De Provinciale Statenverkiezingen van afgelopen woensdag trokken een historisch laag aantal Nederlanders naar de stembus. Voor jongeren die voor het eerst mochten stemmen, is bij deze stembusgang de norm gezet. En dat heeft consequenties voor hun stemgedrag in de toekomst.

Nog niet eens de helft (47,5 procent)  van de stemgerechtigden liet van zich horen. Alleen in 2007 en in 1999 was de opkomst nog lager. Is dit zorgelijk? Ach, het waren maar de provinciale staten, zullen velen denken. Om over de waterschappen nog maar niet te spreken.  Toch kan deze lage opkomst grotere gevolgen hebben dan gedacht. Zoals emeritus hoogleraar politicologie Mark Franklin ons op het hart drukt: iedere verkiezing biedt niet alleen een mogelijkheid om te stemmen, het biedt ook iedere keer een kans om níet te stemmen. Het gevaar is dat deze ‘non-vote’  bij relatief onbelangrijke verkiezingen zich vertaalt naar verkiezingen die er wél toe doen. Stemmen is namelijk gewoontegedrag, zo laat onderzoek zien. En niet-stemmen dus ook.

Jongeren ondervertegenwoordigd
De grootste zorg is het betrekken van de jeugd.  De opkomst onder jongeren bij verkiezingen is relatief laag. Volgens Franklin is voor deze groep de eerste verkiezing na het bereiken van de stemgerechtigde leeftijd cruciaal.  En met een beetje pech is dit dus een waterschapsverkiezing, of een verkiezing voor het Europees Parlement. Grote kans dat deze jongeren (net als andere Nederlanders) niet zullen stemmen. Zorgwekkender is dat zij hierdoor waarschijnlijk ook het stemhokje zullen negeren bij de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen. Het gevolg: een  gebrek aan representativiteit. De stem van de jeugdige Nederlanders blijft ongehoord en daarmee blijven hun belangen onderbelicht.

Niet-stemmen is ook gewoontegedrag

Directe democratie geen wondermiddel
Hoe ervoor te zorgen dat ook de stem van niet-participerende burgers (zoals de jeugd, maar bijvoorbeeld ook lager opgeleiden) toch wordt gehoord? In ieder geval niet door het aanbieden van nog meer alternatieve vormen van inspraak. De begrijpelijke roep om meer directe democratie werkt volgens Franklin juist averechts. Moderne vormen van participatie – zoals een referendum – hebben vaak een hoge drempel en vereisen relatief veel voorkennis en inzet. De ‘onbereikbare’ burgers worden hierdoor afgeschrikt. De paradox is dus dat het juist wéér de actieve burgers zullen zijn die wel gebruik maken van deze extra stem.

Onderwijs
Wat werkt dan wel? Verplicht stemmen en meer beslissingsrecht zijn voor de hand liggende oplossingen. Het is echter onwaarschijnlijk dat een stemplicht opnieuw zal worden ingevoerd. Volgens Franklin ligt de oplossing in het onderwijs. Door stemmen als integraal onderdeel op te nemen in het onderwijsprogramma wordt de gang naar de stembus een (opgelegde) norm. En jong geleerd is oud gedaan.  Om niet alleen de hoger opgeleide jongeren te bereiken, moet de kiesgerechtigde leeftijd dan wel omlaag naar 16 jaar. Als dit werkelijk ooit het geval zou zijn, kan de PVV blij zijn:  deze partij kwam bij de Scholierenverkiezingen van Prodemos als grootste partij uit de bus.

De inhoud van dit artikel is gebaseerd op een presentatie gehouden op 13 maart 2014 door emeritus hoogleraar Mark Franklin op de conferentie Burgerschap 3.0 georganiseerd door het KNAW.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Evelien Boonstoppel onderzoekt wat Nederlanders vinden en weten over  internationale vraagstukken en duurzame …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief