Ontwikkelingssamenwerking is een trendgevoelige industrie. Organisaties die subsidie willen, moeten inspelen op modegrillen. Daarnaast hangen hun kansen af van de politieke of persoonlijke voorkeuren van minister of staatssecretaris. Patricia de Jonge ziet graag minder (belasting)geld naar mediagenieke doelen gaan. ‘Beloon organisaties met nieuwe, of zelfs gewaagde, ideeën.’

Werken voor een ontwikkelingsorganisatie levert prachtige herinneringen op – maar ook frustrerende. Mijn slechtste bewaar ik aan het fondsenwerven. Nu is bedelen voor een goed doel op zich nog niet zo erg. Je hebt immers een goed verhaal en dat verhaal verdient ondersteuning. Tot zover het ideaalbeeld. Want in de praktijk is het niet de kwaliteit van je verhaal dat bepaalt of je geld krijgt, maar de mate waarin je je verhaal weet toe te schrijven naar de ideeën van de geldschieters. En die ideeën zijn niet altijd even best onderbouwd.
Ontwikkelingssamenwerking is, je zou het niet zeggen, namelijk een erg trendgevoelige industrie. Elke tien of vijftien jaar is er een nieuwe hype in ontwikkelingsland. Die belooft meestal nog net geen wereldvrede, maar het scheelt niet veel. Zo was er de microkrediet-hype, de Millenniumdoelenhype en nu is er sprake van een conditional cash transfer-hype. Daarbij ontvangen arme families geld of goederen als ze zich aan bepaalde voorwaarden houden, zoals het naar school sturen van hun dochters. Zo’n hype duurt tot het moment dat we erachterkomen dat wat goed werkt in een dorp in Bangladesh, niet noodzakelijkerwijs succesvol is op het platteland van Kenia. Elke keer weer blijkt dat ontwikkeling te complex is voor simpel knip- en plakwerk.

Meelopers
Toch lopen veel geldverstrekkers blindelings achter de hypes aan. En aangezien de geldzee klein is en er veel, heel veel vissen in zwemmen, maak je als hulporganisatie alleen kans als je meedoet met de hippe terminologie en opgeblazen verwachtingen. En dus doen we opeens allemaal aan empowerment, aan bottom-up, aan gender-awareness, aan ondernemerschap, aan duurzaamheid enzovoorts. En oh ja, of we even een impactmeting willen doen.
We benadrukken daardoor ook allemaal de bijdrage die we leveren aan abstracte en moeilijk meetbare doelen. Dus een training is niet een ‘overdracht van kennis en vaardigheden’, maar een ‘empowerende levensveranderende ervaring’. En een sociale onderneming is niet een plek waar jongeren ‘wat nuttige werkervaring opdoen en wat geld verdienen’, maar een ‘katalysator voor duurzame armoedebestrijding in de regio’. En dat terwijl de realiteit van ontwikkelingssamenwerking zo lastig is, dat je vaak al blij bent zijn als alle deelnemers je training afronden, je het geplande bedrijfje van de grond krijgt en je projectpartner betrouwbaar en capabel blijkt.

Helaas helpt de overheid ontwikkelingsorganisaties niet bij het vertellen van het eerlijk verhaal over wat je met ontwikkelingssamenwerking kunt bereiken. Integendeel, het subsidiecircuit van de overheid is net zo hijgerig. Welke plannen in aanmerking komen voor subsidie, hangt bovendien niet alleen af van de huidige mode, maar ook van de politieke en persoonlijke voorkeuren van minister of staatssecretaris. Zo beloont dit systeem de ontwikkelingsorganisaties die hun boodschap het beste weten te ‘framen’ in het jargon van de ‘nieuwe beleidsfocus’. Wat overigens niet zo heel erg moeilijk is, want zo gefocust is die focus meestal niet.

Investeer in onderzoek
Dat is een fundamenteel probleem, niet iets wat je oplost met het terugschroeven van het aantal gesubsidieerde ontwikkelingsorganisaties of door het verhogen van het percentage geld dat organisaties ergens anders vandaan moeten halen. Ik ben het dan ook eens met de aanbeveling uit het WRR-rapport Minder pretentie, meer ambitie om de afstand tussen ‘het Haagse’ en het werk ‘in het veld’ groter te maken. Maar ik vrees dat hier net zo weinig mee zal gebeuren als met die andere belangrijke aanbeveling uit het rapport: veel meer investeren in onderzoek.
Zestig jaar wetenschappelijk onderzoek naar ontwikkeling heeft ons geleerd dat het vinden van de sleutel tot succes ongelofelijk lastig is. Maar ook dat een one-size-fits-all aanpak sowieso niet werkt. Een overheid bereikt dan ook het meeste als ze bijdraagt aan uitvogelen wat wel en wat niet werkt in de context van een partnerland. Subsidieer daarom, naast onderzoek, juist die ontwikkelingsorganisaties die nieuwe of zelfs gewaagde ideeën hebben. Schuw daarbij niet de ideeën die ingaan tegen wat nu populair of best practice is, want juist de organisaties met vernieuwende plannen zullen moeite hebben om ergens anders geld vandaan te halen. En ondersteun als overheid wel een aanpak waarvan het effect bewezen is, maar die weinig sexy is (denk aan het bestrijden van diarree) geld tekort komt.

Minder overheidsgeld naar knuffelprojecten
Dat betekent, paradoxaal genoeg, minder overheidsgeld voor die doelen waar meer draagvlak voor bestaat: scholen, ziekenhuizen en andere mediagenieke projecten. Ik snap en deel de sympathie voor liefdadigheidsprojecten als deze. Als je een straatkind ziet, wil je dat een dak boven zijn hoofd geven, ongeacht of dat bijdraagt aan zijn structurele armoedeverlichting. Maar de Nederlandse overheid heeft ook de verantwoordelijkheid om ons belastinggeld zo efficiënt en effectief mogelijk te besteden. Dat betekent wat mij betreft liever geld naar experimenteel onderzoek gericht op langetermijn ontwikkeling, dan naar liefdadigheid. Daarvoor breien we mutsjes voor India, doen we mee aan de postcodeloterij en betalen we voor liedjes op 3FM.

Patricia de Jonge studeerde geschiedenis in Leiden en ontwikkelingsstudies in Cambridge. Ze werkte voor de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Child at Venture en de Autoriteit Financiële Markten. Op dit moment woont ze in Singapore, waar ze werkt, leest, Chinees leert en nadenkt over promotieonderzoek.
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief