. In de gesprekken hierover leggen we uit dat we een onafhankelijke positie bekleden ten opzichte van de politieke processen die daar lopen. Als ze daar welwillend op reageren, kunnen we gaan onderhandelen: onder welke voorwaarden mogen we aan het werk gaan? Het moment waarop die voorwaarden er zijn hebben we nog steeds niet bereikt.”

Wat kunnen jullie al wel doen?
“We werken al wel rondom de grens. Deze gebieden staan niet onder controle van de regering vanuit Damascus, maar van rebellen. In deze gebieden is het veiliger voor ons, maar ook voor onze patiënten. In ziekenhuizen en vluchtelingenkampen bieden we, vaak levensreddende, medische hulp. Maar in de zwaarst getroffen gebieden, waar het gewelddadiger is, kunnen we niet komen. Er is echt een extreem groot gat tussen wat er in Syrië nodig is en wat we kunnen bieden. Moeten we dat accepteren? Daarover moeten we blijven debatteren, maar het belangrijkste is nu dat we hulp moeten blijven bieden aan de mensen die we wel kunnen bereiken, ook al is dat minimaal.”

Ben je zelf wel eens in Syrië geweest?
“Nee, nog niet. Maar ik ga er binnenkort heen. Ik heb lang geleden wel in Syrië rondgereisd met vrienden. Toen ben ik ontzettend onder de indruk geraakt van de gastvrijheid van deze mensen. Onderweg naar Damascus kwamen we vast te zitten met de bus, omdat de wegen te glad waren. Dorpsbewoners in de buurt vingen ons op in de moskee. Schalen met kip en rijst werden binnengedragen, kan je je voorstellen dat dat in Nederland zou gebeuren? Die diepe gastvrijheid  is denk ik ook de reden waarom dit conflict zo hard aankomt bij de Syriërs. Terwijl zij altijd zo gastvrij zijn, voelen ze zich nu in de steek gelaten door de rest van de wereld.”

Binnenkort ga je dus weer naar Syrië, wat ga je dan precies doen?
“Ik ga projecten in Syrië en de omringende landen bezoeken, om mensen een hart onder de riem te steken en waar nodig advies te geven. En ik zal de autoriteiten en andere hulporganisaties bezoeken. Ondanks dat ik veel ervaring heb in het veld, is het van belang om te proeven van wat er gebeurt in zo’n land en ook de risico’s goed in te kunnen schatten. Daar ben ik verantwoordelijk voor en de risico’s in Syrië zijn niet minnetjes. Bombardementen en ontvoering zijn reële gevaren.”

 

Foto: Michaël Goldfarb (Artsen zonder Grenzen)

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief