Duurzame ontwikkeling is een buzz-word in de huidige ontwikkelings-samenwerking. Het idee wordt vaak weergegeven met deze metafoor: geef een man een vis en hij eet een dag, maar leer hem te vissen en hij zal zijn hele leven eten hebben. Een mooi ideaalbeeld van ontwikkelingshulp: mensen leren zichzelf te onderhouden, in plaats van dat ze afhankelijk blijven van donoren en/of NGO support. Het nadeel is alleen dat dit in veel gevallen niet van toepassing is. Een hoop gevallen vallen buiten de boot onder de huidige trend in ontwikkelingshulp om vooral zelfvoorzienende initiatieven te steunen.

Een voorbeeld ter illustratie. Een gezin met 4 kinderen waarvan de man laatst is omgekomen. Deze vrouw heeft geen rijke familieleden om op terug te vallen en zal dus alles zelf moeten betalen. Hoe wordt deze vrouw op een duurzame manier geholpen in een land waar geen dagverblijven zijn? Het meerendeel van haar tijd zal de komende jaren in de opvoeding van haar kinderen zitten. Waarschijnlijk kan ze hier en daar wat bijklussen, maar hoe kan deze alleenstaande moeder ooit rondkomen? Hoe is dat in Nederland, hoe zou een alleenstaande moeder daar vier kinderen op kunnen voeden zonder familiesteun, bijstand, kinderbijslag of andere subsidies?

Een ander voorbeeld is die van een weeshuis. Hoe kan een weeshuis rond de 100 kinderen van voedsel en kleding voorzien zonder externe bijdrage? In Nederland is de jeugdzorg al geen financieel zelfvoorzienende sector, hoe kan het dit dan zijn in een ontwikkelingsland waar veel minder geld beschikbaar is? Hetzelfde geldt voor veel ouderen en gehandicaptenzorg, rehabilitatiecentra en medische faciliteiten. Natuurlijk is het mooi als een institutie of persoon zelfvoorzienend is, maar in veel situaties is dit ideaalbeeld van onafhankelijkheid simpelweg niet zomaar toepasbaar.

Een andere vorm waarin duurzame ontwikkeling wordt gepromoot is in de vorm van natuurbehoud. Recycling, minder CO2 uitstoot en zonne-energie zijn sleutelbegrippen in deze vorm van ontwikkelingshulp. Maar vraag jezelf eens af: in hoeverre wordt een gewone dorpeling (die al een relatief kleine ecologische voetafdruk heeft) er beter van om een kookstel te gebruiken dat minder CO2 uitstoot dan een traditioneel kookstel? Het kost evenveel brandstof en kookt het eten even snel gaar. In concrete termen zal het leven van de gemiddelde arme dorpeling in een ontwikkelingsland niet direct beter of slechter worden van zulke duurzame maatregelen. Maar als de mensen in ermoede er niet beter van worden, waarom worden dit soort initiatieven dan onder ‘ontwikkelingshulp’ geschaard? Een duurzame wereld is uiteindelijk goed voor iedereen, maar geen mens maakt zich zorgen om de natuur als hij niet eens zijn kinderen fatsoenlijk kan voeden.

Duurzame ontwikkeling blijft een strevenswaardig ideaal, maar het is geen toveroplossing voor alle armoede in de wereld. Bovendien is het discutabel of natuurbehoud onder duurzame ontwikkeling binnen ontwikkelingshulp hoort te vallen. Natuurlijk moet de man uit de metafoor leren vissen, maar zelfs de beste visser zal zonder eten zitten als hij de hele dag thuis voor zijn zieke moeder of pasgeboren baby moet zorgen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief