Ze staan weer volop in de schijnwerpers; de bootvluchtelingen. Ditmaal uit Tunesië.
Terwijl Fort Europa flink op de proef gesteld wordt, denk ik terug aan het gesprek dat ik had met Simon. Een bootvluchteling uit Senegal, die de oversteek maakte naar de Canarische Eilanden.     

‘We zaten negen dagen met tachtig mensen op zee, schouder aan schouder, de lichamen in elkaar geschoven. Jonge mannen uit Guinee, Gambia, Mali, Senegal, je kunt zeggen dat het druk was aan boord. We leefden op een rantsoen van water, couscous en biscuitjes. Maar het was moeilijk om te eten, want de meesten van ons hadden last van zeeziekte. Ik herinner me de hoofdpijn en een hevige dorst. Het overgeven en de felle zon begon ons parten te spelen. Ik snakte naar water en schaduw. Ik begon mijn eigen urine te drinken. Anderen dronken zeewater. Ik was zo versuft dat ik alleen nog opkeek toen mensen overboord sprongen. We konden ze niet altijd weer naar binnen hijsen. Toen kwamen mannen in donkere uniformen, de Spaanse kustwacht. We waren gered.’
Zonder een spoor van emotie getuigt Simon, een pikzwarte jonge meubelmaker uit Senegal, over zijn reiservaring naar het Westen. Ook ik ken de krantenartikelen en beelden van bootvluchtelingen voor de kust van Spanje en Italië, maar zelfs nu ik dit verhaal van een van hun rechtstreeks hoor dringt het amper tot me door. Mijn brein ontbeert een referentiekader om een verhaal van dit kaliber te bevatten. Het is te onwerkelijk. ‘Dan heb je geluk gehad dat je nog leeft’, is het eerste wat in me opkomt. ‘Nee, hoor’, zegt hij laconiek, maar zonder ironie. Het maakt de kloof tussen zijn belevingswereld en die van mij er niet kleiner op. ‘Ik draag namelijk een grigri’, zegt hij stellig en trekt daarbij zijn T-shirt een stukje boven zijn navel. Om zijn middel draagt hij een leren koord met verschillende kleine zakjes eraan. ‘Nu heb je het gezien, dit is mijn geheim. Degenen die gestorven zijn onderweg hadden geen grigri, of hadden het door de verkeerde marabout laten inzegenen, of de instructies niet goed opgevolgd’, luidt Simons’ verklaring.
Om je te beschermen tegen onheil, is het is in West-Afrika een veel voorkomend gebruik om een bezoek te brengen aan een marabout, een helderziende die kennis uit de Koran combineert met het traditionele geloof. Elke marabout heeft zo zijn specialisme, dus is het van wezenlijk belang de juiste marabout uit te zoeken. Simon legt uit: ‘Vier marabouts heb ik uiteindelijk bezocht: voor de overtocht, toegang tot Europa, het welzijn van mijn gezin en een veilige terugtocht. De marabout van de overtocht heeft me twee keer gewaarschuwd dat de zee te gevaarlijk was. Ik zag dat hij gelijk had, want teruggekeerde vissers vertelden twee keer over een storm. Toen zei de marabout dat het goed was en ben ik aan mijn reis begonnen.’
Simon heeft de juiste marabouts bezocht, maar lijkt er een over het hoofd gezien te hebben. Als ik hem vraag naar het dividend van zijn investering, zegt hij dat hij het geld dat hij wilde sparen voor een machine voor zijn meubelfabriekje in Senegal bijna bij elkaar heeft. Hij zou nog iets langer in Europa moeten blijven, ware het niet dat hij zijn vrouw en twee kinderen te veel mist.
‘Ik had ook een marabout tegen het missen moeten bezoeken’, zegt hij met enige frustratie. 

Het DNA van een bootvluchteling lijkt te bestaan uit een flinke dosis lef, opofferingsgezindheid en bij sommige een onwrikbaar geloof in een goede afloop door bescherming van de geesten.
Nog een brandende vraag heb ik voor Simon, ik ben nieuwsgierig naar de inhoud van zijn mysterieuze talisman: ‘Ha, c’est secret! Vraag het de marabout.’ Ik had het kunnen weten.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief