De meeste kennis die we hebben over wat terroristen willen klopt niet, en daarom zijn de maatregelen die Westerse landen tegen terrorisme nemen niet efficiënt. Dat beweert Robert Pape, politicoloog aan de Universiteit van Chicago, in een interview voor een podcast. En hij kan het weten: samen met zijn collega’s bestudeerde Pape elke terroristische aanslag sinds 1980. Dat waren er wereldwijd maar liefst 4600 over een periode van 36 jaar.

De volledige podcast van Politics and Reality met Robert Pape is hier te beluisteren 

Er wordt vaak beweerd dat terrorisme ‘niets’ met Islam te maken heeft, of juist dat de geloofsovertuigingen van terroristen hun strategie volledig bepaalt. Allebei die analyses zijn net te makkelijk, zegt Pape: het is eerder zo dat godsdienst voor veel terroristische organisaties slechts een middel is om andere, strategische doelen te kunnen behalen.

Aan religie ontlenen terroristische organisaties een krachtige boodschap om nieuwe leden mee te rekruteren, en het geloof kan terroristen een psychologisch duwtje in de rug geven wanneer ze worden geconfronteerd met hun angst voor de dood. Dat geldt met name voor terroristen die zichzelf bij een aanval op moeten blazen: vaak ontdekken terroristen dat het instinct om te leven sterk is, en religieuze overtuigingen zijn een manier om dat instinct te overwinnen.

Wat IS wil

Pape en zijn team ontdekten ook dat bij de meeste zelfmoordaanslagen religie als motief geen rol speelt. Terroristen plegen vaak aanslagen als reactie op een militaire interventie op grondgebied waar de terrorist een sterke emotionele band mee heeft. Vaak is dat een militaire bezetting van wat een terrorist ziet als zijn of haar thuisland. Zo onstonden Al Qaeda en Islamitische Staat respectievelijk als gevolg van de invasie van Afghanistan door de Sovjet Unie in de jaren ’80 en de Amerikaanse bezetting van Irak sinds 2003. 

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen het einddoel en andere zaken die IS op de korte termijn wil bereiken

Het uiteindelijke doel van IS is niet alleen het terugwinnen van grondgebied op de buitenlandse bezetter, maar vooral het winnen van terrein voor het kalifaat. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen dat einddoel en andere zaken die IS op de korte termijn wil bereiken, zegt Pape. De aanvallen op Brussel en Parijs moeten we daarom zien als een poging om de Westerse machten dieper het conflict in te trekken.

Dat klinkt tegenstrijdig, maar we weten inmiddels door de invasie in Irak dat het inzetten van grondtroepen met groot effect door terroristen kan worden aangegrepen om nieuwe strijders te werven. Daarbij is het idee dat een dergelijke campagne de kosten voor landen als Frankrijk en Amerika zo hoog op zal drijven dat ze zich definitief uit het Midden-Oosten terug moeten trekken. 

Het goede nieuws is volgens Pape dat de aanvallen op Parijs en Brussel uiteindelijk niets bijdragen aan het bereiken van dit doel, maar eerder een teken van zwakte zijn. Het sturen van grondtroepen door het Westen is immers op wat special forces na niet gebeurd; op de grond wordt er gevochten door troepen ter plaatse, zoals de Koerden, terwijl het Westen blijft bombarderen. Die aanpak heeft tot op zekere hoogte succes, want het grondgebied van IS in Irak en Syrië krimpt gestaag. 'ISIS is nu wanhopig en wijzigt daarom haar strategie.'

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief