Hoe kan het dat Kameroen – ondanks de aanwezigheid van grondstoffen, een klimaat waarin alles groeit en veertig jaar hulp – toch geen ontwikkeld land is? Kan het zo zijn dat ontwikkelingsorganisaties een beeld hebben geschapen dat funest is voor Afrika? Dat is de vraag die Ben Zwinkels (ontwikkelingsbank FMO) graag beantwoord wil zien.

In 1975 kwam ik voor het eerst in contact met SNV, een ontwikkelingsorganisatie die vrijwilligers uitzond naar Kameroen om een 27-tal kleine coöperatieve bankjes te gaan ondersteunen en te begeleiden. Kameroen was toen een tamelijk in zich zelf gekeerd land met vele stammen en archaïsche lokale gewoontes. Sinds die tijd hebben zich veel ontwikkelingsorganisaties gevestigd in Kameroen. Die hebben vervolgens vanalles gedaan om hun bestaansrecht te bewijzen door te proberen grip te krijgen op de gewoontes van de lokale bevolking. 37 jaar later heeft het land een enorme verandering ondergaan en is het intellectuele niveau gigantisch verbeterd. Niet alleen is het land online met de rest van de wereld, maar ook is een groot deel van de bevolking gealfabetiseerd. Televisiekanaal CNN is geen onbekende grootheid. Veel Kameroeners weten exact wat er zich in de rest van de wereld afspeelt.

Toch heeft land grote moeite om uit het slop te komen. De infrastructuur is onvoldoende om economische processen en de daarmee samenhangende duurzame ontwikkeling van de samenleving te stimuleren. Corruptie viert hoogtij. Het democratiseringsproces is nog steeds sterk onvoldoende om het land op een hoger peil te brengen. Hoewel de huidige bevolking voldoende geëmancipeerd is en iedereen er redelijk onderwijs kan volgen, blijkt dat heel veel jongeren de afgelopen decennia Kameroen hebben verlaten om hun studies en werkervaring elders op te doen, met name in Europa en de VS. Ze hebben niet veel vertrouwen in hun eigen land. Terwijl uitgevlogen goed opgeleide Ghanezen en Nigerianen in groten getale terugkeren naar hun land van herkomst, blijven Kameroenezen weg. Kameroen staat in dit kader niet alleen en bij mij rijst onmiddellijk de vraag: ‘Is al het werk van de vele ontwikkelingsorganisaties gedurende de afgelopen veertig jaar in Kameroen nuttig geweest?’ Of heeft men dusdanig onsamenhangend en chaotisch werk geleverd dat er niets terecht is gekomen van alle mooie ambities en overtuigende wervende verhalen van toentertijd?

Na 40 jaar hulp geen succesverhaal
De overgrote meerderheid van ontwikkelingsorganisaties in Kameroen heeft op het oog prachtige initiatieven ontplooid om het leed van de armoede te verzachten. Andere landen in Afrika waren niet zo populair, en konden van dergelijke aandacht dus niet profiteren. Ondanks deze schijnbare achterstand hebben sommige van deze landen wél een succesvolle economische ontwikkeling doorgemaakt, terwijl Kameroen stagneerde. Veertig jaar ontwikkelingssamenwerking heeft er kennelijk niet toe geleid dat Kameroen een voorbeeld is van een succesvol opgebouwd land in zowel economische als sociale zin. Dit terwijl het land beschikt over grondstoffen zoals olie en een relatief opgeleide en hardwerkende bevolking. Ook bestaat er groot potentieel voor de landbouw, een sector die in het licht van de voedselcrisis in 2009 weer aan belang heeft gewonnen.

Geen band met het bedrijfsleven
Kameroen kreeg wel hulp, maar heeft weinig relaties opgebouwd met het Nederlandse bedrijfsleven. Daarom zou ik graag een debat voeren over een pregnantere vraag: Zou het kunnen dat ontwikkelingsorganisaties (gedurende de afgelopen veertig jaar) de gezonde ontwikkeling van lokale overheden en een lokaal bedrijfsleven, alsmede directe buitelandse investeringen, hebben tegengewerkt?
We moeten af van het tonen van Afrikanen als zielige mensen. Is dat niet funest geweest voor het imago van Kameroen en heel veel landen in Afrika, waardoor het bijvoorbeeld het bedrijfsleven geen heil zag om te investeren in Afrika? Hiervan werd het Nederlandse bedrijfsleven zich pas enkele jaren geleden bewust:en te late reactie ten opzichte van de Chinezen, Indiërs, Brazilianen en meer recent de Marokkanen en de Turken!
Mijns inziens moet er veel meer inzet komen om het particuliere initiatief en het lokale bedrijfsleven in de ontwikkelingslanden door emancipatie en verbeterd onderwijs te versterken. Afrika zit vol met goedopgeleide mensen, die exact weten waar zij heen willen en zelf het economisch proces willen bevorderen. Ontwikkelingssamenwerking moet gemoderniseerd worden door economische impulsen te helpen activeren en te vergroten. In dat model zie ik wel degelijk een rol voor ontwikkelingsorganisaties.

Ben Zwinkels is Senior Investment Officer bij ontwikkelingsbank FMO. Hij startte zijn werk in Afrika in 1975 bij SNV in Kameroen. Met zijn vrouw Marcella organiseert hij kleinschalige reizen naar Kameroen.

Foto: Kameroenreizen

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief