De schrijvers van dit stuk reisden onlangs een maand door het controversiële Iran. Hoewel het land als vakantiebestemming sterk wordt afgeraden – er is voor Nederlandse toeristen een negatief reisadvies – was onze ervaring anders. Onveilig hebben wij ons niet gevoeld. Perzen bleken de meest gastvrije mensen die we ooit hebben ontmoet: nergens werden we zo vaak te eten uitgenodigd.

 

Iran en het Westen zijn in drie opzichten elkaars tegenpolen. Ten eerste, westerse landen kennen een democratie. Weliswaar lijkt Iran met een door het volk gekozen president de jure een democratie maar met een Ayatollah als leider is Iran de facto een theocratie. Ten tweede, in Iran moeten ‘onze’ westerse verworvenheden van de jaren zestig zoals tolerantie en emancipatie nog worden uitgevonden. In het straatbeeld is met name de sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen saillant. Ten derde, waar het Westen vergrijst; heeft Iran te kampen met de gevolgen van vergroening: tweederde van de bevolking is onder de 30 jaar.

 

Hoewel het land en haar bevolking als anti-Amerikaans bekend staan, blijkt dit in de praktijk louter politiek. Het merendeel van de bevolking adoreert de westerse cultuur. Iraniërs downloaden gretig Amerikaanse films, meten zich een Amerikaans accent aan en streven een westers schoonheidsideaal na. Nergens ter wereld worden zoveel cosmetische behandelingen verricht als in Iran. Vanaf 18 jaar laat men mond, neus en wangen perfectioneren, en dat geldt niet alleen voor vrouwen.

 

Door deze verheerlijking van de Amerikaanse leefstijl ontstaat de indruk dat Iraniërs openstaan voor westerse waarden als vrijheid en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het tegendeel is waar. Dit ontdekten we per toeval. Een lange reisdag afsluitend in een restaurant, viel op dat voorbijgangers ons nog meer dan we inmiddels gewend waren als een toeristische attractie bekeken. Zonder enig idee van de reden, was evident dat oudere voorbijgangers ons lachend aanschouwden terwijl jongeren afkeurend keken. Wat bleek? De dame in dit verhaal had al ruim een uur haar haren onbedekt – wat in Iran strikt verboden is. Dat ouderen hier hartelijk om moesten lachen, terwijl jongeren dit allerminst konden waarderen was het laatste dat wij hadden verwacht. Langzaamaan werd ons steeds duidelijker – en ook door Iraniërs zelf bevestigd – dat jongeren binnen de beperkingen hun eigen vrijheden hebben verworven. Voor hen voelt emancipatie niet zo urgent. Het voorval is niet alleen exemplarisch voor het contrast van het leven voor en na de revolutie, misschien nog wel meer voor de kloof tussen ouderen en jongeren.

 

Uiterlijk gaan ouderen het meest conservatief door het leven, maar zij verlangen meer dan jongeren naar een vrijere moraal, naar de periode van vóór de revolutie. Voor de Iraanse revolutie van 1979 zwaaide Mohammad Reza Shah Pahlavi de scepter. Ironisch genoeg een progressief man die opkwam voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Mohammad Reza Shah Pahlavi werkte aan een moderne verzorgingsstaat en onderhield sterke banden met de VS en Europa. Iraniërs die het tijdperk van de Shah bewust hebben meegemaakt, weten nog hoe het ‘voelt’ om niet volgens de regels van de Sharia te leven. Zij zijn groot gebracht in een tijd die misschien wel progressiever is dan ‘onze’ jaren zestig. In elk geval zijn zij opgegroeid met progressievere en liberalere waarden dan Iraniërs geboren ná 1979: de huidige jeugd.

 

In de discussie over het nucleaire programma van Iran en de bezwaren vanuit het Westen, lijkt het land zich steeds toegeeflijker op te stellen. En met een nieuwe president zien Iraniërs ook de verhoudingen met het Westen verbeteren. Het zijn vooral de ouderen – opgegroeid in de periode van de Shah – die zich veranderingsgezind tonen. Waar in het Westen van oudsher grote veranderingen zijn doorgezet door idealen van jongeren, moet Iran – als het om vernieuwing en vooruitgang gaat – het eerder van de ouderen hebben. Zij verlangen soms openlijk terug naar de tijd van vóór de revolutie. Kortom, als het om modernisering gaat, heeft Iran de oudere generatie waarschijnlijk harder nodig dan de jeugd.

 

Simone Roos en Job van den Berg zijn beide sociologisch onderzoeker. Samen reisden zij een maand door Iran.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief