Sinds er in Senegal grote goudvoorraden zijn ontdekt, is er een heuse goudkoorts losgebarsten. Het zuidoosten van de straatarme West-Afrikaanse kuststaat is verdeeld onder mijnbouwbedrijven uit Canada, Zuid-Afrika, Duitsland, Australië en Engeland.

Het Canadase Teranga Gold Corporation runt Senegals eerste industriële goudmijn. Directeur Mark English – anders dan zijn naam doet vermoeden een Australiër – wil zijn verhaal graag kwijt. Hij weet immers dat mijnbouwbedrijven een slechte naam hebben. “En deels is dat ook terecht. Vooral in arme landen benadelen veel mijnbouwbedrijven mens en milieu.” Maar, bezweert English, er zijn er ook steeds meer wél verantwoord bezig. “Zoals Teranga, inderdaad.”

Verantwoorde mijn
“De oude handelswijze van mijnbouwbedrijven was: ritsel een contract met een corrupte regering, vertel de lokale bevolking op te rotten, gebruik bij weigering geweld,” vertelt adviseur van mijnbouwbedrijven John DeMarco. De nieuwe manier is: eerst overeenstemming bereiken met bewoners, dan pas onderhandelen met autoriteiten. Teranga liet de dorpen binnen het werkgebied van de mijn meepraten over de toekomstplannen. Het bedrijf sloeg waterputten, bouwde klinieken en legde elektriciteit aan. Teranga is vooralsnog het enige mijnbouwbedrijf dat het aandurft om in Senegal een mijn te openen. “Het investeringsklimaat hier is te onzeker”, zegt English. “De overheid verkoopt ons dure vergunningen, maar werkt vervolgens alleen maar tegen. Voortdurend vraagt ze extra betalingen. Bij problemen is ze afwezig. Haar eigen taken schuift ze op ons af.”

Meer lezen over schaarse grondstoffen? Check onze grondstoffenpagina.

Donker hol
Een van die taken is de regulering van de geschatte vijftigduizend gelukszoekers die uit alle hoeken van West-Afrika zijn toegestroomd om op eigen houtje naar goud te zoeken. Nabij het dorp Diabogou bijvoorbeeld, tegen de grens met Mali. “Hé Mamadou, hoe gaat het daar beneden?”, schreeuwt Boubacar de mijngang in. “Prima!”, weerklinkt er vanuit de pikzwarte diepte. “Je kunt zo weer een emmer optakelen!” Aan weerszijden van Boubacar bemannen haveloze jongemannen tientallen gangen. Ernaast torent een hoge wal weggehakt gesteente. Bovenop onthult zich pas goed de omvang van het menselijke molswerk. Zover het oog reikt lijkt de omgeving gebombardeerd. Niets dan gaten, steenbergen, waterplassen en afval. Hier en daar heffen dode bomen hun takken ten hemel. Een alomtegenwoordige stofdeken bemoeilijkt het ademen.

Bekijk de goudproductie wereldwijd in onze Data Atlas.

Goudkoorts
Heel zuidoost-Senegal zou vijftigduizend gelukszoekers herbergen. De meesten zijn Malinees, maar er zijn ook Guineeërs, Gambianen, Burkinabé, Nigerijnen, Ivorianen, Ghanezen en Nigerianen. Hun kampement is een bescheiden stad, waar rook brakende machines dag en nacht gesteente verpulveren. In haveloze houten hutten huizen nachtclubs en bordelen. Winkels verkopen hoofdlampen, schoppen en pikhouwelen, zonnepanelen, stereo-installaties en glimmende motorfietsen. “De lokale bevolking bezit de grond”, vertelt Alfousseyni Diallo uit Guinee. “Wij buitenlanders graven. Van gevonden goud is een percentage voor ons.” Toch heeft de goudkoorts ook nadelen. Zo heeft het edelmetaal traditionele economieën als landbouw en veeteelt weggevaagd. “Als het goud straks op is”, zegt Guimba Macalou uit Diabogou fronsend, “weet niemand meer hoe je ook alweer een akker omploegt.”

Giftig
Verder zijn de gezondheidsrisico’s fors. “We gebruiken bijvoorbeeld veel kwik”, zegt een Malinese goudzoeker. Uit een buisje giet hij het zware metaal in zijn hand. “Eerst vermalen we gouderts tot poeder. Daar doorheen mengen we kwik, omdat de aanwezige gouddeeltjes zich eraan hechten.” Daarna zeven goudzoekers de modder voorzichtig, en verzamelen ze zo het nu goudhoudende kwik. “Dat verbranden we, zodat het kwik verdampt en we puur goud overhouden.” De vrijkomende gassen zijn giftig. Ook schadelijk is het stof dat iedereen voortdurend inademt. Nu alle bomen gekapt zijn dreigt bodemerosie.

Wilde westen
De vraag rijst hoelang het graven nog vrijelijk kan doorgaan. Want met overheidsvergunningen stropen buitenlandse mijnbouwbedrijven zuidoost-Senegal af naar goudvoorraden die groot genoeg zijn voor industriële exploitatie. Diabogou en omgeving is zoekgebied van Teranga Gold Corporation. “Niemand weet wat er gaat gebeuren als Teranga ook hier wil beginnen”, geeft Guimba Macalou toe. “Ach, we zien het wel.” Die laconieke houding delen velen. “Wekelijks verkoop ik wel vijftig motoren”, glundert handelaar Ibrahima Sané (25), die zijn geboortestreek in zuidwest-Senegal verliet om hier fortuin te maken. “Ik haal ze bij een handelaar in Guinee, die ze weer importeert uit India en China. Ik verdien bakken met geld. En ik ben bepaald niet de enige hier. Het is hier echt het Wilde Westen momenteel.”

Foto: Julien Harneis.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief