Eind maart trok premier Mark Rutte nog maar eens naar China met honderden zakenmensen. Rijks Universiteit Groningen opent een campus in de stad Yantai. Nederland was er als de kippen bij om stichtend lid te worden van de nieuwe Chinese Infrastructuur Ontwikkelingsbank voor Azië, ondanks een zeer kritisch rapport van de Nederlandse militaire inlichtingendienst over de strategische gevolgen van de Chinese opmars.

Het blijft een van de meest intrigerende fenomenen van deze tijd, de tomeloze China-idolatrie

Het blijft een van de meest intrigerende fenomenen van deze tijd, de tomeloze China-idolatrie. China wijst ons de weg. Het blaakt van de ambitie en munt uit in sterk leiderschap. Wat een contrast met onze aanmodderdemocratie! Met een economische crisis die maar niet wil overgaan, de opmars van populistische partijen en de onrust in de achtertuin is het verleidelijk om in dat enthousiasme mee te gaan, ja zelfs om naar China op te kijken als een nieuwe strategische partner, een beetje zoals naar de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog. Criticasters menen dat de Europese landen na decennia van hooghartigheid in het reine moeten komen met een meer rechtvaardige wereld waarin ook andere landen het voor het zeggen hebben. Tja, wat kun je daar tegenin brengen?

Toch lijkt het me belangrijk om nét dat te doen, het debat over de opkomst van China weer in evenwicht brengen. Een eerste argument: we moeten af van ons ontzag voor China. Het land blijft, zoals we weten, erg kwetsbaar. De bevolking is verdeeld, de ongelijkheid neemt toe en het groeimodel is allerminst duurzaam. Eigenlijk staat China nu zo ongeveer waar West-Europa stond rond het midden van de vorige eeuw. En dat heeft China grotendeels gerealiseerd dankzij westerse inbreng. De cruciale idee dat een open economie beter functioneert dan een collectieve economie: een westerse gedachte. De drijvende krachten achter de industrialisatie: westerse bedrijven. De belangrijkste leveranciers van technologie: westerse spelers. Het is nog steeds wachten op de eerste echte grote intellectuele en wetenschappelijke doorbraken uit China.

Voetsporen
Ook China’s model van staatskapitalisme is niet echt bijzonder. Het Chinese beleid ten aanzien van strategische industrieën, eigen innovatie en het bankenwezen is bijna een identieke kopie van het staatskapitalisme van Japan. Dat haalde zijn melk in de negentiende eeuw dan weer uit de industriële centra van Europa en de Verenigde Staten. En natuurlijk kan het Chinese regime sneller productiefactoren verschuiven ten behoeve van zogenoemde nationale belangen, maar dat gebeurde ook meer bij ons, voordat het algemeen stemrecht werd in gevoerd. Ik wil daarmee absoluut niet beweren dat de Chinese beleidsmakers dom zijn. De laatste jaren kon ik uitgebreid kennismaken met een zeer bekwame en kritische elite van beleidsmakers. Maar we kunnen niet stellen dat China het Westen de weg wijst; het land loopt nog steeds in onze voetsporen, al krijgen we daar niet vaak krediet voor.

Het gaat me er echt niet om wie superieur of inferieur is. In onze lange geschiedenis hebben beide uiteinden van Eurazië belangrijke bijdragen aan de vooruitgang geleverd.

Het gedweep met China als rolmodel is storend én gevaarlijk

Maar het gedweep met China als rolmodel is storend én gevaarlijk. Het hedendaagse China moet zijn innovatievermogen nog flink bewijzen en hopelijk doet het dat ook. China omarmen als rolmodel zou betekenen dat Europa enkele flinke stappen terug zet. Een medewerker van het Chinese Planbureau vertelde me dat zelf: “Voor jullie is het erg moeilijk. Jullie zitten boven aan een bergpad en moeten de weg vooruit zoeken. Wij zitten nog steeds onder aan dat pad.” Laat ons dus in vredesnaam ophouden China op te hemelen en zelf harder op zoek gaan naar een weg die Europa opnieuw naar nieuwe hoogtes kan leiden.

Dilemma’s
Na China als rolmodel verschijnt China als partner. De kansen voor samenwerking met China zijn groot, maar die samenwerking moet, zoals de Chinese leiders dat zelf zo mooi uitdrukken, wederzijds voordelig zijn. Ik denk niet dat Europa het aan China verplicht is om offers te brengen. Toch hoor ik vaak van Europese academici en beleidsmakers dat wij de internationale rechtvaardigheid moeten herstellen. Met andere woorden: we moeten af van het onrecht dat wij Europeanen in vorige eeuwen hebben gecreëerd met onze agressieve handelspolitiek, ons expansionisme, onze opdringerige internationale regels. Laten we echter niet vergeten dat het imperiale China ook een indrukwekkend parcours heeft van verovering, het bouwen van ongelijke economische relaties en het opleggen van internationale regels aan zwakkere buren. Dat China als beschaving vreedzamer zou zijn dan de Europese is uiterst betwistbaar. Eten of gegeten worden, daar ging het altijd om – bij ons én in het Verre Oosten.

China preekt harmonie en samenwerking, maar net als alle andere grote spelers is het uit op invloed en macht

Die vuistregel van de internationale politiek zal niet verdwijnen. China preekt harmonie en samenwerking, maar net als alle andere grote spelers is het uit op invloed en macht. Harmonie met China in het centrum, samenwerking met China als de leidende partner. China is een van de grote pleitbezorgers van vrijhandelsverdragen, maar keer op keer drukt China zwakkere landen in handelstekorten. In politieke gesprekken gebruikt Beijing zijn economische machtspositie steeds vaker om toegiften te ontfutselen. Op militair vlak reikt China de hand uit voor de strijd tegen terreur, maar tegelijkertijd stelt het alles in het werk om de militaire machtsbalans in zijn voordeel te laten kenteren. Kijk ook naar de talrijke grensgeschillen met India, in de Zuid- en Oost-Chinese Zee. De leiders roepen op om ‘het aan de wijsheid van de volgende generaties over te laten’ om tot een definitieve oplossing te komen, maar intussen zit China niet stil om de controle te vergroten.

Geef ze eens ongelijk
We hoeven dat China niet kwalijk te nemen. China streeft naar de vormen van welvaart en veiligheid die de huidige grootmachten reeds bezitten: een rijke samenleving, een sterk leger dat over de hele wereld kan worden ingezet en de capaciteit om andere landen te dwingen een aantal belangen te respecteren. Wie ziet hoe de Verenigde Staten zich vastklampen aan hun privileges en hoe Japan vasthoudt aan zijn status van regionale grootmacht, hoeft zich over die Chinese verzuchtingen niet te verbazen.

China probeert ons te doen geloven dat zijn opmars beter, vreedzamer en rechtvaardiger zal zijn

Maar dat is net het punt: China probeert ons te doen geloven dat zijn opmars beter, vreedzamer en rechtvaardiger zal zijn, maar het zou niet de eerste opkomende grootmacht zijn die bij aanvang zweert bij vreedzame samenwerking en harmonie, om dan alsnog agressief uit de hoek te komen om de steeds groter wordende internationale belangen te verdedigen of om binnenlandse problemen te temperen door een harde, nationalistische buitenlandpolitiek te gaan voeren. China is dus een ‘normale’ opkomende macht, zij het van een enorme omvang, en dat confronteert andere landen met de ‘normale’ dilemma’s en onzekerheid. Dat geldt ook voor Nederland.

Onrust
Op economisch vlak lijkt de Nederlandse elite ervan doordrongen dat samenwerking met China een absolute prioriteit is. Beijing speelt daar natuurlijk handig op in. Maar wat zijn dan die baten? Individuele bedrijven mogen dan winst maken door te investeren in China, het is niet altijd zeker dat dat de Nederlandse samenleving ook ten goede komt. Een overheid hoort daarvoor maar naar drie zaken te kijken. De eerste is de lopende rekening: het verschil tussen inkomsten en uitgaven. Die balans zit ongeveer 22 miljard euro in het rood voor Nederland. De rechtstreekse impact op het Nederlandse BBP is dus negatief. De tweede is de overdracht van kennis en technologie die de Nederlandse economie concurrerender kan maken. Vooralsnog is het China dat wint bij Nederlandse knowhow, in plaats van omgekeerd. De derde is de samenstelling van de handel. Landen zijn gebaat bij uitvoer van producten met een hoge toegevoegde waarde. De snelst groeiende componenten van de Nederlandse uitvoer naar China zijn echter landbouwproducten en halffabricaten.

Bijkomend probleem is dat China concurreert met de zwakkere landen in de Europese Unie

Nederland doet het dan nog redelijk goed, een bijkomend probleem is dat China concurreert met de zwakkere landen in de Europese Unie. Dat raakt Nederland, omdat de Europese Unie zijn belangrijkste exportmarkt is. Bovendien draagt de concurrentie van China indirect bij aan sociale onrust, die op haar beurt de politieke stabiliteit van de EU ondermijnt.

Eigenlijk zou China ons dus in een oncomfortabele situatie kunnen forceren waar het zelf door een ambitieus industriebeleid uit probeert te ontsnappen. De Nederlandse regering gaat te gemakkelijk uit van de corrigerende werking van de vrije markt. Maar als één ding duidelijk is, dan is het dat de vrije markt niet bestaat, en dat het de plicht is van de overheid om te waken over de welvaart van de natie en te streven naar evenwichtige partnerschappen.

Machtsbalans
Op het vlak van veiligheid laten de gevolgen van de Chinese opmars zich minder duidelijk gevoelen. Dat het Chinese defensiebudget nu sneller groeit dan de economie is in eerste instantie een uitdaging voor de buurlanden. China geeft nu al meer uit aan defensie dan de meeste buurlanden tezamen. De modernisering van de Chinese marinevloot is spectaculair. China bouwt meer schepen per jaar dan de Verenigde Staten. Hetzelfde geldt voor de luchtmacht. China durft nu ook grootschalige oefeningen te organiseren buiten de landsgrenzen of de kustwateren.

Op de wat langere termijn blijft het de vraag of de grensconflicten in Azië vreedzaam zullen aflopen, hoe de nieuwe wapenwedloop zal overslaan naar de cyber- en ruimtesfeer en hoe China zijn overzeese belangen in het Midden- Oosten, in Afrika en in het Middellandse-Zeegebied zal verdedigen. Die verdediging werd alvast opgenomen als een van de vier grote missies van het Volksbevrijdingsleger. Voorlopig zweert dat leger bij terughoudendheid, maar alles wijst erop dat China de komende decennia de Verenigde Staten achterna wil, met grote transportvliegtuigen, nucleaire aanvalsonderzeeërs enzovoort.

De militaire machtsbalans kentert in het voordeel van China en dat heeft toch ook gevolgen voor Nederland

De militaire machtsbalans kentert in het voordeel van China en dat heeft toch ook gevolgen voor Nederland. Japan vraagt Europa meer te doen voor de veiligheid in Azië. De Verenigde Staten zullen hun veiligheidsbeleid meer en meer op het Verre Oosten toespitsen en afstand nemen van Europa. Daardoor zal Nederland meer verantwoordelijkheid moeten nemen in en rondom Europa. Dat Europese nabuurschap wordt eveneens beïnvloed door de Chinese groei. Rusland is alvast één voorbeeld. Poetins harde politiek tegenover het Westen was enkel mogelijk doordat hij de banden met China aanhaalde. Ook andere regionale grootmachten, zoals Turkije en Saudi-Arabië, zijn steeds meer geneigd om China uit te spelen tegen het Westen.

Offers
We kunnen er niet van uitgaan dat Europa de dans zal ontspringen. Onze welvaart en veiligheid staan onder druk. We moeten China niet als de boeman aanwijzen, want de grootmachten die hun privileges verdedigen zijn evenzeer een deel van het probleem als de opkomende machten die aan die privileges een einde willen maken. Laten we ook eerlijk zijn: de Amerikaanse bijdrage aan de Europese veiligheid sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ons ook flinke offers gekost, denk aan terroristische aanslagen.

Onze welvaart en veiligheid staan onder druk

Net dat is voor mij de essentie: we mogen van China niet verwachten dat het zich anders zal gedragen. Als Europa en Nederland zich een weg willen banen uit de economische onzekerheid, volstaat het niet te dwepen met het Chinese mirakel, volstaat het niet te wachten tot Chinese investeerders ons uit het slop komen trekken en volstaat het niet om naïef aan te nemen dat de ‘democratisering’ van de internationale orde zal leiden tot meer samenwerking in ons voordeel. Als we onze toekomst veilig willen stellen, moeten we onze macht proberen te behouden en vooral die macht doeltreffender aanwenden om zelf een betere samenleving te bouwen.

*** Dit artikel verscheen in het OneWorld Magazine van juni dit jaar ***
*** Vaker zulks moois lezen? ***

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Jonathan Holslag is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel waar hij onderzoek verricht naar internationale politiek. De …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief