De Internationale dag van de arbeid – gisteren – is niet meer dan een zoethoudertje in Azië, waar miljarden mensen zwaar worden onderbetaald. Multinationals, maar ook gewone huishoudens verdienen over de ruggen van hun personeel. Het wordt tijd dat de slavernij in dit werelddeel wordt afgeschaft, vindt Wilma van der Maten. 

De hitte trotserend trokken in Jakarta miljoenen arbeiders de straat op. Ze ‘vierden’, zo schreven de media, de dag van de arbeid. Maar wat valt er eigenlijk te vieren? Dat ze in  een steeds duurdere stad naar verhouding steeds minder verdienen. De 100 euro die een beveiligingsbeambte in een luxe shoppingmall aan salaris krijgt, en waar zijn gezin de hele maand van moet rondkomen, geeft een verveelde hogere middenklasse in nog geen uur aan onnodige kleren en make-up uit.

En wat te denken van die tien miljoen huishoudhulpen, de pembantu’s, die helemaal niet van hun ‘tuans en nonja’s, mijnheer en mevrouw, de straat op mochten. Het is de vrije zondag van het gezin. Moeten zij dan zelf het ontbijt maken en de keukenvloer schrobben?

Het parlement weigert er een wet van te maken, bang dat ze in het weekeinde zelf moeten koken en afwassen

Ik had verschillende discussies met de voormalige directeur van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO in Jakarta. De man deed echt zijn best de arbeidspositie van deze huishoudslaven te verbeteren. Hij kreeg de voormalige president van Indonesië zover het internationale verdrag voor huishoudhulpen te ondertekenen waarin hun rechten, zoals salaris en werkuren, worden geregeld. Het parlement weigert er een wet van te maken, bang dat ze inderdaad in het weekeinde zelf moeten koken en afwassen. Op het eind werd deze ILO-directeur als een lastpost beschouwd en dreigde het ministerie van Arbeidszaken zijn werkvergunning niet meer te verlengen.

'Het is zo heerlijk hier'

Buitenlanders doen net zo goed aan deze uitbuiting mee. ‘Het is zo heerlijk hier’, scheppen ze op naar hun familie. ‘We hoeven niets meer te doen. We hebben een kok, twee schoonmakers, een tuinman, een chauffeur, een zwembadman, kindermeisjes.’ Vaak worden die door de multinationals betaald, net zoals de huur, electriciteit en wijnrekening. Wat verdienen deze mensen? Ook nog geen 100 euro voor zeven dagen per week en meer dan 12 uur werken op een dag. Hun maaltijden bestaan uit de restjes van de dag.

‘Wie vindt dat een huishoudhulp betaalde arbeid verricht?’, vroeg deze voormalige directeur van de ILO ooit een groep universiteitsstudenten in Jakarta. Een enkeling stak zijn hand op. Bijna iedereen, ook de expats die zich voor een tijdje in Azië vestigen, vinden het heel gewoon dat een leger bedienden dag en nacht voor ze klaar staan.

‘Ze maken deel uit van onze familie’, hoor ik hier vaak in Pakistan. De huishoudhulpen zijn voor het merendeel ongeschoold, analfabeet, gingen nooit naar school. De Pakistaanse gezinnen sturen hun kinderen naar de beste universiteiten in Amerika. De huishoudhulpen, vaak kinderen, leren ze nog niet eens lezen en schrijven. Inderdaad, concludeer ik heel cynisch, maken de slaven deel uit van het gezin.

Pakistan

Pakistan spant de kroon als het gaat om het uitbuiten van de armen. Toch doen de politieke leiders alsof ze zich werkelijk om het volk bekommeren. Zoals Shabaz Sharif, premier van de grootste provincie Punjab, en de broer van de huidige premier. Beiden zijn zonen van een simpele ijzersmid. Die zich ‘door hard te werken’ omhoog hielpen. Als ik praat met de gewone Pakistanen hoor ik: ‘Door het land leeg te roven hebben zij zich verrijkt’. Deze Shabaz vertelt met uitgestreken gezicht vandaag tegen de media dat het salaris van de arbeiders in de steenfabriek tot 90 euro per maand wordt opgehoogd. Veel kinderen werken samen met hun ouders. Hoe komt de familie anders rond? 

Shabaz leeft in een luchtkasteel

‘Kinderen die vanaf nu naar school gaan zullen we compenseren met 1000 rp (nog geen 9 euro per maand).’ Woorden uit de mond van een man die in villa’s woont, vier vrouwen bezit, met zijn privéjet de wereld overvliegt en dure appartementen in Londen heeft. Wat koopt hij voor 9 euro? Wat Shabaz vergeet is dat de komende zomermaanden de steenfabrieken vanwege temperaturen boven de 40 graden dichtgaan en de arbeiders maar moeten zien hoe ze aan hun inkomen komen. Shabaz leeft in een luchtkasteel.  

Hoe druk maakten we ons na de ineenstorting van het textielcomplex in Bangladesh drie jaar geleden om de 1000 doden en de slechte arbeidsvoorwaarden?

Vandaag ook in de krant dat de katoenwerkers, de vissers en de landloze arbeiders in de provincie Sindh niet eens een vast inkomen of contract hebben. Vakbonden, net zoals in Indonesië, worden steeds meer uitgespeeld door de regering. Die wil even zo goed dat er buitenlandse inversteerders komen. Met zulke lage lonen zijn die wel geïnteresseerd om hier fabrieken te bouwen. Maar die buitenlanders willen niet te veel onrust. Ze willen geld verdienen. Kijk alleen al naar de kledingfabrieken. Hoe druk maakten we ons na de ineenstorting van het textielcomplex in Bangladesh drie jaar geleden om de 1000 doden en de slechte arbeidsvoorwaarden? Het inkomen van een fabrieksarbeider in de kledingindustrie is nog steeds niet meer dan 69 euro per maand.

Goed fatsoen

De Dag van de Arbeid heeft pas zin als regeringen werkelijk de klachten van de onderbetaalde werknemers serieus nemen. En als multinationals worden gedwongen een eerlijk salaris te betalen. Arbeiders in Azië hebben net zo goed recht op een goed contract, een beter salaris en vakantiedagen. Gisteren riep een Pakistaan tegen mij dat Europeanen zo zielig zijn. Omdat ze hun eigen huis moeten schoonmaken. Zielig? Ik heb medelijden met de Pakistanen die de hele dag uit verveling in bed liggen, kapitalen aan kappers, kleding en andere onzin uitgeven en zelfs op een belletje drukken voor een glas water. Het wordt tijd dat de slavernij in Azië wordt afgeschaft. Pas dan kunnen de arbeiders met goed fatsoen de Dag van de Arbeid vieren!

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief