Tineke Ceelen

Stichting Vluchteling

De naam van deze hartverscheurend huilende jonge moeder kennen we niet. De pasgeboren baby op haar rug deint rustig slapend mee op het ritme van haar heupen en merkt niets van al het verdriet. De vrouw was getuige van de wrede moord op haar echtgenoot tijdens een wraakactie van de christelijke militie Anti-Balaka op  Liwa, hun dorp. Hun huis werd leeggeroofd en plat gebrand. De toen nog ongeboren baby kwam vervolgens dak- en vaderloos ter wereld in de stad Bambari waar haar moeder naartoe vluchtte.

Terwijl deze moeder daar, in een moslimwijk, wanhopig het hoofd boven water probeert te houden, gaan vandaag de groene baretten van de troepen van de Afrikaanse Unie de CAR af, en de blauwe van de Verenigde Naties (VN) op. De inzet van deze VN-vredesmacht werd afgelopen voorjaar goedgekeurd door de VN-Veiligheidsraad toen bleek dat in het land oude politieke vetes langs religieuze lijnen worden uitgevochten en christenen en moslims elkaar op barbaarse wijze afslachtten.

Straffeloosheid en milities
Op dit moment functioneert in de CAR letterlijk niets meer. Straffeloosheid heerst, er is geen nummer dat je kunt bellen als je overvallen of verkracht bent. In de gevangenis in de hoofdstad Bangui, de enige in het hele land die nog in bedrijf is, wachten welgeteld 411 gevangenen in mensonterende omstandigheden op een proces. Maar de rechtbanken zijn dicht, net als de scholen, talloze winkels en een deel van de ziekenhuizen. Bovendien zijn de wegen in deze regentijd in ontzagwekkende modderpoelen veranderd. Vrachtwagens met hulpgoederen voor de honderdduizenden gevluchte burgers rijden zich hopeloos vast in de blubber.

Op de wegen controleert een bonte verzameling aan gewapende elementen. Zo zijn er Franse militairen, gehaat door zowel de christenen als de moslims. De Fransen keken toe hoe christelijke anti-Balaka-milities de islamitische burgers neerschoten met primitieve, zelfgemaakte wapens en hen daarna met kapmessen in stukken hakten en in brand staken. Deze milities, behangen met "gris gris", amuletten die bescherming bieden tegen kogels en ander onheil, hebben óók controleposten op de wegen van CAR en houden delen van het land in een ijzeren greep van terreur. Net als de Seleka-rebellen, de vervaarlijk ogende moslimmilities getooid in kogelkettingen en in het bezit van allerlei mitrailleur. En dan zijn er nog de troepen van de Afrikaanse Unie, die op geheel eigen wijze de orde trachten te herstellen. In de oostelijke stad Bambari vloeit de alcohol rijkelijk, te oordelen naar het omvangrijke flessenarsenaal in het kantoor van de commandant. Zijn manschappen worden ervan beschuldigd zich te vergrijpen aan jonge, kwetsbare meisjes in vluchtelingenkampen.

Mission implossible?
Het kind van de rekening is de straatarme bevolking. Na decennia van corruptie, wanbeleid en zichzelf verrijkende presidenten, staat het land nu aan de rand van de afgrond. Een falende staat, interessant voor terroristische groepen als het moslimfundamentalistische Boko Haram uit Nigeria en het Leger van de Heer uit Oeganda. Dorpen zijn platgebrand en het leeuwendeel van de moslimbevolking is op de vlucht, net als grote aantallen christenen. Getraumatiseerd, berooid, en zonder ook maar de geringste kans op een terugkeer naar een normaal bestaan zolang er níet wordt ingegrepen. Alle ogen en hoop zijn dan ook gericht op de blauwe baretten die vandaag zullen aantreden.

Maar ook deze VN-troepen zien zich geconfronteerd met nukkige warlords, de vele wapens die omloop zijn en het vastgedraaide overheidsapparaat. Bovendien is er nu al een gebrek aan militairen en materieel waarmee écht een verschil kan worden gemaakt voor de bevolking van de CAR. Een mission zo goed als impossible dus. En dat terwijl de hulp, die minstens de helft van de bevolking van de CAR bitter hard nodig heeft, slechts deels gegeven wordt. Simpelweg omdat een groot deel van het land niet bereikbaar is door de slechte wegen en de risico’s beschoten of beroofd te worden door anti-Balaka of Seleka strijders.

Hulp!
Achtennegentig kinderen verloren hun vader, die nacht dat Liwa aangevallen werd. Achtennegentig kinderen die nu een onduidelijke toekomst tegemoet gaan. Achtennegentig kinderen van de in totaal wel honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen in nood.

Een traan rolt van de wang van de jonge moeder en drupt op de grond. De CAR verdient hulp. Hulp van gedisciplineerde en goed uitgeruste militairen die daadwerkelijk veiligheid kunnen brengen. Hulp om de wegen weer begaanbaar te maken. Hulp die de bewoners van CAR van tenten, dekens, voedsel, medicijnen voorziet. Adequate hulp dus.

Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling, reisde onlangs naar de CAR en deelde haar ervaringen via twitter.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van Stichting Vluchteling. Ze is opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief