Eindelijk zijn de vluchtelingen in Duinkerke (Noord-Frankrijk) verhuisd naar een nieuwe en betere plek. De omstandigheden in het oude kamp waren zo ver beneden elke humanitaire standaard, dat Artsen zonder Grenzen besloot in te grijpen en het eerste kamp op Europese bodem bouwde. Ligt hier nu de toekomst van vluchtelingen die naar Europa komen? Een verslag van Marjolein Quist van non-profitorganisatie De Warmtekaravaan.

Drie maanden terug bezochten we met De Warmtekaravaan voor het eerst het ‘kamp’ van Duinkerke om warme dekens en kleren te brengen, en troffen we zo’n 2000 mensen, waaronder 300 kinderen, in kleine kampeertentjes in blubber aan. De meesten zijn Irakese Koerden die een lange reis hebben afgelegd via Turkije, Griekenland en de Balkan, maar op de laatste etappe blijven steken. Ze willen zich voegen bij familie in Engeland, maar de steeds strengere politiecontroles maken dat vrijwel onmogelijk.

Het nieuwe kamp

Tussen een spoorbaan en een snelweg staan aan weerszijden van een lang grindpad steeds rijtjes houten barakken opgesteld. Er zijn douches met warm water, voldoende toiletten, en gemeenschappelijke keukens en een schooltje in de maak. Een grote verbetering in vergelijking met de plek waar mensen vandaan komen. De simpele houten huisjes zijn gemaakt van een enkele laag perplex en zijn zo’n zes vierkante meter groot. Elk is bedoeld voor vier bewoners, al wonen er vaak genoeg meer mensen.

Verheugd over onze terugkomst word ik al snel meegetroond door een familie die we eerder ontmoetten. Toen zaten ze er al drie maanden, nu, weer drie maanden later, zitten ze er nog steeds. De moeder des huizes staat erop dat ik wederom een mierzoet theetje kom drinken. Met z’n negenen zitten we op de kleden en dekens op de vloer, via het kleine raampje bovenin komt nauwelijks licht binnen. Het nieuwe kamp is een grote verbetering, beamen ze, maar al te lang houd ik het niet in hun huisje uit.

Het nieuwe kamp is een grote verbetering, beamen ze, maar al te lang houd ik het niet in hun huisje uit

Het weerzien van bekenden geeft een dubbel gevoel. Het feest van herkenning heeft een wrang randje. Deze mensen willen hier immers niet zijn. Oskar, het baby’tje dat al meerdere malen de media haalde omdat hij ernstig onderkoeld met spoed naar het ziekenhuis moest worden gebracht, woont er ook nog steeds en is zichtbaar verbeterd. Zijn moeder Hataw verteld ons dat hij in het nieuwe kamp veel beter slaapt. We helpen zijn vader Aziz, die wél een Brits paspoort heeft, maar zijn vrouw en kind niet mee mag nemen, een deur voor hun nieuwe onderkomen te bouwen.

  Bedrijvigheid in het kamp

Er is tegenwoordig een kapper en een barbier, er worden zelf gedraaide sigaretjes verkocht en andere handeltjes gestart. De overdekte hal bij de ingang van het kamp doet dienst als telefoonoplaadplek en vooral ook als sociale ontmoetingsplek. ´s Avonds wordt er zelfs gedanst, en lijkt het even alsof mensen vergeten op wat voor plek we zijn.

Vooral de families zijn druk bezig hun huisjes te verbeteren en vergroten. Dekens worden bij wijze van isolatie tegen de muren gespijkerd en extra stukken tegenaan gebouwd. Al roepen ze nog steeds zonder twijfel snel naar Engeland te gaan, lijken ze te beseffen hier nog wel een poosje te zitten. Vrijwilligers maken al grapjes over wanneer ergens een eerste extra verdieping zal worden gebouwd.

Na twee weken in het kamp komen de eerste gebreken al op

De planken en schappen die we in de huisjes komen bouwen vinden gretig aftrek. Op die manier kunnen spullen buiten bereik van kinderen worden gehouden, en is er meer ruimte op de vloer om te slapen. Al gauw komen mensen ook met andere vragen. Of we het lek in een dak kunnen repareren. Of we iets hebben om de kieren te dichten. Na twee weken in het kamp komen de eerste gebreken al op.

Een tijdelijke oplossing?

Ondanks de hartelijkheid en gastvrijheid waarmee we overal ontvangen worden, de blije gezichten, de zichtbare opluchting die heerst over de verbetering van het nieuwe kamp, ondanks de constatering dat de coördinatie van de vrijwilligershulp zijn vruchten afwerpt, en de toevoer van kleding en voedsel genoeg is om in behoeftes te voorzien, sluimert er toch een soort van ongenoegen als ik door het kamp struin.

Het kamp is ingericht als tijdelijke plek, met minimale standaarden, niet bedoeld om lang mee te gaan. De tijdelijkheid van deze situatie is een holle belofte waar zowel vluchtelingen als vrijwilligers en hulpverleners zich aan vastklampen, tegen beter weten in. We kunnen het kamp enkel tijdelijk noemen als er ook aan een echte oplossing gewerkt wordt. Vluchtelingen zijn slachtoffer van falend Europees asielbeleid, en vrijwilligers en hulpverleners kunnen niet meer dan de situatie zoals die is verlichten. Een echte oplossing is politiek, en vergt samenwerking en afspraken tussen Frankrijk en Engeland. En dat zal nog lang op zich laten wachten.

En aan alle mensen die ik tot nu toe in Duinkerke ontmoette: Ik hoop jullie allemaal weer terug te zien. Hopelijk op een andere plek.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Marjolein Quist is initiatiefnemer van De Warmtekaravaan en De Focus.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief