Maar liefst drie vrouwen wisten in 2011 de Nobelprijs voor de Vrede in de wacht te slepen. Gek eigenlijk, terwijl ik dit schrijf betrap ik mezelf erop dat ik dit bijzonder vind. Ik bedoel, waarom zouden vrouwen die niet gewoon net als mannen kunnen winnen?
Maar er komt een tijd dat we hier niet meer van opkijken. Vrouwen emanciperen er vrolijk op los, ook buiten het Westen. Neem Afrika, met de twee Liberiaanse Nobelprijswinnaars Ellen Johnson Sirleaf, de eerste vrouwelijke president in Afrika, en activiste Leymah Gbowee. En in Senegal bijvoorbeeld is er Amsatou Sow Sidibé, die zich hard verzet tegen corruptie, wanbeleid en hebzucht in haar land. In februari hoopt ze gekozen te worden tot president.

Steeds meer vrouwen staan op om te strijden voor een betere wereld. Zij zijn de nieuwe agents of change. Onlangs heb ik zelf een portie girl power ervaren die me daarvan steeds meer overtuigt. En dan heb ik het niet over de pizza Hawaï die ze voor me had gebakken genoeg voor een heel weeshuis.
‘Het zal mij niet overkomen dat ik te weinig eten heb voor mijn gasten’, zegt Kemah Singer, terwijl ze een gebaar maakt dat ik nog een stukje moet nemen. Ik durf geen nee te zeggen. Haar dochter van elf, de jongste van vier kinderen, zit er likkebaardend bij. Kemahs appartement in Amsterdam nieuw-west is klein, maar haar gastvrijheid des te groter. In de mondiale uitwisseling van ideeën en gebruiken kunnen Nederlanders, volgens Kemah, op dit gebied nog wel wat opsteken van Liberianen.
Ze moet er een poosje over nadenken als ik hiernaar vraag. Vreemd genoeg heeft ze die vraag nooit eerder gehad. Wel weet ze direct te zeggen wat zij van Nederland heeft geleerd: structuur, discipline en doelgerichtheid. ‘Zonder deze eigenschappen had ik mijn ontwikkelingsproject voor jongeren in Liberia nooit van de grond gekregen’, zegt ze gedecideerd.

Jarenlang liep ze rond met het idee iets voor de jeugd te doen die de burgeroorlog heeft meegemaakt en nu een verloren generatie dreigt te worden. Zelf had ze het geluk in 1990 bij het uitbreken van het geweld het land te ontvluchten via een Nederlands expat-gezin waar ze als au pair werkte.
Het duurde tot 2006, twee jaar na het einde van de oorlog, dat ze haar geboorteland weer terugzag: ‘Wat ik aantrof raakte me diep. Het land, de economie; alles lag aan diggelen. Ik voelde in elke vezel van mijn lijf dat ik moest meehelpen met de wederopbouw. Het was mijn plicht. En nu het een beetje begint te lopen, is die drang alleen maar sterker geworden.’ Het waren vooral de jongeren in de leeftijd tussen 15 en 20 jaar die haar raakten. Door de leerachterstand die ze hebben opgelopen tijdens de oorlog komen ze moeilijk aan werk. Ze hangen maar wat op straat, stelen en sommigen lopen als ex-kindsoldaat met trauma’s rond.

‘Hier, neem nog een stukje, er is genoeg’, zegt Kemah weer. Nadat ik mijn broekriem ongemerkt een gaatje heb versteld vraag ik of ze me wat foto’s kan laten zien van het landgoed dat ze vorig jaar heeft gekocht vlakbij de hoofdstad Monrovia. Een stuk of twintig jongens zie ik bezig met het ontginnen van veertien hectare woeste grond. Dit is de basis van het project. Uiteindelijk moet er een volwaardige praktijkschool ontstaan waar de jongeren leren een product te maken, dat ze vervolgens kunnen verkopen op de locale markt. Aangezien de meesten analfabeet zijn en zich schamen om in een klas te zitten die veel jonger is dan zijzelf, is volgens Kemah onderricht in concrete vaardigheden het beste wat je deze groep kan geven voor een betere toekomst.
De animo is hoog, binnen een mum van tijd hadden zich vijfendertig jongeren aangemeld. Voorlopig kunnen er niet meer bij. Eerste wapenfeit is de bouw van een varkensstal waar geleerd wordt varkens te fokken. De eerste varkens zijn inmiddels verkocht. Het plan is de fokkerij uit te breiden met kippen en geiten. Verder raakt Kemah niet uitgepraat over de productie van zeep: ‘Je kunt geweldige zeep maken van palmolie. Weet je hoeveel palmen hier staan? Wij Liberianen, Afrikanen, moeten leren onze grondstoffen te gebruiken.’

Als Kemah praat spat de energie ervan af. Een spontane zin maakte zich meester van me af te reizen naar Liberia om samen met haar de handen uit de mouwen te steken. Een dag later mailde ze: ‘Wat ontzettend stom, ik had nog een heerlijke salade gemaakt, maar was die helemaal vergeten!’ Nog een paar van zulke vrouwen en het komt helemaal goed met de wereld.

Zie www.liberiaglobalfoundation.org voor meer informatie en foto’s.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief